Foto Roger Cremers

Interview

Orhan Pamuk over zijn nieuwste roman: ‘Het was alsof de pandemie vanaf mijn manuscript de wereld in sprong’

Orhan Pamuk De nieuwe roman van de Turkse Nobelprijswinnaar speelt zich af tijdens een pestepidemie op een fictief eiland in het uiteenvallende Ottomaanse Rijk in 1901. „Ik geef om de cultuur van verval en verlies.”

Toen Orhan Pamuk in 2005 in een Zwitserse krant zei dat in zijn land behalve hij niemand het durfde te hebben over de 30.000 Koerden en een miljoen Armeniërs die in 1915 door acties van de Ottomaanse regering waren omgekomen, kreeg hij doodsbedreigingen van Turkse nationalisten. Er volgde een proces wegens belediging van de Turkse identiteit. Als hij schuldig zou zijn bevonden, kon hij drie jaar gevangenisstraf krijgen. Maar na internationale druk werd het proces ineens stopgezet. Sindsdien heeft hij lijfwachten.

Op grond van zijn eind vorig jaar in Turkije verschenen en nu ook vertaalde roman De nachten van de pest wordt hij opnieuw door nationalisten belaagd. Ditmaal zou hij Kemal Atatürk, de stichter van de moderne Turkse staat, en de Turkse vlag hebben beledigd. „Ik werd op het matje geroepen bij de dienst voor het perswezen”, zegt hij, op promotiebezoek in Den Haag en Amsterdam. „Daar kreeg ik te horen wat ik misdaan had. Ik vroeg ze op welke pagina dat dan stond. Want ik ga heus niet iemand beledigen als ik er een paar jaar voor in de bak kan belanden. Bovendien drijf ik niet eens de spot met Atatürk, maar heb ik juist begrip voor de nationale mythes die onder zijn bewind in leven zijn geroepen. Ik wil in mijn boek laten zien hoe mythes ontstaan en dat je ze nodig hebt om een volk te kunnen verenigen. Dat fenomeen is van alle tijden.”

Sinds de aanslag op Salman Rushdie, een maand geleden in de Verenigde Staten, is Pamuk extra op zijn hoede. Je weet tenslotte nooit wie het op je voorzien heeft. „Maar mijn zaak is minder ernstig dan de zijne, omdat die een nationalistische en geen religieuze invulling heeft.”

U kent Rushdie persoonlijk uit de tijd dat u in New York woonde. Hoe was uw reactie op die aanslag?

„Schrijvers zijn nooit zo aardig voor elkaar, omdat ze elkaars concurrent zijn. Toen ik nog niet zo beroemd was, had ik in Times Literary Supplement een negatieve recensie geschreven van zijn roman De laatste zucht van de Moor en dat vond hij niet leuk. Onze vriendschap is vooral gebaseerd op onze gemeenschappelijke overtuigingen. Voor mij staat Rushdie voor vrijheid van meningsuiting. Altijd als hij in moeilijkheden verkeert, verdedig ik hem.”

Uw nieuwe roman gaat over een pestepidemie in 1901 op het fictieve eiland Minger. Wanneer bent u eraan begonnen?

„Veertig jaar geleden wilde ik al een roman schrijven over een middeleeuwse pestepidemie. Maar ik stelde het steeds uit. Eerst moest het gaan over dood en individualisme, later kwam daar het oriëntalisme bij: de westerse blik op het oosten. Westerse reizigers in Istanbul schreven altijd dat moslims, in dit geval de Turken, fatalistisch waren omdat ze zich niets van pandemieën aantrokken. Over dat fatalisme wilde ik het hebben.

„ Ik verdiepte me in de builenpestpandemie van eind 19de, begin 20ste eeuw, maar ook in quarantaines. Ik ontdekte dat een quarantaine alleen werkt onder een autoritair bestuur. En dat werd vervolgens het uitgangspunt van mijn roman, ook omdat president Erdogan en zijn regering steeds autoritairder zijn geworden. Mijn boek moest een allegorie zijn over de werking van een autoritaire staat.

„Ik was tweeëneenhalf jaar bezig toen de covid-pandemie uitbrak. Uitgevers stonden ineens te dringen en riepen dat ik het boek gauw moest voltooien. Een jaar later was het zover. Ik hoefde amper iets te veranderen. Het was alsof de pandemie vanaf mijn manuscript de wereld in sprong.”

Uw verteller is aanvankelijk een Turkse historica in het Cambridge van nu, die zich baseert op de brieven van Pakize, een nicht van sultan Abdülhamit, aan haar zuster. Waarom koos u voor zo’n raamvertelling?

„In moslimlanden brengt het schrijven van een historische roman een aantal moeilijkheden met zich mee. Zo kwamen vrouwen uit de upperclass nooit op straat. Ze leefden in harems en werden nergens bij betrokken. Ook Pakize zat een deel van haar leven gevangen, omdat haar vader, sultan Murat V, door Abdülhamit was afgezet en in zijn paleis opgesloten. Toen ze door haar oom werd uitgehuwelijkt aan de arts Nuri, zag ze eindelijk de wereld buiten haar paleis. Maar algauw belandde ze opnieuw in een gevangenis, die van de lockdown op Minger. Alle gebeurtenissen daar worden haar verteld door mannen in haar omgeving. En omdat het verhaal zeventig jaar bestrijkt, laat ik het vanuit het perspectief van meerdere personen vertellen.”

