Opinie

Ook consument moet stilstaan bij gevolgen van flitsbezorging

Maaltijdbezorgers

Commentaar

Een telefoon en een fiets. Meer is niet nodig om in Nederland aan de slag te gaan als maaltijdbezorger. De hongerige consument bestelt via de app eten en de dichtstbijzijnde fietskoerier wordt ingeseind om de bestelling per ommegaande aan huis af te leveren. Veel eenvoudiger wordt het niet.

Toch is er van alles aan de hand in deze bestelsector, onderdeel van een snel uitdijend netwerk van koeriersplatforms. Ze zijn de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten, vanuit dezelfde filosofie als die van de flitskoeriers – boodschappen aan de voordeur, binnen minuten. Maar uit onderzoek van NRC is gebleken dat Uber Eats en Deliveroo in Nederland op grote schaal gebruikmaken van ongedocumenteerde maaltijdbezorgers, afkomstig uit tal van landen.

Om te kunnen werken omzeilen zij eenvoudig digitale controles van de platformen door legale, geregistreerde bezorgers te betalen om onder hun naam te werken. Ook maken bezorgers oneigenlijk gebruik van studentenvisa. De betrokken bedrijven kunnen niet of nauwelijks juridisch verantwoordelijk worden gesteld voor de illegale werkzaamheden; deze ‘spookrijders’ hebben immers geen vast dienstverband, maar werken op afroep, en de bedrijven stellen er via controles alles aan te doen om illegaal werk te voorkomen.

De Belastingdienst, de Arbeidsinspectie en de Immigratiedienst kennen de praktijken, maar kunnen er weinig aan doen, mede omdat de koeriers in de illegaliteit leven. Uiterst schrijnend is wel dat de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties – waarin de positie van zzp’ers ten opzichte van een werkgever is geregeld – niet wordt gehandhaafd, zoals het kabinet zes jaar geleden al aankondigde toen de wet werd aangenomen.

De wildwesttaferelen rond de bezorgers passen naadloos in het tijdsbeeld van de razendsnelle opkomst van wereldwijde techbedrijven die zich met slimme algoritmes rechtstreeks – via de smartphone – richten op de consumerende burger, van Airbnb tot Getir, van Gorillas tot Deliveroo. De ontwrichting van bestaande bedrijfssectoren die de nieuwe platformen veroorzaken – en waar ze steenrijk van worden – hoeft niet per definitie te worden afgekeurd. Uiteindelijk doen ze niet meer dan ondernemen. Maar de nieuwe service gaat soms gepaard met illegaliteit, overlast, uitbuiting, oneerlijke concurrentie of een opzichtige informele economie. Daar zijn vragen over de wenselijkheid van deze ontwikkelingen niet alleen op hun plaats, maar ook noodzakelijk, ongeacht de vraag of de platformen al dan niet juridisch verantwoordelijk zijn voor dergelijke misstanden. Zo is het opmerkelijk dat Uber zijn ‘leveringspartners’ niet eens te woord wil staan op zijn eigen kantoor.

Moreel zijn zij wel degelijk medeverantwoordelijk voor misstanden die ontstaan bij de uitvoering van hun bedrijfsstrategie, zeker als ze ervan op de hoogte zijn. En dat geldt ook voor de consument. Niets weerhoudt de besteller van snelle boodschappen of flitsmaaltijden ervan zich goed te informeren over de manier waarop hun bestelling aan de voordeur is gekomen.

De vraag naar deze producten wordt uiteindelijk gecreëerd door de gebruikers. Zij kunnen zich ook afvragen of dit de manier is waarop zij willen leven. De rafelranden van de flitseconomie staan symbool voor de enorme focus op groei, op gemak en op snel geld maken. Maar de consument doet er goed aan, ook met het oog op potentiële slachtoffers van het systeem, stil te staan bij de vraag of dit soort misstanden en ontmenselijking hem dit gemak wel waard zijn.