De vier fractieleiders van de coalitie in gesprek over ‘de gruwelijke schoonheid van het compromis’

Compromissen in de coalitie De vier coalitiepartijen VVD, D66, CDA en CU sluiten compromis na compromis. Maar wie weet nog dat je dat ook kunt verdedigen als ‘schoonheid’? „We moeten geen amechtig clubje worden.”

Fractievoorzitters Jan Paternotte (D66), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) Pieter Heerma (CDA) en Sophie Hermans tijdens een debat over het stikstofbeleid.
Fractievoorzitters Jan Paternotte (D66), Gert-Jan Segers (ChristenUnie) Pieter Heerma (CDA) en Sophie Hermans tijdens een debat over het stikstofbeleid. Foto Bart Maat / ANP

De fractievoorzitters van de vier coalitiepartijen weten alle vier nog behoorlijk precies met welke woorden oud-PvdA-leider Diederik Samsom in 2016 afscheid nam van de politiek. „Hij had het”, zegt CDA’er Pieter Heerma in zijn werkkamer, „over de macabere schoonheid van compromissen, toch?”

‘Schoonheid’, dat herinnert Sophie Hermans (VVD) zich ook nog. Er stond nog iets voor, denkt ze, maar ze weet niet meer wat.

Dat was, zeggen Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Jan Paternotte (D66) zonder aarzeling: „grúwelijke”. De gruwelijke schoonheid van het compromis.

Al heeft Samsom het zelf nooit zo gezegd, hij had het over „de kracht van het compromis”, de uitdrukking is een eigen leven gaan leiden in Den Haag. En niet voor niks. Iedereen in Den Haag weet sinds Samsom wat er gebeurt als je al te blijmoedig verdedigt wat jouw partij niet zélf wilde: de PvdA verloor korte tijd later 28 Kamerzetels.

Met zijn vieren zoeken de fractievoorzitters bijna elke dag naar een oplossing die in het midden ligt, afgelopen zondagmiddag nog in een crisisoverleg op het ministerie van Financiën: voor de enorm hoge energierekening. De Rijksbegroting die deze Prinsjesdag wordt gepresenteerd staat er vol mee. Dus als iemand weet hoe moeilijk – gruwelijk moeilijk misschien wel – het kan zijn om er samen uit te komen, dan zijn zíj het in elk geval. Moeilijker dan in het kabinet-Rutte III, toen VVD, D66, CDA en ChristenUnie ook de coalitie vormden, maar toen er minder onderling wantrouwen was.

Maar ziet iemand nog de ‘schoonheid’, of op zijn minst de noodzaak? En hoe leggen ze deze compromissen uit aan een achterban die steeds minder begrip toont voor toegeeflijkheid? Uit onderzoek van I&O Research, in opdracht van NRC, blijkt dat alleen de achterban van de VVD nog in meerderheid tevreden is over Rutte IV.

Lees ook: Amper nog vertrouwen in Rutte IV

Mini-compromisjes

„Het compromis”, zegt Jan Paternotte, „wordt door steeds meer partijen als iets lelijks gezien. En dat zet de toon. Dat is dominant in het debat.”

„Het begrip voor water bij de wijn doen, wordt minder”, ziet ook Sophie Hermans. „Dat baart me zorgen.” Elke dinsdag komen de fractievoorzitters bij elkaar in haar kamer. Niet alleen om bij te praten, maar ook om, ondanks de verschillen tussen de partijen, tot een gemeenschappelijk standpunt, idee of oplossing te komen in de vele moeilijke dossiers waar het kabinet mee te maken heeft. Hermans: „Daar zitten vaak mini-compromisjes bij. Dan hoor je: joh, dit is nou effe belangrijk voor ons, gun ons dat. Dat is heel normaal. We zijn een team, ieder lid heeft soms wat ruimte nodig.”

Maatschappelijk ligt het moeilijker. Hermans: „Er is in de samenleving veel tegelijk aan de hand. De energieprijzen gaan door het dak, boodschappen en benzine tanken worden duurder. Er zijn problemen met stikstof en migratie. Daarbinnen moeten wij tot afspraken proberen te komen.”

