Opinie

Van mening veranderen hoeft niet jaren te duren

Stine Jensen

Afgelopen week was het nieuws: oud-Kamervoorzitter Gerdi Verbeet is van mening veranderd over artikel 23. Ze heeft het lange tijd gesteund, maar nu vindt ze dat artikel 23 de sociale verdeeldheid in de hand werkt.

Mij trof niet zozeer het herziene standpunt van Verbeet, dat juich ik van harte toe; ik werd vooral vrolijk van het nieuws dat het nieuws was dat iemand van mening was veranderd na een kwart eeuw. Het zette me aan het denken: hoe vaak ben ik over belangrijke onderwerpen van mening veranderd? Als ik naar mijn eigen credo zou leven, ‘denken is van mening durven veranderen!’, dan zou dat vaak gebeurd moeten zijn. Maar dat is niet zo; als het om ideologische kwesties gaat als abortus, homohuwelijk, vrouwenrechten, sta ik daar nog hetzelfde in.

Wat wel regelmatig voorkwam, is dat ik na een gesprek meer begrip kreeg voor het standpunt van de ander, ook wanneer dat standpunt in mijn ogen conservatief was. Wat ook vaak voorkomt is dat, naarmate ik onzekerder ben over een standpunt, omdat ik er niet zoveel van af weet (voorbeeld: ‘hypotheekrente-aftrek’), ik sneller te overtuigen ben van een bepaalde mening.

Dat laatste is in overeenstemming met de meest recente wetenschappelijke inzichten over meningsvorming. In het onlangs verschenen Hoe verander je een mening? van David McRaney staat het er als volgt: „De snelheid van verandering is omgekeerd evenredig aan de kracht van onze zekerheden.”

Het boek gaat helaas niet over hoe je zelf van mening verandert (dat boek zou ik graag lezen), maar over hoe je iemand anders van mening kunt laten veranderen. Het komt erop neer dat als iemand heel erg zeker is van zijn zaak, dit tamelijk wat inspanning kost, soms zelfs jaren.

McRaney geeft interessante voorbeelden. Zo zijn er lhbtq+-organisaties in Los Angeles die met succes mensen die tegen het homohuwelijk zijn, van mening hebben doen veranderen. Ze doen dat met een techniek die deep canvassing heet. Het gaat veel verder dan flyers uitdelen (daardoor verandert vrijwel niemand van mening). Het is een gesprekstechniek die iets weg heeft van relatietherapie: een langdurige investering in je gesprekspartner. Je moet eerst vaststellen hoe zeker iemand is van zijn zaak, dan vraag je hoe iemand door de zaak geraakt wordt. Je gaat je dus bezighouden met de emotionele en biografische laag die iemand tot een bepaald standpunt brengt. Je vat het standpunt van de ander samen en vraagt of je dat juist hebt gedaan. Je vertelt ook hoe jij zelf tot je standpunt bent gekomen. Je gaat niet in discussie met elkaar. Daarna kom je weer terug op hoe sterk iemands standpunt nu is. Als het goed is, zullen de gesprekspartners elkaar langzaam naderen. Het brein opent zich voor nieuwe informatie en er ontstaat ruimte om andermans zekerheden te bevragen.

Gelukkig hoeft meningsverandering niet altijd jaren te duren, het kan ook binnen een avond. Ik geef een voorbeeld uit mijn eigen leven. Een aantal jaren geleden ging ik met mijn moeder naar een debatavond over euthanasie en dementie. Ik wist waar ik stond: vóór, want ja, wat een hel, dementeren. Een bekende VVD-ethica beargumenteerde dat zware dementie mensonwaardig was en dat iedereen vóór euthanasie moest zijn, dat dit een ‘goede dood’ was. Mijn moeder stak haar vinger de lucht in. Ik vond dat spannend, ik hoopte dat ze niet iets raars zou gaan zeggen. Ze vertelde dat ze niet per se vond dat euthanasie het grootste goed in een samenleving was; ze ging ervan uit dat als ze zou gaan dementeren, het belangrijkste wat ze kon krijgen, aandacht, liefde en menselijke zorg was, en niet de mogelijkheid van een zelfverkozen dood. Menswaardige zorg, dat zou lijden dragelijker maken.

Ik was onder de indruk van mijn moeder, omdat ze het gesprek aanging met de enorm van zichzelf overtuigde ethica. Ik begon aan mijn mening te twijfelen, vond nu dat ‘voor’ of ‘tegen’ euthanasie bij zware dementie een wat magere reductie was van een veel groter, gevoeliger gesprek over het levenseinde.

We zouden het vaker moeten doen, het ter sprake brengen waarover we van mening zijn veranderd. Een cynicus zou kunnen opmerken dat Verbeet er niet meer politiek op kan worden afgerekend, het risico op reputatieschade is beperkt. Toch stelt ze een inspirerend voorbeeld. Intussen is mijn moeder de dementerende oudere. Het is soms een hard gelag. Ik koester wat ze destijds zei, hardop; ik zie dat het klopt: liefde, aandacht en zorg maken het verschil.

Stine Jensen is filosoof en schrijver. Ze schrijft om de week een column op deze plek.