Mensenrechtenadvocaat Nadim Houry.

Belga/Nicolas Maeterlinck

Wie een journalist vermoordt komt daar vaak mee weg. Een internationale taskforce zou dat moeten voorkomen

Interview Slechts in twaalf tot vijftien procent van de gevallen leidt een moord op een journalist tot een veroordeling. Mensenrechtenadvocaat Nadim Houry wil een internationale taskforce.

Ook dit jaar zijn er verspreid over de wereld al weer tientallen journalisten vermoord – 61 volgens UNESCO. Omdat het in veel landen maar zelden tot een strafrechtelijk onderzoek komt, zou er een speciaal internationaal team van experts moeten komen. Zodra een journalist vermoord is zou dat team moeten uitrukken om ter plaatse meteen bewijsmateriaal te gaan verzamelen, waarmee een openbare aanklager vervolgens aan de slag kan gaan.

Daarvoor pleit de prominente mensenrechtenadvocaat Nadim Houry, auteur van een rapport over manieren waarop een eind gemaakt kan worden aan straffeloosheid bij geweld tegen journalisten. Houry heeft dertien jaar voor Human Rights Watch gewerkt en is nu directeur van de denktank Arab Reform Initiative.

„Ik zie zo’n taskforce als een Zwitsers zakmes, waarmee je verschillende dingen kan doen. Allereerst zou het team na een moord snel op de plaats delict moeten zijn, met technische experts die weten hoe ze bewijsmateriaal kunnen verzamelen op zo’n manier dat een rechtbank het kan gebruiken. Ook online zou meteen gezocht moeten worden naar aanwijzingen. Er zouden juristen en forensische experts uit verschillende delen van de wereld bij betrokken moeten zijn.

„In een ideale wereld zou zo’n team een mandaat van de Verenigde Naties hebben. Maar dat zit er met de huidige verdeeldheid tussen het westen en China en Rusland voorlopig niet in. Daarom denk ik dat het moet worden opgezet door een internationale coalitie van ‘toegewijde landen’, a coalition of the committed.”

Een land waar een journalist vermoord is moet wel met de komst van zo’n team instemmen.

„Dat kan een groot probleem zijn. Maar andere landen kunnen erop aandringen dat de taskforce wordt toegelaten. Ik zie daar een rol voor de Media Freedom Coalition (een samenwerkingsverband van 52 landen, waaronder Nederland, dat zich inzet voor persvrijheid en de veiligheid van journalisten, red.). Die landen kunnen hun politieke overtuigingskracht inzetten.”

Hoe schat u de kans in dat het ervan komt?

„Eind 2020 hebben we het idee van een taskforce al voorgesteld met een adviesgroep van experts. Er kwam brede erkenning voor. Maar toen kwam de pandemie, Trump was nog president, het internationale systeem was verlamd, het leek niet de goede tijd voor meer internationale samenwerking.

„Dit jaar zien we weer meer belangstelling. Het besef is terug hoeveel journalisten bedreigd en vermoord worden – en dat we geen effectief instrument hebben daar iets aan te doen. Het gaat om de journalisten, maar ook om de persvrijheid, om de beschikbaarheid van informatie in een tijd waarin desinformatie als oorlogswapen wordt gebruikt. Het beste middel daartegen is objectieve journalistiek. En dat begint bij het beschermen van journalisten.

„De landen van de Media Freedom Coalition zijn nu aan zet. Hun regeringen moeten geld voor de taskforce toezeggen, forensische experts beschikbaar stellen, bereidheid tonen landen onder druk te zetten om de taskforce toe te laten.”

Houry bepleitte oprichting van de taskforce bij het ‘Burgertribunaal over Moord op Journalisten’, een niet-officieel tribunaal waar momenteel drie zaken van vermoorde journalisten centraal staan en dat deze maandag in Den Haag wordt afgesloten (zie kader).

Wat is de zin van zo’n tribunaal, dat geen formele status heeft en geen straf kan opleggen?

„Het is belangrijk dat moorden op journalisten niet alleen in nieuwsberichten worden gemeld, maar dat er ook juridische actie op wordt ondernomen. Zo’n tribunaal bestaat uit rechters, aanklagers, er worden getuigen gehoord, aanklachten opgesteld, en er wordt gevonnist. Het herinnert aan de noodzaak van een echt juridisch proces.

„Het zijn misdaden en het is belangrijk dat er in de taal van het recht over wordt gesproken. Daarbij komt dat zo’n tribunaal nog eens aandacht vestigt op de straffeloosheid die er voor het vermoorden van journalisten in veel landen bestaat.”

Lees ook dit stuk over het collectief Forbidden Stories, dat bedreigde journalisten helpt hun werk af te maken

Waarom leiden moorden op journalisten zo zelden tot vervolging?

„Slechts twaalf tot vijftien procent van zulke moordzaken wordt opgelost, al verschilt het per land. Dat heeft twee oorzaken. In veel landen ontbreekt het aan capaciteit: mankracht, geld en andere middelen voor onderzoek en vervolging. Daardoor wordt cruciaal bewijsmateriaal vaak niet eens verzameld.

„Vaak ontbreekt het bij de autoriteiten ook aan politieke wil. Omdat de daders goede politieke connecties hebben. Of omdat de vermoorde journalisten onderzoek deden naar economisch of politiek machtige figuren, die met corrupte middelen kunnen verhinderen dat getuigen zich uitspreken of dat politie en justitie de zaak onderzoeken.

„De landen waar straffeloosheid voor moordenaars van journalisten heerst, betalen daarvoor geen enkele politieke prijs. Ze voelen totaal geen druk om te veranderen. Die situatie moeten we doorbreken.

„We kunnen leren van een initiatief van de VN, de ‘lijst van de schande’. Dat is niet de officiële naam, het is de lijst van landen waar kindsoldaten worden ingezet, die ieder jaar wordt opgesteld door de secretaris-generaal van de VN. Landen blijven op die lijst staan tot ze een actieplan opstellen om een eind aan die praktijk te maken. Het werkt, want landen staan niet graag op die lijst.

„Over aanvallen op journalisten worden allerlei rapporten geschreven, maar daar blijft het meestal bij. Als de VN ieder jaar een lijst maken van de landen waar de situatie het slechtst is, doen we meer. Landen zouden pas van de lijst af mogen, als ze ermee instemmen een actieplan op te stellen met als centrale punten: meer onderzoek, meer juridische vervolging.”