Toezichthouder vindt toezicht op advocaten niet onafhankelijk genoeg en stapt op

Advocatuur Voorzitter Jeroen Kremers van het college van toezicht ziet „effectiviteit, onafhankelijkheid en transparantie” van toezicht onder druk staan.

Voorzitter van het college van toezicht op de advocatuur Jeroen Kremers: „Nederland is geen bananenrepubliek”. Foto Bart Maat/ANP
Voorzitter van het college van toezicht op de advocatuur Jeroen Kremers: „Nederland is geen bananenrepubliek”.

Foto Bart Maat/ANP

De voorzitter van het college van toezicht op de advocatuur, Jeroen Kremers, heeft woensdag zijn ontslag aangeboden. In een brief aan minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) uit Kremers zijn zorgen over het gebrek aan „effectiviteit, onafhankelijkheid en transparantie” binnen het college. Ook zegt hij dat het college al enige tijd geen medewerking meer krijgt van de Nederlandse orde van advocaten (NOvA).

Binnen de advocatuur bestaat een complex systeem van zelfregulering, waarbij de advocatuur haar eigen regels bepaalt en handhaaft. De lakens worden uitgedeeld door de Nederlandse orde van advocaten (NOvA): die treedt op als belangenbehartiger en maakt de beroeps- en gedragsregels. Aan het hoofd van de NOvA staat een algemeen deken: advocaat Robert Crince le Roy.

Lees ook: Hoe de Nederlandse orde van advocaten vernieuwing en transparantie tegenwerkt

De kern van de kritiek van Kremers hangt samen met de „stapeling van functies” bij de algemeen deken Crince le Roy. Hij is niet alleen voorzitter van het bestuur van de NOvA, maar ook voorzitter van het landelijke college van afgevaardigden (een soort ‘advocatenparlement’) én tevens lid van het driekoppige college van toezicht. Kremers schrijft dat deze stapeling „zich slecht met de vereisten van onafhankelijkheid en transparantie” verdraagt. Hij wijst er op dat er bij eerdere evaluaties over het advocatentoezicht, zoals in 2020 door onderzoeksbureau Pro Facto, eveneens kritiek was over de verschillende petten van de algemeen deken.

Scheiden

Uit de ontslagbrief van Kremers volgt dat eerdere algemeen dekens hun verschillende rollen nog probeerden te scheiden, maar dat Crince Le Roy bij zijn aantreden aangaf dat van meerdere petten geen sprake was. Integendeel, hij zou ondanks eerdere toezeggingen van de NOvA dat niet te doen, nog een vierde pet hebben opgezet door deel te gaan nemen aan het dekenberaad. Dat is een overlegorgaan van elf lokale dekens die toezicht houden op de naleving van de advocatenregels in hun arrondissement.

Kremers noemt het „niet passend” dat een lid van het college van toezicht deelneemt aan het dekenberaad waar het college juist toezicht op moet houden. Hij noemt dat „schadelijk voor het gezag en functioneren” van het in 2015 door het kabinet opgerichte college van toezicht.

Kremers – die tevens als ‘staatsagent’ de Nederlandse aandelen in KLM bewaakt en voorheen onder meer hoge functies bij het IMF, ABN Amro, de NS en Robeco bekleedde – is sinds 2019 een van de twee Kroonleden van het college. Waar elf dekens lokaal toezicht houden, is het college er voor de overkoepelende blik. Zo bracht het begin dit jaar een bijzonder kritische evaluatie uit over de wijze waarop de deken in Den Haag onderzoek verrichtte naar de miljoenenfraude bij landsadvocaat Pels Rijcken.

Lees ook: Onderzoek naar fraude Pels Rijcken was onvolledig en niet onafhankelijk genoeg, stelt toezichthouder

Bij het opstappen van Kremers speelt op de achtergrond de hervorming van het toezicht op de advocatuur. Mede vanwege incidenten van de afgelopen jaren waar het lokale advocatentoezicht een maat te klein bleek – zoals de fraude bij Pels Rijcken en gang van zaken rond advocaat Youssef Taghi – buigt minister Weerwind zich momenteel over de uitwerking van een nieuwe toezichtstructuur. Naar alle waarschijnlijkheid zal er een nieuwe landelijke toezichthouder komen. Over de beste uitwerking van dat toezicht heerst volgens Kremers momenteel „diepe onenigheid” binnen de advocatuur. De NOvA liet eerder al weten geen rol meer te zien weggelegd voor het college van toezicht, terwijl de lokale dekens die wel zouden zien.

Kremers zegt telefonisch dat hij geen andere mogelijkheid zag dan op te stappen, omdat hij vindt dat het college niet onafhankelijk meer functioneert. Zijn termijn bij het college liep eind dit jaar af. Kremers hoopt dat er bij de hervorming van het toezicht op de advocatuur een toezichthouder komt die onafhankelijk van de Nederlandse orde van advocaten staat, geïnspireerd op het systeem in Duitsland of het Verenigd Koninkrijk. In die landen is belangenbehartiging wettelijk strikt gescheiden van regelgeving en toezicht. Tevens stelt hij voor een dat de door het kabinet aangekondigde staatscommissie Rechtsstaat zich over het toezichtregime buigt. „Voor de rechtsstaat is het onderwerp belangrijk genoeg, Nederland is geen bananenrepubliek.”

De Nederlandse orde van advocaten gaat in een schriftelijke reactie niet inhoudelijk in op de kritiek van Kremers. De orde stelt het te betreuren „dat de bespiegelingen van Jeroen Kremers over onder meer de toekomst van het toezicht op de advocatuur, hebben geleid tot zijn terugtreden uit het college van toezicht”.