Beeld uit de documentaire ‘Beste meneer Bouterse’.

Interview

Ananta Khemradj over haar documentaire: ‘De archieven over Bouterse moeten nu open’

Nederlands Filmfestival | Interview | Ananta Khemradj, regisseur Met de camera in de hand ondervraagt Ananta Khemradj ‘boutisten’ en verwanten van de slachtoffers van de Decembermoorden hoe Suriname verder moet na een geschiedenis die het land nog steeds verscheurt. Een indrukwekkend en persoonlijk verslag.

In eerste instantie maakte ze haar nieuwe film Beste meneer Bouterse voor Surinamers. Haar land is nog steeds diep verdeeld over de militaire staatsgreep door de sergeant en latere president Desi Bouterse in 1980 en de nasleep van de Decembermoorden in 1982, toen vijftien critici van Bouterses regime werden vermoord in Fort Zeelandia.

„Een land dat z’n verleden niet onder ogen durft te komen, heeft geen toekomst”, vindt filmmaker Ananta Khemradj. Khemradj is 32 jaar, werd geboren in Tilburg, werkte als journalist voor het Surinaamse actualiteitenprogramma ABC Aktueel en combineert terug in Nederland een dagbaan in de agrarische sector met een bestaan als filmmaker. In Je kan toch lezen (2019) verbaasde ze zich erover dat zij en haar generatiegenoten zo weinig over het verleden van Suriname weten. Beste meneer Bouterse is het vervolg. Nu ondervraagt ze vrienden en bekenden, oud-collega’s, ‘boutisten’ en verwanten van de slachtoffers van de Decembermoorden over hoe Suriname verder moet. De film werd een gevoelige en indrukwekkende zoektocht naar verbinding.

Ze koos ervoor om alleen te praten met mensen die dicht bij haar staan. „Voor een echt gesprek is een zekere kwetsbaarheid nodig. Het was best lastig om mensen voor de camera te krijgen. Bovendien voelde ik me verantwoordelijk voor de omgeving waarin ik ben opgegroeid, wat meer de kant van de nabestaanden is.” Dat blijkt bijvoorbeeld uit de emotionele telefoongesprekken met haar journalistieke mentor die vindt dat elke film over dit onderwerp Bouterse alsnog een platform geeft.

Haar film heeft echter ook een boodschap voor de Nederlandse toeschouwer. „Nederland moet z’n verantwoordelijkheid nemen en de archieven openen.” In de film wordt gememoreerd hoe premier Rutte in 2014 bepaalde dat deze nog tot 2060 gesloten blijven, waardoor er veel onduidelijk blijft over onder meer de Nederlandse invloed op de staatsgreep. Khemradj gaat op bezoek bij PvdA-politicus Jan Pronk, die als toenmalige minister van Ontwikkelingssamenwerking betrokken was bij de onafhankelijkheid. Hij stelt dat de archieven nu open moeten, wil er ooit een proces van verwerking en verzoening kunnen plaatsvinden. 2060 is te laat. President Santokhi zegt in de film toe er werk van te gaan maken dat de archieven opengaan. Khemradj: „Er is nu geen openheid. De mensen die er nog iets over kunnen vertellen hebben niet zo lang meer te leven, dus hoe lang moet ik nog wachten?”

Er werd zelfs gelachen tijdens de film, maar tijdens het nagesprek liepen de emoties toch weer hoog op

Beste meneer Bouterse is zoals de titel al aangeeft opgezet als een brief aan de oud-legerleider. Tot het einde toe blijft onduidelijk of ze hem ook daadwerkelijk te spreken zal krijgen. Khemradj raadpleegt er haar oude vriendengroep over, een van de meest aangrijpende momenten van de film, die net als Je kan toch lezen roept om een vervolg. Khemradj: „Dat voel ik ook wel, maar ik weet niet of ik dat nu kan doen. Dit was zo’n intense reis dat er eerst ruimte moet zijn voor gesprek en reflectie.” Of de film dat kan bewerkstelligen? Ze hoopt het. Voor een besloten vertoning in Suriname deze zomer bracht ze alle betrokkenen bijeen. „Er werd zelfs gelachen tijdens de film, maar tijdens het nagesprek liepen de emoties toch weer hoog op.”

Nieuw onderzoek naar de Decembermoorden staat momenteel niet hoog op de agenda. Suriname gaat weer door een roerige tijd. Afgelopen zomer waren er protesten tegen het nepotisme van president Santokhi. Ook bevindt het land zich in een ernstige economische crisis. Khemradj: „Wat dat betreft is er nooit een goed moment om deze film te maken. Mijn generatie heeft er nu misschien niet eens direct baat of belang bij, die is aan het overleven. Maar dan moeten we het toch voor toekomstige generaties doen.”

Filmmaker Pim de la Parra, die in 1976 de ‘eerste Surinaamse film’ Wan pipel (‘Eén volk’) maakte, zegt in Beste meneer Bouterse dat het misschien nog wel „2.300 jaar” zal duren voordat er eenheid in Suriname is. „Ik ben niet zo pessimistisch, maar dat het lang gaat duren, daarin heeft hij wel gelijk. Er is meer nodig dan alleen maar een paar antwoorden in een rapport, of een schadevergoeding. En Nederland heeft ook een rol. We moeten inzicht krijgen in hoe dat dekolonisatieproces is verlopen, anders blijft het maar doorsudderen.”