Ton (74) en Tieneke (70) in hun zaak, beiden zijn ze goudsmid.

Foto Pepijn Kouwenberg

Interview

Ton en Tieneke sluiten befaamde Rotterdamse juwelierszaak: ‘We hadden gezegd: vijftig jaar, dan stoppen we’

Ton en Tieneke | juweliers Vijftig jaar lang hadden Ton en Tieneke een winkel in de Zwart Janstraat. Nu gaan ze dicht. „We hebben hier zoveel mensen over de vloer gehad. Lubbers met zijn vrouw. Opstelten.”

De Zwart Janstraat in het Oude Noorden is één van de oudste winkelstraten van Rotterdam. Het is een lange, altijd drukke straat, met bijna tweehonderd winkels en een volkse, multiculturele uitstraling. In 1972 openden Ton (74) en Tieneke (70) Rhemrev er hun ‘winkelwerkplaats goud en zilver’, allebei zijn ze goudsmid. In die tijd had je in de straat nog vooral winkels die van generatie op generatie overgingen: stoffenzaken, hoedenwinkels, drogisterijtjes. En iedereen woonde boven zijn zaak. Ton en Tieneke doen dat nog steeds.

Vandaag zitten we achterin de winkel, waar zich achter de werkplaats waar ze hun sieraden maken een klein keukentje bevindt. Vanuit die keuken leidt een trap naar het bovenhuis waar ze wonen en waar hun drie kinderen opgroeiden. In december sluiten ze hun winkel, na vijftig jaar. NRC sprak eerder met Ton en Tieneke Rhemrev, voor een artikel over onveiligheid en verloedering in de wijk. Mensen zeiden vaak tegen hun, vertelden ze toen: ‘Dat jullie hier blijven zitten, waarom ga je niet weg.’

Dat was in 2005. En jullie zitten hier nog steeds.

Ton: „En de mensen zeggen dat ook nog steeds. Maar dit is een fijne plek om te wonen en te werken.”

Tieneke: „Er is wel veel veranderd natuurlijk. Toen wij vijftig jaar geleden begonnen, stond de man van de winkel naast je net als jijzelf ’s morgens de stoep te vegen. Nu zegt de buurman: joh, ben je nou alweer aan het vegen. Dan zeg ik: het moet toch een beetje netjes blijven. Of hij komt hier de winkel in en dan is het van: al die bloemen, waarom doe je dat. Dan zeg ik: wij zijn hier de hele dag, dan is het toch leuk dat je het gezellig maakt. Maar hij vindt het genoeg dat hij zijn kisten naar buiten doet. Het is gewoon handel, zegt hij.”

Ton: „Dat is ook wel van alle tijden hè. Vroeger hadden we ook een buurman die zei: wat ben je toch allemaal aan het doen man, je moet gewoon zoveel mogelijk geld verdienen, dan ga je toch geen geld stoppen in het verbouwen van je winkel. Die wou voor zo min mogelijk kosten zoveel mogelijk winst maken.”

De voorgevel van de winkel aan de Zwart Janstraat.

Foto Pepijn Kouwenberg

Toen jullie begonnen waren bijna alle winkels in handen van een paar families. Hoe kwamen jullie er tussen?

Ton: „In deze winkel heeft altijd een goudsmid gezeten, vanaf dat het pand 130 jaar geleden werd gebouwd. We hebben vorig jaar nog bezoek gehad van de dochter van onze voorganger, zij was toen negentig jaar oud. Ze wilde weten of de kastanjeboom nog in de tuin stond, daar kwam ze voor. Ze vond het heel mooi geworden allemaal hier, ze zei: als kind sliep ik vroeger achterin de winkel. Het pand was van haar ouders, haar moeder zei indertijd tegen ons: ik wil hier weer een goudsmid, dat wil ik continueren. Zo kwam het dat wij de winkel konden kopen, dat was in die tijd heel ongebruikelijk. De straat was erg in trek, al die families hielden hun panden en hun winkels aan. Of ze werden onderling verdeeld, de slager was de broer van de brillenman die weer de neef was van de schoenmaker.”