Pieter Heerma zwaait met zijn armen in de lucht en zegt: „Als je nu een wordcloud zou maken van de overheid, denk ik dat het woord falen daar heel groot in zou voorkomen.” Heerma heeft het over „een ingewikkelde tijd voor het compromis”. „Begrip voor elkaars standpunt begon altijd in de samenleving, maar het compromis is nu bij de politiek terechtgekomen. Omdat het compromis alleen nog maar van de politiek is, en er cynisme, boosheid en individualisering in de samenleving is, wordt er alleen maar op ingebeukt. Het gaat niet meer over ons belang, maar over míjn belang.”

ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers ziet de „compromis-moeheid” ook bij zijn eigen achterban. „We draaien nu vijf jaar mee in een coalitie. En als ik nu zeg: ‘Dit is een stapje de goede kant op, als wij er niet waren, was het minder goed geweest’, hoor ik: ‘Ja, dat hebben we vaker gehoord’. In de vorige coalitie was dat anders.”

De vier fractievoorzitters, met wie NRC de afgelopen week afzonderlijke gesprekken voerde, zien dat hun compromissen lang niet altijd begrepen worden door achterban én samenleving. Hermans: „Er heerst veel onzekerheid en bezorgdheid, dat zie ik donders goed. Er is veel niet goed gegaan, de politiek heeft niet altijd geleverd wat ze zou moeten leveren. In de samenleving is het daarom moeilijker de schoonheid van het compromis te zien. Als het vertrouwen in politiek laag is, vertrouw je de politieke oplossing ook minder snel.”

Dan hoor je: joh, dit is nou effe belangrijk voor ons, gun ons dat. Dat is heel normaal. We zijn een team, ieder lid heeft soms wat ruimte nodig.

Sophie Hermans VVD

‘Ik wíl geen handjes geven’

Jan Paternotte noemt het gedicht Ik ben lekker stout van Annie M.G. Schmidt. Oud-CDA-leider Sybrand Buma las het voor bij zíjn afscheid, om duidelijk te maken hoe hij zijn eigen rol in de oppositie ooit zag: Ik wil niet meer, ik wil niet meer!/ Ik wil geen handjes geven!/ Ik wil niet zeggen elke keer:/ Jawel mevrouw, jawel meneer...

Paternotte verzet zich tegen de gedachte dat oppositievoeren betekent dat je geen verantwoordelijkheid neemt. „Waarom zou je vijftien jaar bij de interruptiemicrofoon staan om te zeggen dat het kabinet het land afbreekt?” Als gemeenteraadslid in Amsterdam zat hij vier jaar in de oppositie. „Het enige wat ik kon doen, was zeggen wat er allemaal niet deugde aan het college. Het college deed weinig met onze voorstellen. Ik was er helemaal klaar mee.”

Ook in de Tweede Kamer, zegt Paternotte, „is het aantal partijen dat echt mee wil werken aan akkoorden maar beperkt. Je hebt maar zo’n twintig oppositiezetels van partijen die verantwoordelijkheid willen nemen. De overgrote meerderheid heeft er niks mee en overstemt de constructieve oppositie in het debat.”

Hij komt weer op Diederik Samsom. „Het tegenovergestelde van de gruwelijke schoonheid van het compromis heeft ook iets aantrekkelijks: de gruwelijke roes van het eigen gelijk. Steeds weer je eigen gelijk bevechten, met steeds een nieuwe invalshoek. Maar daarvoor ben ik niet de politiek ingegaan.”

Lees ook: Rutte IV moet nu de crises van de vorige kabinetten-Rutte oplossen

De afgelopen periode moesten de vier pijnlijke afspraken maken. D66 en de ChristenUnie gaven toe in de asielcrisis, waardoor er naast meer opvangplekken óók een tijdelijk verbod op gezinshereniging kwam. Dat ligt moeilijk bij hun kiezers. Maar de VVD kreeg geen asielstop. Al op de avond van die deal stuurden boze CU-leden een brief rond om handtekeningen te verzamelen voor een extra congres. „Het ging meteen van nul naar honderd”, zegt Segers. „Ik denk dan eerst: dat groepje leden had aan ons kunnen vragen: wat is er afgesproken, waarom heb je dit gedaan? Maar ik denk ook: nee, Segers, zij móéten ons scherp houden.”

