Met de camera op safari in de Bijlmermeer

Bijlmermeer in de film Op het Nederlands Filmfestival gaat de serie ‘Rampvlucht’ in première, over de vliegtuigramp in de Bijlmer van 1992. De buurt is in films en series vaak de witte verbeelding van getto óf exotische belofte.

‘Bijlmer Odyssee’, met Egbert-Jan Weeber: korte film van Urszula Antoniak uit 2004 over twee geliefden die elkaar kwijtraken in de Bijlmer bij nacht.
‘Bijlmer Odyssee’, met Egbert-Jan Weeber: korte film van Urszula Antoniak uit 2004 over twee geliefden die elkaar kwijtraken in de Bijlmer bij nacht.

Ook mensen die er nooit geweest zijn, hebben een beeld van de Bijlmer. Doorgaans negatief. Van de beelden op tv kennen ze de muur van hoge galerijflats, samenscholingen van zwarte mensen rond vuren in olievaten, misdaad, drugs, daklozen, illegalen, armoede. Een no-go-area. Grauw, grijs, uitzichtloos.

Daar klopt weinig van: vaak zijn die beelden exotismen, of ontleend aan Amerikaanse films over zwarte getto’s.

Hoe ziet de Bijlmer (‘Zuidoost’ officieel, ‘Bims’ voor intimi) eruit in films en series? Vlak nadat de Bijlmermeer was opgeleverd figureerde ze al in een speelfilm, Blue Movie. Deze erotische zedenschets uit 1972, waarin een vrijgelaten zedendelinquent met de halve flat naar bed gaat, staat nog altijd op 5 in de lijst bestbezochte Nederlandse films, met 2,3 miljoen bezoekers. Regisseur Wim Verstappen wilde de nieuwe tijden van seksuele vrijheid laten zien, en waar kon dat beter dan in de nieuwe galerijflats van de Bijlmer? De hele wijk was ontworpen als experimentele nieuwe woonvorm. Opvallend: cameraman Jan de Bont filmt de flats niet grauw en desolaat, zoals later gebruikelijk, maar badend in goudbruine avondschemer. En nog opvallender: iedereen in de seksflat is wit.

Dat zou snel veranderen. Verderop in de jaren zeventig kwamen er veel Surinaamse migranten wonen die elders in de stad niet welkom waren. Inmiddels telt de wijk meer dan honderd culturen. De Bijlmer werd voortaan bijna altijd afgeschilderd als een getto, met misdaad en verpaupering. Soms werd de wijk juist heel positief verbeeld, vooral in documentaires, met veel aandacht voor kleurrijke jurken, levendige feesten en kerkdiensten, hiphop. Maar ook daarin kwamen filmmakers zelden voorbij de clichés.

Bijlmersafari

Een constant uitgangspunt van films en series over de buurt is de ‘Bijlmersafari’: een doorgaans witte buitenstaander ontdekt de wijk als een wonderlijk, exotisch oord. Dat zie je bijvoorbeeld in Alleen maar nette mensen, een romantisch-racistische komedie uit 2012 over een Joodse jongen uit Oud-Zuid die op zwarte vrouwen valt omdat die volgens hem primitiever zijn dan witte, met grotere billen, en daarom beter in seks. In de Bijlmer vindt hij de levendigheid, de wilde feesten en de seksuele vrijheid die hij mist in zijn eigen omgeving.

Op het Nederlandse Filmfestival in Utrecht gaat de nieuwe serie Rampvlucht in première. Over de ramp van 1992, toen een El-Al-vrachtvliegtuig neerstortte op twee flats. Ook daar tref je een clichématig vis-uit-kom-motief. De serie draait weliswaar deels om een Bijlmerbewoner, maar de twee andere hoofdrollen zijn witte journalisten die speuren naar complotten en doofpotten en ondertussen de Bijlmer ontdekken als een oord waar andere regels gelden.

Lees ook een interview met scenarist Michael Leendertse en actrice Joy Delima over ‘Rampvlucht’

Dat niet alle kijkers de exotistische safari-blik op de Bijlmer nog langer kunnen waarderen, bleek uit de ophef rond De Tatta’s, een komedie die voor december op stapel staat. Nog voor er een meter geschoten was, kregen de makers kritiek op het uitgangspunt: een rijk wit gezin uit het Gooi gaat bankroet en moet noodgedwongen in de zwarte Bijlmer gaan wonen, met alle culturele botsingen van dien. Een soort omgekeerde Flodder. Onder druk van de kritiek hebben de makers besloten de film in een fictief oord te situeren.

Gangland en kelderbox

Om het stigma van de Bijlmer als getto te bestrijden en om de rijkdom van de buurt te laten zien, bracht het duo Karim Khamis en George Adegite vorig jaar de reportagereeks Bims in de Lobby (VPRO). Khamis: „Het beeld van de Bijlmer is super-stigmatiserend, bijna altijd sensatie, gangland, seks in de kelderboxen. Je ziet dat ook in hiphopvideo’s, vaak van rappers die niet zelf in de Bijlmer wonen. Iedereen die er opgroeit heeft daar last van. Je gaat toch geloven dat je minder bent dan andere mensen en dat de normale weg – opleiding, werk, gezin – niet voor jou is weggelegd.”

Khamis heeft een veel positiever beeld van de buurt: „Het is een mengelmoes, warm, menselijk, veel gemeenschapszin. Dat zie je veel minder in andere stadsdelen.” Hij ziet de Bijlmer ook als een onaangeraakte schat aan filmtalent: „De Denzel Washingtons, Halle Berry’s en Spike Lees komen hier vandaan. Juist hier in de Bijlmer zitten verhalen en mensen die een groot publiek zullen aanspreken.”

Als voorbeeld noemt Khamis In het niets, een aangrijpende kortfilm uit 2013 over de vliegtuigramp, waarin een twaalfjarig Ghanees meisje vriendschap sluit met een chagrijnige, getraumatiseerde man (Issaka Sawadogo) – tot het neerstortende vliegtuig hen scheidt. Een monument voor de anonieme, ongedocumenteerde slachtoffers van de ramp.

Op het Nederlandse Filmfestival NFF gaat ook horrorfilm Black Girl Magic in première. Twee Surinaams-Nederlandse vriendinnen gebruiken winti-rituelen om een knappe voetballer aan de haak te slaan, maar roepen daarmee duistere krachten op. De Bijlmer is hier weliswaar het decor van zwarte magie, maar de woonomgevng spreekt vanzelf en is geen exotisch terra incognita voor de witte ontdekkingsreiziger.