Opinie

Decadent links geeft radicaal-rechts alle ruimte

Italië Bij Italiaans links zijn ego’s belangrijker dan de inhoud. De prijs die het land én de Europese Unie daarvoor betalen is hoog, betoogt .
Giorgia Meloni, leider van de radicaal rechtse Fratelli d’Italia, tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Milaan.
Giorgia Meloni, leider van de radicaal rechtse Fratelli d’Italia, tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Milaan. Foto Piero Cruciatti/AFP

Radicaal-rechts stevent volgens de peilingen af op een ruime zege bij de Italiaanse verkiezingen van zondag. Giorgia Meloni, een politica met een post-fascistische achtergrond, lijkt de grote winnaar te worden. Dat is niet zozeer haar verdienste, maar eerder de schuld van haar zwakke tegenstanders.

Europa slaakte een zucht van verlichting toen de oud-president van de Europese Centrale Bank, Mario Draghi, anderhalf jaar geleden aantrad als premier van Italië. Eindelijk kreeg Italië een stabiele regering, die uitgesproken pro-Europees was en niet haar huishoudboekje te buiten zou gaan. Bovendien zou Italië zo’n 200 miljard euro ontvangen uit het corona-steunfonds. Het leek de ultieme kans voor Italië: een premier van zijn statuur, gesteund door een brede meerderheid in het parlement, en voor het eerst in lange tijd niet met een kaasschaaf maar met een flinke zak geld.

Ook de bevolking stond massaal achter Draghi: tweederde van de Italianen steunde hem bij zijn aantreden in februari 2021. Daarvan was nog altijd een (indrukwekkende) 50 procent over bij zijn vertrek afgelopen zomer. Opvallend, want de onvrede is groot in Italië. Dat Italianen, van links tot rechts, achter Draghi en zijn regering stonden, wijst op het verlangen naar stabiliteit en politieke rust. Het maakt het des te opvallender dat, twee maanden later, radicaal-rechts de verkiezingen lijkt te gaan winnen.

Na een bijzonder korte campagne – in augustus staat het land traditiegetrouw zo goed als stil – torent Giorgia Meloni boven de andere partijen uit. Hoewel er geen actuele stand bekend is – peilingen zijn in de laatste twee weken tot de verkiezingen verboden – is bekend dat Italianen in de laatste dagen graag op de kar van de winnaar springen. Aangezien deze strijd een duidelijke koploper heeft, zou Meloni zondag zo maar eens 30 procent kunnen halen. Haar partij Fratelli d’Italia was voor kort een post-fascistische splinterpartij en kan straks de grootste partij van Italië zijn. Een sterker contrast met de sobere, zakelijke professor Draghi lijkt nauwelijks denkbaar.

Lees ook: Russische beïnvloeding van Italiaanse verkiezingscampagne is mislukt, zegt analist

Interne ruzies

Dat Giorgia Meloni in korte tijd zo veel Italianen naar haar uiterst rechtse flank heeft getrokken, toont een gebrek aan visie van de partijen op links en in het midden. Het lijkt alsof het voor hen ook te snel is gegaan. Ze knipperden even met hun ogen, vochten een paar interne ruzies uit, distantieerden zich van partijen een paar tinten linkser of rechtser, en opeens stevent Italië af op de meest rechtse regering sinds de Tweede Wereldoorlog.

Giorgia Meloni heeft weliswaar haar toon gematigd en uit zich minder eurosceptisch dan de afgelopen jaren, maar Europa zal met haar een premier krijgen die zeer nationalistisch is, van een partij die tot op de dag van vandaag flirt met neofascistische groeperingen. De beloftes van belastingverlagingen en een verhoging van de pensioenen doen vrezen voor clashes met Brussel die de hele Europese Unie zullen raken. En ook op het gebied van migratie zal Europa te maken krijgen met een Italië dat een eigen, hardere koers zal varen. Meloni vertegenwoordigt een stroming binnen de EU waarin statelijke autonomie leidend is. Ze steunt de Hongaarse premier Viktor Orbán en haar partij stemde deze week in het Europees Parlement tegen financiële sancties voor het ondermijnen van de rechtsstaat.

In Italië maken minderheden zich grote zorgen. Meloni is uiterst conservatief en wil vrouwen „het recht geven om niet voor een abortus te kiezen”.

Linkse partijen hebben de afgelopen weken weinig anders gedaan dan waarschuwen voor een uiterst rechtse regering. In interviews en campagnebijeenkomsten bestempelden ze Meloni als het absolute kwaad. In Italië is het een beproefde manier van campagne voeren. Berlusconi waarschuwt al sinds de jaren negentig dat de communisten aan de macht komen als rechts de verkiezingen niet wint. Links waarschuwt sinds de Tweede Wereldoorlog voor een terugkeer van het fascisme. Maar met het verstrijken van de tijd boezemen deze linkse en rechtse fantomen uit het verleden steeds minder angst in. De obsessie met de tegenstander heeft ervoor gezorgd dat links zijn eigen boodschap en toekomstvisie nauwelijks heeft overgebracht.

De obsessie met de tegenstander heeft ervoor gezorgd dat links zijn eigen boodschap en toekomstvisie nauwelijks heeft overgebracht

De Italiaanse verkiezingen kennen doorgaans een zeer hoge opkomst. Zondag zal een recordaantal Italianen niet gaan stemmen. Vooral veel jongeren blijven thuis. Het is te gemakkelijk om daar alleen maar onverschilligheid in te zien. Het is een dieper probleem dat erop wijst dat een groot deel van Italië zich niet vertegenwoordigd voelt.

Daarnaast zijn de pro-Europese en gematigdere partijen op links en in het midden verdeeld. Linkse leiders kwamen met name in het nieuws wanneer zij samenwerkingen uitsloten, ondanks de grote gelijkenissen tussen politieke agenda’s en programma’s. De ego’s bleken vele malen groter. Ze verspeelden kostbare woorden en tijd aan de poppetjes in plaats van aan urgente thema’s als klimaatverandering en sociale gelijkheid. Zo hebben zij een ruime meerderheid van de Italianen die níet rechts stemt – en gruwelt van deze zeer rechtse coalitie – in de steek gelaten. En hebben ze er bewust voor gekozen op voorhand de verkiezingen te verliezen van een verenigd rechts blok.

Aansluiting met het volk kwijt

Het getuigt van arrogantie en gebrek aan inzicht te denken dat met een extreem figuur als Giorgia Meloni op rechts de stemmen op links vanzelf zouden binnenvloeien. Links is al veel langer (en niet alleen in Italië) de aansluiting met het volk kwijt en heeft thema’s waar wezenlijke zorgen over zijn, zoals migratie, laten kapen door populistisch rechts. Het is de zelfgenoegzaamheid die de kiezer in de armen drijft van populistische partijen met simplistische oplossingen voor complexe problemen.

Door de partijen op het midden en links is met dedain en apathie gereageerd op de opkomst van Fratelli d’Italia en leider Giorgia Meloni. Zo noemde partijleider Carlo Calenda de manier waarop Meloni sprak „alsof ze in de bar stond”. In plaats van te kijken naar wat de partijen bindt ten opzichte van een zeer rechtse conservatieve partij, concentreerden hun leiders zich op onderlinge verschillen en vetes uit het verleden. In de volle overtuiging dat een partij als Fratelli d’Italia, met zo’n dubieus verleden nooit de verkiezingen kan winnen. Toch wijst alles erop dat dat precies is wat er zondag gaat gebeuren.