Recensie

Recensie Boeken

Het boek van Lynn Berger over de zorg is voorbeeldige journalistiek. Maar is haar analyse hard genoeg?

reportage In Zorg wijst Lynn Berger op al die mensen die te hard werken in de zorg. Maar ze is niet naïef: zorgen is geen rooskleurige aangelegenheid

Revalidatie van een ex-covid patient in het Amphia ziekenhuis in Breda.
Revalidatie van een ex-covid patient in het Amphia ziekenhuis in Breda. Foto Merlin Daleman

‘Wil je zorg begrijpen,’ schreven ooit de Amerikaanse denkers Joan Tronto en Berenice Fisher, ‘dan moet je het niet van bovenaf bekijken, maar vanaf de grond en vanuit het midden.’

Zorg lijkt iets abstracts. We hebben allemaal beelden in ons hoofd van de dokter die haar patiënt onderzoekt, of de ouder die zijn kind in bed stopt. Maar waar bestaat zorg nu eigenlijk precies uit? In haar nieuwe boek Zorg doet schrijver en Correspondent-journalist Lynn Berger exact wat Tronto en Fisher ons aanraden: ze maakt de onzichtbare relatie die zorg is zichtbaar, door vanaf de grond en vanuit het midden te observeren. En het gaat Berger daarbij niet alleen om officiële zorgverleners, de mensen die ervoor betaald krijgen, maar om alle relaties waarin zorg een rol speelt. Ze zoekt de mensen op die zorgen, en mensen die zorg nodig hebben. Ze beschrijft, en ze analyseert.

Dit is journalistiek zoals je hoopt dat die altijd bedreven zou worden – geëngageerd en toch met de nodige distantie. Berger wisselt aangrijpende passages over een moeder die voor haar stervende kind zorgt af met een zakelijke reportage over het meelopen met een verpleegkundige van jongeren met gedragsproblemen. (In het uiterste geval wordt een bewoner naar een „rustruimte” gebracht. ‘Dat is iets vriendelijker dan een isoleercel, maar dan nog wil je iemand daar niet in zetten.’) Daarnaast reflecteert ze uitgebreid op haar eigen verhouding tot zorg: als jonge moeder, maar ook als iemand die – net als iedereen – regelmatig zorg nodig heeft. Een bijkomend thema is de corona-epidemie, die juist tijdens het schrijven van dit boek uitbrak. Ook daar werden onze ideeën over wat het betekent om te zorgen en verzorgd te worden op de proef gesteld, en geherdefiniëerd.

Niet naïef

Het risico van een boek over zorg is dat het gemakkelijk een onkritische lofzang op zorgverleners en andere verzorgers had kunnen worden, maar Berger is niet naïef over zorg. Zorgen is geen rooskleurige aangelegenheid, laat ze mooi zien. Een zorgrelatie kan soms zelfs omslaan in iets onwenselijks – iets wat een ongelijkwaardige verhouding in stand houdt of brengt. Wie zorg verleent verheft zich dikwijls boven de ander. Er zit macht in zorg. En voor de zorgverlener zelf is het ook niet altijd makkelijk. Berger haalt de Britse kinderarts Donald Winnicott aan die bijvoorbeeld stelde dat de haat die ouders soms voelen naar hun kinderen heel normaal is. ‘De kunst is volgens hem niet om de haat op te heffen, maar om hem te tolereren: om je bewust te zijn van de ambivalentie die het zorgen voor je kind, ouder, patiënt in je losmaakt, zonder ernaar te handelen. Om jezelf te beheersen, dus.’

Beheerste aanklacht

Het boek van Berger is een aanklacht, maar wel een beheerste. Ze is boos om wat ze ziet in de samenleving, op alle fronten: mensen die te hard werken, voor te weinig geld, of met te weinig steun. Ze ziet mensen op hun tandvlees lopen en opgebrand raken. Ook zelf voelt ze zich als moeder regelmatig overbelast. We zorgen niet goed voor de mensen die zorgen, concludeert ze.

Maar de vraag is wel: is Berger hard genoeg voor onze hardvochtige samenleving? In haar poging om van binnenuit en onderop te schrijven, negeert Berger het perspectief van bovenaf. De bestaande theoretische literatuur over zorg en arbeid stipt ze netjes aan, maar ze eindigt haar uiteenzetting wel met een dooddoener: ‘Kennelijk kan het dus gewoon: zonder eerst allemaal feministisch-marxistische analyses te lezen begrijpen dat je zorg eerlijk kunt verdelen.’

Wat mist is nu juist de bredere analyse van de politieke, economische en maatschappelijke veranderingen die onze kijk op zorg hebben beïnvloed. Tegen het eind van het boek staat Berger stil bij de vraag hoe we de samenleving in zijn geheel zorgzamer zouden kunnen maken. Ze komt met een aantal interessante suggesties: laat de vakanties van ouders in de pas lopen met de schoolvakanties van kinderen. Een kortere en flexibelere werkweek zou mensen meer tijd geven om te zorgen. Maar daar blijft het bij: concrete oplossingen voor concrete problemen. Als Berger de ideologische verschuiving van een zorgzame (het heette niet voor niets ‘de verzorgingsstaat’) naar een zogenaamd ‘zorgeloze’ samenleving wat verder had uitgediept, was dit mogelijk een nog rijker boek geweest.

En toch is Zorg waardevol. Want we hebben de zorg verwaarloosd, en daarmee de kern van wat ons mens maakt: dat is de boodschap waar je na het lezen niet omheen kunt. We zien hoe zorgverleners tegen hun grenzen aanlopen; hoezeer het ze ontbreekt aan tijd en ruimte. Berger geeft een gezicht en stem aan deze mensen. Ze onderzoekt hun motivaties en zoekt naar oplossingen voor bestaande problemen. Hoop is een belangrijk onderdeel van zorg, constateert ze. Hopelijk zal dit boek veel lezers inspireren en strijdbaar maken. Want als onze samenleving ziek is, en je kunt bijna niet anders dan dat concluderen na het lezen van Zorg, is dit boek zonder twijfel een eerste stap naar herstel.

Lees ook dit interview met Lynn Berger: ‘De vooroordelen over enig kinderen zitten diep’