Recensie

Recensie Uit eten

Indiaas eten met moderne twist en gekke combi’s

Uit eten Amsterdam Petra Possel recenseert elke week een restaurant in en om Amsterdam. Ditmaal streek ze neer bij een nieuw en gezellig Indiaas restaurant in De Pijp.

Foto Aurelien Goubau

Het is een vervreemdend pleintje op de grens van de rustige en de drukke Pijp: het Van der Helstplein. Lange tijd een verzamelplek voor stadsduiven, hang-ouderen en lawaaipapegaaien, langzamerhand een volwassen horeca-plein met meer restaurants en steeds grotere terrassen. Een tafereel met vier luidruchtige mannen die goedkoop blikbier overschenken in plastic bekers doet ons glimlachen; gelukkig is er voor hen nog plek in de stad.

Miri Mary is kortgeleden van start gegaan, het terras zit op deze warme avond vol, binnen klinkt snoeiharde hiphop, maar niemand eet binnen. Uitbaatster Foram Kamdar heeft een lucratief concept bedacht, namelijk de upgrade annex verhipping van een oude bekende: de Indiër. Indiase restaurants kennen we als meestal eenvoudig ingericht en betaalbaar; het gaat per slot van rekening om het eten. Een uitgebreide cocktail- of wijnkaart zul je er niet snel vinden, runderbitterballen zijn uit den boze, want de koe is een heilig dier.

Bij Miri Mary staan ze pontificaal op de kaart, deze beef bitterballs (10,-), de voertaal van deze zaak is Engels. En ze zijn best lekker, maar als we Indiaas willen eten – of iets wat daar op lijkt – verlangen we toch gewoon naar saag paneer, kip tandoori, butterchicken curry en naan. Geruststelling: die gerechten staan ook op de kaart, vanzelfsprekend wél met een twist en geserveerd als shared platter want sharing is caring. „Houdt het dan nooit op”, vraag ik bozig aan mijn gezelschap, „of is dit de leeftijd?” Om ons heen zitten allemaal jonge mensen en die lijken helemaal niet boos. „Leeftijd is ook maar een mening”, pareert hij, terwijl we aan ons glas vermentino (6,50, wijnhuis of jaar wordt nergens vermeld) en Nimbu Pani (5,-), smakelijke Indiase limonade van limoen, mango, komijn en zwarte peper, nippen.

De bediening is duidelijk net ingevlogen, voor ‘onze’ jongeman is het zijn eerste werkdag en er zijn meer nieuwkomers. Onhandig lopen ze van binnen naar buiten en weer terug, terwijl de vrolijke, roodharige Ierse restaurantmanager de hete kolen uit het vuur haalt. Over vuur gesproken: binnen staat een tandoor, een Aziatische klei-oven die hoge temperaturen bereikt en dat is een enorm pluspunt, zal blijken. Maar toch even die logistiek: in het begin moeten we lang wachten, vervolgens komt alles tegelijk op tafel en is het opeens haast maken.

De naan met knoflook (3,50) is in de tandoor gebakken en dus lekker knapperig en de yoghurtdip (4,-) is zacht, verfijnd en fris, prima. De paddenstoelen met saffraanroom (12,-) zijn ronduit heerlijk: er is sowieso echte saffraan gebruikt – dat is bij zuinige chefs wel eens anders –, de oesterzwammen zijn net als het brood geschroeid in de tandoor waardoor ze aan smaak hebben gewonnen, de saus is behalve romig mild pittig. Pas echt pittig wordt het bij de saag paneer (8,-): fijngepureerde spinazie die zo heet is dat de smaak van de zachte kaas – paneer heet deze Indiase kaas die een beetje aan hüttenkäse doet denken – helemaal wegvalt. Jammer.

Vanwege de chaotische toestand op het terras en het gevoel dat we er sowieso niet meer toe doen, happen we snel ons gedeelde dessert weg. Dat is trouwens een grappig dessert (9,-): de aangekondigde ‘wafel’ is een Jules de Strooper wafelkoekje dat is belegd met een hartig-zoet mengsel van wortel, kokos en pistache en er komt een bolletje yoghurtijs bij. Niet te zoet, heel origineel.

Miri Mary serveert een hybride mix van de internationale en Indiase keuken. Dit geeft de mogelijkheid om gekke combi’s te maken die de ene keer beter uitvallen dan de andere keer. Ze shoppen hoe dan ook de hele wereld rond en dat doen ze helemaal niet zo slecht. Maar we missen het warme, het aandachtige, het troostende van de authentieke Indiase papa-mamazaak. Het concept blijft te veel aan het papier plakken.

Foto Aurelien Goubau

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.