Recensie

Recensie Boeken

Siebelinks nieuwste, korte roman voelt zowel te dik als te dun

Siebelink In zijn nieuwste roman Brengschuld schudt Jan Siebelink nog altijd bloemige taal uit zijn mouw.

Bengschuld past in de cyclus rond de bloemenkwekerij van Siebelinks jeugd.
Bengschuld past in de cyclus rond de bloemenkwekerij van Siebelinks jeugd. Getty Images/EyeEm

Bij de verjaardagspost van de 84-jarige Ruben Sievez zit een onverwacht briefje van zijn voormalige buurmeisje – de dochter van de oude huurbaas van de bloemenkwekersfamilie Sievez. Na diens dood was de familie door geldnood gedwongen een deel van het erf af te staan, waarna een sporthal verrees – iets wat de familie, en zeker Ruben, nooit te boven kwam. Nu blijkt uit het briefje dat ze gepiepeld zijn: de huurbaas had de wens achtergelaten dat de familie en het erf in bescherming genomen moesten worden. Het liep anders – en Ruben speelde daarin misschien wel een cruciale rol, door zijn mond voorbij te praten over de geldzorgen. Het schuldgevoel beklijfde.

Dat wrange besef, jaren te laat, is de probleemstelling van het nieuwe Brengschuld van Jan Siebelink (1938). Het is een korte roman die je zowel te dik als te dun kunt noemen. Want het huurbriefje is welbeschouwd een te klein dramatisch gegeven om een roman mee te vullen. Wat verder aangesneden wordt, aan familiezeer, schuldgevoelens en trauma’s, komt er juist wat bekaaid vanaf. Voor beide manco’s moet de verklaring zijn dat dit verhaal vooral een bouwsteentje betreft in Siebelinks cyclus rond de bloemenkwekerij van zijn jeugd – waarvan zijn grote succesboek Knielen op een bed violen (2005) het hart vormt.

Pennenstreken

Siebelink, die de laatste jaren steeds losser en achtelozer is gaan schrijven, noem het impressionistisch of soeverein, begint zijn verhaal nog met Sievez’ ontmoeting met een oude vriend, waarna die het boek uit rent en nauwelijks meer terugkeert. Ook de lijn in het heden, waarin de herinnering aan de sporthal-episode opdoemt, wordt onbevredigend afgerond. Zelfs de reden voor de coulance van de huurbaas – een barmhartige daad tijdens de oorlog – stipt hij slechts aan, waar die meer ruimte had verdiend. Rubens verhoudingen tot zijn broer, zijn vader (de bloemkweker Hans Sievez die in Knielen onder de invloed van een zwaar-christelijke sekte komt), zijn dochter – Siebelink wijdt er wat pennenstreken aan. Echt te weinig om de roman te kunnen rechtvaardigen.

Maar moet je Brengschuld zo beoordelen, als losstaande roman? Jan Siebelink laat zich, dat toont dit boek wel aan, inmiddels vooral lezen als een schrijver van een oeuvre. En aan het verhaal van de cyclus voegt hij wel degelijk iets toe: een (financieel) motief dat ten grondslag zou kunnen liggen aan de latere godsdienstwaan en de neergang van de kwekerij.

Een voetnoot? Voor de oude mijmeraar Ruben Sievez is het wezenlijk, onversaagd als hij blijft zoeken naar het verloren paradijs dat de kwekerij ooit was. In de bloemige taal die Siebelink nog altijd uit zijn mouw schudt, blijft hij wegdromen bij herinneringen aan het dieven en verspenen, de bloeiende scabiosa en brandende liefde… ‘Het was allemaal zo lang geleden en toch nog zo levend’ – zo is het voor Siebelink, voor Ruben Sievez, en kan het zijn voor de liefhebber.

Lees ook: Dit is Jan Siebelinks boeiendste boek in jaren