Recensie

Recensie Boeken

Het ontroerende ‘Morris’ behoort tot Bart Moeyaerts beste werk (●●●●●)

Bart Moeyaert ‘Morris’, over een jongen en zijn weggelopen hond, is een puntgave vertelling over het verdriet van een kind.

Foto Marcos Suárez Palacio / EyeEm
Foto Marcos Suárez Palacio / EyeEm

‘Hij snikte een keer – één keer maar. Die snik had hij nog over van afgelopen nacht. Als je stiekem huilt, huil je nooit helemaal uit.’ Dit citaat uit Bart Moeyaerts nieuwe kinderboek Morris laat gelijk zien waar de winnaar van de Astrid Lindgren Memorial Award 2019 goed in is: met weinig woorden veel zeggen. Dat Morris, een jaar of zeven, worstelt met een groot verdriet, voel je direct. Verwacht overigens niet dat Moeyaert zal onthullen hoe dat zo gekomen is: wat er precies is gebeurd en waarom het jongetje bij zijn oma en haar wegloophond Houdini woont, blijft ongezegd. Wat niet betekent dat Morris’ verdriet geen rol in het verhaal speelt.

Het plot laat zich eenvoudig navertellen. Als Houdini voor de zoveelste keer ontsnapt, de nabijgelegen berg op, gaat Morris op zoek. Hij vindt de hond. Maar op de terugweg begint het te sneeuwen, zo hard ‘alsof er in de wolken een luik was opengegaan’. Terwijl dikke vlokken de lucht vullen probeert Morris zijn weg te vinden. De levenslustige hond ruikt zijn kans en verdwijnt in de sneeuw.

In spaarzame zinnen zonder dat daar (valse) volwassen emoties doorheen klinken, toont Moeyaert razend knap hoe verloren het kind zich voelt. Hartroerend is de scène waarin Morris Houdini roept: ‘Zijn echo galmde zachtjes door het dal. Alsof er op een paar andere besneeuwde bergen ook naar Houdini werd gezocht. Dat was eerst grappig, maar als je er langer over nadacht niet. De hond leek ineens nog meer kwijt dan eerst.’ Eveneens sterk: het geladen moment waarop Morris plots oog in oog staat met een kolossale ram en een wild uitziende jongen die hem uitdaagt. ‘Zijn hart was dat van een haas’, maar, schrijft Moeyaert veelzeggend, ‘Morris hield zijn mond. Als je zwijgt, verdwijn je half.’

Kinderblik

Morris lijkt een karakteristiek Moeyaert-kind, een wat eenzaam jongetje verloren in een letterlijk en figuurlijk koude wereld. Maar wanneer de twee jongens samen voor de sneeuwstorm moeten schuilen, blijkt hij onverwacht moedig. Morris heeft weliswaar geen ram, maar wel een hond en wie zegt dat die niet gevaarlijk is? Bovendien ontdekt hij dat zijn metgezel het ook niet makkelijk heeft. De jongen heeft honger en een vader die hem overal de schuld van geeft. Vol gevoel en passend bij Morris’ kinderblik beschrijft Moeyaert hoe er voorzichtig een onuitgesproken begrip ontstaat. Ondertussen licht hij subtiel tipjes van Morris’ verdriet op. Als de jongen over zijn akelige vader vertelt, denkt hij: ‘Maar je doet wel iets samen met je papa’.

Morris is meer dan een treffend geschetste, loepzuivere momentopname uit een kinderleven. Het kleine winteravontuur is evenzeer oprecht spannend. Zal Houdini gevonden worden? En wie is eigenlijk Randy Pek, de geheimzinnige man die Morris’ oma regelmatig bezoekt?

De sprookjesachtige winterprenten van Sebastiaan Van Doninck voegen behalve sfeer knap eigen verhaalelementen toe. Zo doet Van Donincks uit het winterbos oprijzende reuzenram met poten als dennenbomen je je afvragen of het beest niet aan Morris’ fantasie is ontsproten. Niet minder suggestief is de prent waarop het jongetje oog in oog staat met Randy Pek: het hoofd van de man buigt niet toevallig mee met de zwaar besneeuwde dennentop terwijl Morris dapper naar hem omhoogkijkt. Loopt alles dan toch goed af? Een ding is zeker, Morris behoort tot Moeyaerts beste werk.

Lees ook dit essay van Moeyaert over het belang van kinderliteratuur: Geef dat kind een verhaal