Recensie

Recensie Theater

Nineties neemt je mee naar de bodem van de oceaan

Theater ‘On All Things Earth’ van Nineties Productions is op momenten poëtisch, maar het ontbreekt de voorstelling meestal aan theatrale spanning.

In On All Things Earth verplaatst de kijker zich onder meer in een steen die terechtkomt op de bodem van de oceaan.
In On All Things Earth verplaatst de kijker zich onder meer in een steen die terechtkomt op de bodem van de oceaan. Foto Julian Maiwald

Wat als we de hoofdrol niet toekennen aan onszelf, maar aan „het verband” waarin we leven? In het interdisciplinaire On All Things Earth doet Nineties Productions een poging om het perspectief van de mens te verleggen naar alles om ons heen.

Acteur Yannick Noomen en muzikant Frank Rosaly staan in een spectaculair licht- en videodecor (Julian Maiwald en Noralie van den Eijnden), dat hen gaandeweg opslokt. Maar de voorstelling begint in sobere eenvoud. De proloog doet denken aan een haast lichtvoetig egodocument van een even aimabele als ijdele theatermaker, die op een landerige zomeravond in gesprek raakt met een onbekende vrouw die hem een nieuwe blik op zijn artistieke praktijk biedt: „minder in het centrum van je eigen wereldbeeld”.

Alles houdt verband

Schrijver Han van Wieringen volgt met een associatieve monoloog waarin die premisse meteen in de praktijk wordt gebracht: we verplaatsen ons in een steen die terechtkomt op de bodem van de oceaan, verglijden haast vanzelf in de roze inkt die een octopus de zee in spuit, naar eencellige spore in de lucht, via een zaadje op het strand naar mos dat uitgroeit tot een varen. Alles houdt verband met alles.

Lees ook deze recensie van Untitled_2021

Dit grote-zaaldebuut van regisseur Anne Maike Mertens is sterk geënt op haar online-coronaproject Untitled_2021 uit datzelfde jaar, waarin ze met vrijwel hetzelfde artistieke team op vergelijkbare (maar kleinschaligere) wijze dit thema onderzocht. En hoewel op momenten poëtisch, ontbreekt het de voorstelling meestal aan theatrale spanning.

Veel audiovisueel geweld, maar ‘On All Things Earth’ is een statische kijkervaring

Noomen geeft al zijn woorden hetzelfde grote belang mee, een aan heiligheid grenzende serieusheid, gespeend van lichtheid of grilligheid. Dat wordt geaccentueerd door het voornamelijk trage, mysterieuze geluidsdecor, dat nauwelijks versnelt of ontregelt. De projecties zijn, zeker in de onderwatersequentie aan het begin, opvallend illustratief. In grote rasters worden fragmenten van die onderwaterwereld geprojecteerd: tentakels, schelpen, visgraten, koraal. Later wordt het gelukkig abstracter: likkende vlammen, een tollende planeet, explosies. Noomen lijkt steeds kleiner te worden, op te gaan in de scenografie.

Het audiovisuele geweld neemt niet weg dat On All Things Earth per saldo een nogal statische kijkervaring is: de denkoefening die de makers voor ogen hebben, wordt in de proloog expliciet verwoord en vervolgens via een vrij keurig stramien ingevuld. Als toeschouwer kun je achterover leunen: in de meanderende monoloog voelen de woorden en de beelden die worden opgeroepen al snel als variaties van hetzelfde, en glijden dus meteen van je af. Er is geen focus, ontregeling of twijfel, alles staat in het teken van totale acceptatie van dit voorstel om ons te verhouden tot andere perspectieven. Dat is voor de een misschien bevrijdend, maar voelt vooral ook inwisselbaar en richtingloos.

Spectaculaire lichtkunst

Pas op het einde worden we echt overrompeld. De voorstelling stevent af op een spectaculair staaltje lichtkunst: in een desoriënterend duister worden golvende, witte lichtflitsen de zaal ingeschoten, de omgeving lijkt te kantelen, het voelt alsof je door een oneindige kosmos zweeft, ijle klanken accentueren de diepe stilte. Ergens – waar precies is niet te achterhalen – is Noomen verdwenen, opgeslokt door de duisternis, definitief uit het centrum verstoten.

Je blijft achter met de paradox dat de makers de mens uit het centrum van ons perspectief willen tillen, maar door de audiovisuele bombast die de voorstelling tot aan het einde toe zo sterk kenmerkt, blijft de focus alsnog liggen op die menselijke hand. Zo eindigt de mens alsnog expliciet in het middelpunt.