Grootschalige fraude in de VS: bedrijven kregen miljoenen voor niet-bestaande voedselhulp

Coronasteun In de staat Minnesota beweerden bedrijven miljoenen gratis maaltijden aan te bieden aan arme kinderen. Dinsdag zijn 48 betrokkenen aangeklaagd: zowel de maaltijden als de kinderen bleken volgens justitie niet te bestaan.
De ngo Feeding Our Future zou honderden frauduleuze bedrijven hebben geholpen in ruil voor een deel van het geld.
De ngo Feeding Our Future zou honderden frauduleuze bedrijven hebben geholpen in ruil voor een deel van het geld. Foto Shari L. Gross/AP

In de Amerikaanse staat Minnesota zijn 48 mensen aangeklaagd voor een van de grootste aan de pandemie gerelateerde fraudezaken tot nu toe. Zij claimden tienduizenden kinderen uit arme gezinnen van miljoenen maaltijden te voorzien via speciaal daarvoor opgerichte bedrijfjes. Daarvoor kregen zij in totaal meer dan 240 miljoen dollar (bijna 242 miljoen euro) van de staat, meldden Amerikaanse media dinsdag. De officier van justitie in Minnesota zegt nu dat zij de regering factureerden voor maaltijden die ze niet serveerden, aan kinderen die niet bestonden.

De tientallen beklaagden hadden tussen 2018 en 2021 bedrijfjes opgericht die beweerden gratis voedsel aan te bieden aan kinderen in nood, om vervolgens het geld voor die zogenaamde maaltijden terug te krijgen van het Amerikaanse ministerie van Landbouw. Volgens de aanklacht werd het geld vooral gebruikt om luxe auto’s, onroerend goed in het buitenland en andere goederen te kopen. Ook de opgegeven lijsten van kinderen bleken niet te bestaan; namenlijsten werden samengesteld met behulp van de website listofrandomnames.com, meldt The New York Times.

Een van de hoofdverdachten in de zaak is ambtenaar Aimee Bock, oprichter van de non-profitorganisatie Feeding Our Future. Zij sponsorde alle bedrijfjes via haar stichting, die ironisch gezien door de staat Minnesota als fraudewaakhond was aangemerkt. Zo zou Feeding Our Future bijna tweehonderd voedselorganisaties hebben goedgekeurd. Volgens de aanklacht dienden Bock en anderen in haar organisatie bij het ministerie de verzoeken in voor het uitbetalen van de fondsen, in ruil voor 10 tot 15 procent van het geld.

Restaurants omgekocht

De grootschalige fraude kon zo goed als ongezien plaatsvinden vanwege de coronacrisis. Tijdens de pandemie werd namelijk afgezien van enkele van de standaardvereisten voor locaties in voedselprogramma’s. Het ministerie van Landbouw stond toe dat voedsel uitgedeeld kon worden in restaurants, buiten educatieve programma’s om. Op die manier konden twee verdachten bijvoorbeeld een restauranteigenaar omkopen voor 40.000 dollar per maand om zijn restaurant te gebruiken. Op die locatie factureerden ze volgens justitie vervolgens bijna 150.000 maaltijden per maand op de namen van 2.000 kinderen – ongeveer de helft van alle kinderen in het plaatselijke schooldistrict. Daarvan bleken slechts 33 scholieren echt te bestaan.

Een andere verdachte claimde twee maaltijden per dag aan in totaal 5.000 kinderen te geven, en dat vanuit een klein appartement. Daarnaast viel het justitie op dat de namenlijsten iedere dag hetzelfde waren. Geen enkel kind was dus wel eens ziek, of afwezig. De aanklagers zeggen ook dat het niet kan dat de bedrijven „slechts binnen enkele dagen of weken na oprichting, en ondanks het feit dat ze weinig personeel hadden en weinig tot geen ervaring, deze hoeveelheden maaltijden serveerden”. Het onderzoek is nog bezig en het is nog niet bekend wanneer zaak dient.