Friese Vrijheid in de middeleeuwen leidde tot een vechtsamenleving

Tentoonstelling In de middeleeuwen was Friesland een vecht- en vetesamenleving. De geweldsdaden over en weer werden nauwkeurig bijgehouden ten behoeve van het verschuldigde weergeld.

Reconstructie door 3D-kunstenaar Ulco Glimmerveen van het middeleeuwse Friese landschap bij Rinsumageest omstreeks 1340, met op de voorgrond een kasteel en daarachter de kerk. Op de verre achtergrond een klooster. Vrijwel alle middeleeuwse Friese kastelen en kloosters zijn verdwenen.
Reconstructie door 3D-kunstenaar Ulco Glimmerveen van het middeleeuwse Friese landschap bij Rinsumageest omstreeks 1340, met op de voorgrond een kasteel en daarachter de kerk. Op de verre achtergrond een klooster. Vrijwel alle middeleeuwse Friese kastelen en kloosters zijn verdwenen. Illustratie Ulco Glimmerveen / Fries Museum

Een goede prater was de jonge Friese edelman Eppo uit Rinsumageest. Dat lezen we op zijn prachtige grafsteen uit 1341, waarop hij van top tot teen is afgebeeld: „Hij deed zijn verwanten goed met zijn woorden, zoals hij goed kon”. De steen is het pronkstuk waarmee de nieuwe tentoonstelling over de Friese middeleeuwen ‘Vrijheid, vetes en vagevuur’ in Leeuwarden opent.

Eppo, in een typisch middeleeuwse overjas en met mes en tasje bungelend aan zijn riem, is een van de eerste middeleeuwse Friezen van wie een portret is overgeleverd. Hij draagt in zijn hand een polsstokspeer, te herkennen aan het handige voetje onderaan de speer. Zo’n double use speer is typisch Fries. Daarmee zakte je als Friese krijger niet weg in de modder, razendsnel fierljeppend naar de strijd. Polsstoksperen waren ook elders in gebruik, maar alleen in Friesland werden er edelen trots mee afgebeeld.

Friese vrijheid

Met deze bewapende Eppo op zijn grafsteen wordt de toon gezet, direct aan het begin van de tentoonstelling. Dat middeleeuwse Friesland bestond helemaal niet uit vredelievende boerenrepubliekjes. Het was een adellijke vechtmaatschappij, in dat Fries sprekende gebied dat zich in de middeleeuwen ver naar het oosten uitstrekte, tot aan de rivier de Wezer. Daar heerste het unieke fenomeen van de ‘Friese Vrijheid’. Poëtisch maar bloedserieus wordt die omschreven in een Friese rechtsregel uit de dertiende eeuw: „De Friezen zijn vrij, zowel de geborenen als de ongeborenen, zolang als de wind van de wolken waait en de wereld bestaat.”

Dat beroemde ontbreken van centraal gezag leidde niet tot vredige dorpse structuren maar tot een krijgshaftige, sterk lokale vetesamenleving, vertelt conservator en medievist Diana Spiekhout, nabij een vitrine met doorkliefde schedels. „Er waren veel rijke mensen die allemaal haantje de voorste wilden spelen, en niet in bedwang werden gehouden.”

Iedereen die het kon opbrengen en niet werd tegengehouden door de lokale gemeenschap kon een eigen kasteel bouwen en eindeloos met zijn buren ruziën over wie het belangrijkste was. Spiekhout: „Een soort mini-Game of Thrones was het, om de lokale hegemonie en de hoogste sociale eer. En het interessante is: het leidde niet tot anarchie. Die regelmatige conflicten werden vrij streng vormgegeven door een uitgebreid ‘vete-systeem’ met duidelijke spelregels.”

Niet zachtzinnig

In het boek bij de tentoonstelling wordt dat unieke systeem nauwkeurig beschreven. Als een conflict tussen twee families uit de hand liep en de betrokken krijgers hun polsstoksperen gingen zoeken, moest eerst de vrede officieel worden opgezegd. Ook de daaropvolgende geweldsdaden over en weer werden nauwkeurig bijgehouden ten behoeve van het verschuldigde weergeld, per dode en per verwonding. De leiders dienden daarom „ik stel mij borg” te roepen bij het uitbreken van de strijd. „Zo’n vete ging er niet zachtzinnig aan toe”, zegt Spiekhout. „Je leest in de bronnen dat er bij het begin van een vete wel eens het lijk van een vermoord familielid bij de haard te drogen wordt gehangen. Dat wordt pas weggehaald als-ie gewroken is.”

Als zo’n vete te lang duurde, kwamen de lokale bemiddelaars in beweging, de ‘zoenlieden’. Als die in hun opdracht slaagden, werden alle verschuldigde weergelden opgeteld en zo mogelijk tegen elkaar weggestreept. Een te lange vete kon een rijke familie aan de bedelstaf brengen. Als dat allemaal was geregeld zwoeren de strijders een heilige eed om de vrede te bewaren en dienden ze elkaar te kussen. Om toekomstige strijd te voorkomen werden jonge familieleden uitgehuwelijkt aan de voormalige vijand.