De ChristenUnie had wel geprobeerd om meteen uit te leggen waarom er niet méér in zat, de VVD ook. Maar dan met tegenovergestelde punten. Het leek nauwelijks te helpen.

Het zou beter zijn, zegt CDA’er Pieter Heerma, als partijen het héle compromis verdedigen. „Dat moet je alleen niet in je eentje doen. En dat was denk ik ook de tragiek van Diederik Samsom. Die deed dat wel.” En het gekke was, zegt Heerma: in de formatie van Rutte II hadden Samsom en Rutte juist afgesproken om niet in het midden uit te komen, maar juist om wensen tegen elkaar uit te ruilen. Zo kon je volledig je zin krijgen op het ene onderwerp, en alles inleveren op het andere. Samsom verdedigde dus iets wat hij niet eens echt in de praktijk bracht.

Heerma denkt dat de CDA-achterban nog steeds wel begrijpt dat je als partij niet altijd je eigen zin kunt krijgen. Maar hoe zit het dan met de stikstofplannen? Waren die niet óók een compromis, onderuit gehaald door Wopke Hoekstra die openlijk twijfelde over de einddatum, 2030? Onder druk van boze CDA’ers? Nee, dat ziet Heerma anders. Volgens hem is een compromis dat niet wordt „gedragen” door de samenleving „alleen in theorie een compromis”. En deze politieke afspraken werden duidelijk níet gedragen, zegt hij. „De omgedraaide vlaggen beginnen honderd meter bij mijn huis vandaan. De provincies en de boeren die niet meer wilden praten. Door de gigantische weerstand zou er in de praktijk niks van terechtkomen.”

Miskenning

In de coalitie staat vooral Sophie Hermans bekend om haar politieke vaardigheid. Ze zegt: „Ons land is op het compromis gebouwd.” Je moet oppassen, vindt ze, om het „dood te verklaren”. Dat doen ze dus ook niet. Maar Gert-Jan Segers zegt dat hij de laatste tijd wel vaak aan de afscheidsbrief van Samsom moet denken. Hij voelt soms ook de „miskenning” die uit die brief spreekt als na een deal, geven en nemen, wéér scherpe kritiek volgt. „Ik denk dan: zie je niet hoe moeilijk het is om tot zo’n compromis te komen? Maar ik wil dat gevoel onderdrukken. Het gáát niet om het compromis, het gaat om idealen.”

Lees ook: Wat betekent de omgekeerde Nederlandse vlag?

Volgens Segers beseffen de fractieleiders alle vier dat ze „in deze tijd van polarisatie” juist door hun compromissen kwetsbaar zijn. „Maar we weten: als het ons niet lukt, wie dan nog wel? Daar maak ik me ook wel weer zorgen over. We moeten geen amechtig clubje worden dat troost zoekt bij elkaar en zich van ellende aan elkaar vasthoudt.”

Hij voert, zegt hij, een „innerlijk gesprek”. „Tussen de Diederik Samsom in mij die afspraken wil maken en verdedigen, en de profeet die idealen nastreeft.” Er is geen garantie, zegt hij ook, dat „het redelijke midden” niet óók „kapot” kan gaan. Wat dan dreigt, volgens hem: onbestuurbaarheid. „Je ziet nu al dat het steeds moeilijker wordt om tot een besluit te komen. Wat we doen bij de asielcrisis, de stikstofcrisis, de koopkrachtcrisis, is brandjes blussen. We springen van ijsschots naar ijsschots.”

En Segers weet, zegt hij, wat er nodig is: „Een langetermijnvisie, een hoopvol verhaal. Voor de mensen die zich zorgen maken over een ondraaglijke winter, over stikstof. Hoe willen we met elkaar samenleven? Dat moeten wij met zijn vieren ook gaan vertellen.”