Uw roman lijkt ook een allegorie op de ondergang van het Ottomaanse Rijk…

„… en op die van Albanië, Griekenland, Servië, Bulgarije, van landen in Latijns-Amerika en Azië. Revoluties verlopen nu eenmaal altijd op dezelfde manier. Maar mijn boek gaat niet over de huidige wereld. Het is een allegorie op politieke repressie in het algemeen.”

Op wie zijn uw personages gebaseerd?

„De meesten hebben echt bestaan. Alleen het eiland is verzonnen. Ik had het nodig vanwege het isolement. Wat dat betreft lijkt De nachten van de pest op Sneeuw, dat zich afspeelt in de afgelegen noordelijke stad Kars.”

Wat is er nog meer waar gebeurd?

„De medische details en de reacties op de pest die begin 20ste eeuw uit China overwaaide. In Azië zijn toen twintig miljoen mensen omgekomen, in het Westen slechts honderd. Anders dan in China, nam men in het Westen quarantaines serieus. Mijn boek is deels gebaseerd op verslagen van Britse artsen in de kroonkolonies Hong Kong en Sjanghai.”

Abdülhamit had toch ook zulke moderne westerse artsen om zich heen?

„Hij was een vorst, die de wetenschap stimuleerde en de infrastructuur in zijn land verbeterde. Maar de moslim-artsen in zijn rijk waren inferieur aan hun christelijke collega’s, met name de Grieks-Orthodoxe. Die waren beter opgeleid en kwamen uit de elite, de klasse die altijd en overal de hervormers leverde. Abdülhamit kon dan ook geen quota van moslim-artsen instellen, gewoon omdat ze er niet waren. De elite bestond in het Ottomaanse Rijk niet uit moslims. De sultan kon zijn rijk daarom niet echt moderniseren.”

Waarom willen de moslims in uw boek eigenlijk geen quarantaine?

„Dat heeft wellicht te maken met een zekere religieus geïnspireerde gelatenheid. De ironie van de geschiedenis wil echter dat ik in maart 2020 in New York was toen de pandemie uitbrak. President Trump ging in die dagen naar de kerk en zei dat de pandemie in april voorbij zou zijn, terwijl in Turkije de moskeeën gesloten waren vanwege de pandemie. Ik houd van zulke paradoxen. Juist daarom is het noodzakelijk om in fictie ook tegen clichés van het oriëntalisme te schrijven.”

Op een gegeven moment wordt op Minger de dictatuur ingevoerd. De nieuwe heersers verzinnen een nationale identiteit, geschiedenis en taal. Waarom?

„Zoiets gebeurt in elk rijk dat uiteenvalt. In Joegoslavië bijvoorbeeld werden mijn boeken vertaald in één en dezelfde taal, het Servokroatisch. Maar tegenwoordig heb ik een Bosnische en een Kroatische vertaler. De taal is daar uit elkaar getrokken, die landen moeten ineens hun eigen identiteit verdedigen. En dat gaat gepaard met het verzinnen van nieuwe legendes en mythen.”

Ging dat niet ook zo in de beginjaren van Kemal Atatürk?

„Natuurlijk, maar niet alleen bij hem. Mijn boek is een universeel verhaal. Het gaat niet over Turkije, maar over alle naties die zichzelf opnieuw uitvinden.”

U heeft een fascinatie voor het hofleven. Waardoor komt dat?

„Omdat het allemaal waar gebeurd is. Abdülhamit had zijn oudere broer Murat V afgezet omdat die geestelijk niet in orde was. Maar in feite wilden het Turkse leger en de bureaucratie daarmee laten zien dat zij het land bestuurden. De sultans waren hoogstens nog symbolen.

„Het gevoel ieder moment afgezet te kunnen worden maakte Adbülhamit paranoïde. Hij bemoeide zich met alles en was voortdurend bang dat zijn familieleden tegen hem zouden samenspannen.”

In uw roman is Abdülhamit een liefhebber van Sherlock Holmes-verhalen. Is ook dat waar gebeurd?

„Ja, Sherlock Holmes kreeg ik cadeau. Abdülhamit was een wereldse man, die van opera hield en, inderdaad, Sherlock Holmes las. Alleen voor de buitenwereld was hij een islamist. De politieke islam gebruikte hij tegen de westerse machten, die hij de schuld gaf van de verkruimeling van zijn rijk.

„Tegelijkertijd is het conflict tussen seculiere liberalen en religieuze conservatieven in hedendaags Turkije te herleiden op de tegenstelling tussen de westers ingestelde intellectueel Murat V en de conservatieve islamist Abdülhamit.”

Toch was Abdülhamit geïnteresseerd in wetenschappelijke ontwikkelingen uit het Westen?

„En daarom wordt hij ook zo geëerd door Erdogan. Abdülhamit gaf veel geld uit aan de ontwikkeling van de geneeskunde en de bouw van ziekenhuizen. Maar vergeleken met het Westen was hij arm. De ondergang van zijn rijk was onvermijdelijk.”

Ondanks alles schrijft u met veel liefde over de Ottomaanse wereld van 1901.

„Anders dan Erdogan ben ik niet trots op het conservatieve verleden en de militaire glorie van weleer. Ik zet het Ottomaanse Rijk ook niet op een voetstuk. Wel geef ik om de cultuur van verval en verlies. Maar door van zulke details te houden ben ik nog geen nostalgicus.”

Lees ook: Een nostalgicus tussen de flats