Biergooier

Ook voor kleine conflicten bestonden rechtsregels, valt te lezen op de tentoonstelling. Een vrije Fries die bijvoorbeeld bier of water in het gezicht van een ander gooide, kon door de volksvergadering, de ‘ding’, worden gedwongen tot 3,5 schelling schadevergoeding. Zo’n biergooier kon ook zweren dat hij onschuldig was. Als ook anderen zijn onschuld bezwoeren, had hij een sterke zaak. En als de ‘ding’ er niet uit kwam, kon een ‘rechtskamp’ uitsluitsel bieden, een gevecht. Meestal huurden de partijen geoefende krijgers in, die het conflict onderling uitvochten met zwaard en polsstokspeer.

Lees ook: In de Vikingtijd waren de Friezen minder onschuldig dan gedacht (2019)

Deze eerwraaksystemen gaan terug tot de vroege middeleeuwen. Elders in Europa werden ze verdrongen door vorstelijke rechtspraak. Dat zo’n centraal gezag in Friesland niet van de grond kwam, heeft waarschijnlijk te maken met de verbrokkeling van het Friese grondbezit. „Er waren heel veel kleine grondbezitters”, zegt Spiekhout. „en ik denk dat het Friese landschap daarbij ook wel een rol speelde”.

Opgeschoren haar

Naburige vorsten, zoals de bisschop van Munster en de graaf van Holland, bleken nooit sterk genoeg om het langdurig tegen de Friezen op te nemen. „Dat idee van de Friese Vrijheid leefde enorm, er was een diepe weerzin tegen centraal gezag. Dat werd bijvoorbeeld ook uitgedragen door een typisch Friese vorm van opgeschoren haar bij mannen en die polsstoksperen.” Tegen aanvallen van buiten werd vaak wel gezamenlijk opgetreden, zoals bij de slag bij Stavoren in 1345 waarbij de Hollandse graaf om het leven kwam.

Friese vrouwen toonden in de Middeleeuwen hun rijkdom uitbundig, zo is goed te zien op tekeningen uit het ‘Manninga-huisboek’ van een rijk geklede vrouw uit Osfriesland, circa 1570. Deze tekeningen werden indertijd gemaakt omdat deze kledinggewoonten toen aan het verdwijnen waren. Privécollectie.

Foto Fries Museum

In de eerste grote zaal van de tentoonstelling liggen naast de rechtsregels de wapens uitgestald: zwaarden, dolken, onderdelen van kruisbogen, een klein rond schild. Opvallend: een enorme replica van een blijde, een slingerkatapult, gebouwd door moderne MBO-scholieren en zo te zien direct klaar voor gebruik. Meteen valt ook de grote Friese rijkdom op: prachtige middeleeuwse ringen, broches en tekeningen van vrouwenkleding in het opengeslagen Manningahuisboek. „Schitterend dat we deze tekeningen nog hebben”, zegt Spiekhout. „Al die kleding zelf is verdwenen, en zelfs de meeste sieraden zijn omgesmolten. Maar kijk nu eens: die vrouwen waren gewoon wandelende kerstbomen!”

Piepende ratten

Er werd ook veel gebeden in het middeleeuwse Friesland. De kleine machthebbertjes stichten kloosters en kerken, overal op de tentoonstelling hoor je in de verte klokken beieren. Maar in de voorlaatste zaal domineert het geluid van piepende ratten. Ook in Friesland sloeg in de veertiende eeuw de pest toe, wat ook weer de religiositeit zou aanjagen.

De ruwe maar verrassend goed georganiseerde vetesamenleving in het Noorden verdwijnt aan het eind van de vijftiende eeuw. Tegen de opkomst van professionele huurlingen en vuurwapens is de traditionele samenleving niet bestand. Daartoe uitgenodigd door een van de partijen in een uitgebreide vete valt hertog Albrecht van Saksen in 1498 Friesland binnen en vestigt er centraal gezag. Dat zal nooit meer verdwijnen. Later nemen de Habsburgers die rol over, na de Opstand nemen de Friese Staten het heft in handen.

Verdwenen kloosters

„En weet je wat nou zo opvallend is”, zegt Spiekhout, „al die versterkte huizen en kastelen, al die meer dan honderd kloosters: vrijwel alles is verdwenen. Mede daardoor zijn we vergeten hoe het er hier écht aan toeging in de tijd van de Friese Vrijheid.”

Wie de tentoonstelling verlaat, ziet op de wanden aanbevelingen om zelf de allerlaatste resten te gaan bekijken, al dan niet geholpen door een gratis audiotour. Zoals de unieke veertiende-eeuwse verdedigingstoren in Veenwouden, het allerlaatste ‘steenhuis’ in Bunderhee in het Duitse Ostfriesland, en de Alexanderkerk in Rinsumageest, waar ooit die spraakvaardige en stoere Eppo begraven werd. In de museumwinkel is ook middeleeuws bier te koop.

Vrijheid, vetes, vagevuur. De middeleeuwen in het noorden. Fries Museum, Leeuwarden. T/m 7 mei 2023. Friesmuseum.nl

●●●●

Kaart uit 1605 van Friesland, Groningen, en Ostfriesland. Kopergravure door A. Ortelius. Illustratie Fries Museum