Tieneke: „Ik kwam toen net van de academie, was twintig. Het waren de jaren zeventig, heerlijke tijd. Alles gaat veranderen, dacht je. En wij gingen het ook wel even anders doen.”

Ton: „Je had de gevestigde juweliers, die al honderd jaar hetzelfde deden – zo wilden wij het niet. En we hadden het geluk dat toen net het zilver opkwam, daarvoor was het allemaal alleen maar goud. Zilver is veel goedkoper dan goud, dus daar kun je meer mee doen, je kunt er grote, fantasievolle sieraden mee maken.”

Tieneke: „Onze naam was ook anders dan anders hè, Ton en Tieneke.”

Ton: „Juwelier Rhemrev, had het eigenlijk moeten zijn. Maar dat begon precies in die tijd te veranderen, mensen werden met de voornaam aangesproken.”

Bram Peper in plaats van ‘meneer de burgemeester’.

Tieneke: „Dat was ook een hele lieve klant. We hebben hier zoveel mensen over de vloer gehad. Lubbers met zijn vrouw, die kwamen dan even achter zitten met een kopje thee. En Opstelten. Er zijn ook allemaal foto’s van. Dan denk je: dat heb ik allemaal meegemaakt. En dat stopt nu, je houdt als het ware op met je verhaal. Maar de werkplaats behouden we natuurlijk. En verder moet je er niet te veel bij nadenken. Wij zijn een beetje van: dan nemen we alles mee de hemel in en dan gaan we daar weer verder. Dat kan natuurlijk niet, maar het is dat gevoel snap je. Het is ook fantastisch dat we het samen hebben gedaan, met al die tijd ook de hulp van mijn schoonzus in de winkel. We zeggen het niet vaak tegen elkaar, maar dat is het echt wel.”

Gereedschap op de werkbank.

Foto Pepijn Kouwenberg

Waarom houden jullie eigenlijk op?

Ton: „We hadden gezegd: vijftig jaar, dan stoppen we.”

Tieneke: „Ton is erg ziek geworden, twee jaar geleden. Echt heel ziek, het is een wonder dat hij is genezen. Ik dacht, toen hij zo ziek was: dan sluit ik nu maar de winkel. Maar hij zei: nee, je houdt het open, die levensader is belangrijk voor jou. En nu is hij er bij om het samen af te ronden.”

Ton: „Ik werk ook weer een beetje. Heel langzaam, maar ik heb alle tijd.”

Tieneke: „Wat ook goed uitkomt: in dit deel van de straat krijgen we nieuwe palen onder de panden. Het is hier allemaal aan het verzakken, dus dat moest een keer gebeuren. Maar dan moet de winkel helemaal leeg – kasten, vitrines, toonbanken: alles – want dan gaat de hele vloer open. Het is een rigoureus einde dus eigenlijk.”

Ton: „Maar we blijven hier wonen. Je kan wel zeggen: wat een gedoe allemaal, een renovatie die maanden gaat duren, verkoop de boel toch lekker. Maar dit pand is met ons meegegroeid, daar zit zoveel gevoel in.”

Tieneke: „Ik weet nog hoe ik hier in het begin rondliep: op blote voeten, in van die lange gewaden, een sjaal door het haar gevlochten – zo was het in die tijd. En later speelden onze kinderen in de winkel tussen de klanten.”

Ton: „We hebben het op een speciale manier gedaan, maar dat zie je pas achteraf.”

Tieneke: „Nu zeg ik tegen de kleinkinderen: je moet later iets doen dat je heel graag doet. Dat is belangrijker dan geld verdienen. De oudste is tien, ze komen hier knutselen en tekenen.

Ton: „Die vinden het naar dat we ophouden.”

Tieneke: „Als we het daarover hebben dan gaan ze bijna huilen. Ze zitten altijd lekker hierachter, terwijl ik aan het ontwerpen ben. Dan horen ze het geluid van de werkplaats. Of de deurbel, als er een klant binnenkomt. En de hond is er ook, die loopt een beetje rond. Die hele sfeer gaat verdwijnen, maar die hebben ze toch maar mooi meegemaakt.”

Ton&Tieneke, Zwart Janstraat 85, is nog open t/m 31 december 2022.