Reportage

Pakistanen door watersnood in tenten of in de berm: ‘Ik was bang dat het water ons zou overvallen’

Overstromingen In Pakistan zijn miljoenen mensen getroffen door de grootste watersnood uit de geschiedenis van het land. Ontheemden verblijven in tentenkampen of langs de kant van een snelweg. „Dit gaat nog weken duren.”

Aan de uit de oevers getreden rivier in de Pakistaanse provincie Sindh baden ontheemden.
Aan de uit de oevers getreden rivier in de Pakistaanse provincie Sindh baden ontheemden. Foto Akhtar Soomro / Reuters

Water gutst over het asfalt van de Indus Highway, de belangrijkste snelweg van de Pakistaanse provincie Sindh, bij het stadje Sehwan. Het klotst tegen een pompstation, een wegrestaurant is gesloten. Moussa (53) heeft zijn broekspijpen opgerold en kijkt uit over een enorme watermassa, waarvoor hij twee weken geleden zijn huis in het dorpje Azari ontvluchtte. „Op de dag dat we echt weg moesten, kon ik niet eens zien vanwaar het water onze huizen binnenstroomde”, vertelt hij. „Het was eng, onberekenbaar. Zelfs toen we met de handkar onderweg waren, was ik nog bang dat het ons in de rug zou overvallen.”

De tweehonderd huizen in zijn dorp zijn volledig verzwolgen. Tien gezinnen liepen samen tien kilometer naar Sehwan, een middelgrote stad waar sinds begin september tienduizenden mensen zijn aangekomen. In heel Pakistan zijn meer dan dertig miljoen mensen direct getroffen door de grootste watersnood die het land ooit heeft getroffen. Volgens autoriteiten stond een derde van het land onder water.

Lees ook dit artikel: ‘Een derde van Pakistan staat onder water’

De verkeersader die door Sindh loopt, werd de afgelopen weken geteisterd door regenwater uit de extreme moesson, overstroomd door overtollig water uit de lokale afvoersystemen, of bedreigd door de gezwollen rivier waarnaar ze is vernoemd. Het asfalt blijkt het enige toevluchtsoord te zijn voor veel ontheemden, die schamele beschuttingen in de berm hebben gebouwd, met de dekens en bamboe stelten die ze wisten mee te grissen, op de vlucht voor het water.

Grotere steden gespaard

Vorige week heerste angst over het lot van Sehwan. De stad ligt in de buurt van het Mancharmeer, het grootste zoetwaterreservoir van Pakistan dat uit zijn voegen dreigde te barsten. De resulterende vloedgolf zou, zo werd gevreesd, honderdduizenden mensen bedreigen. Besloten werd de dijk die om het reservoir ligt op meerdere plekken te doorbreken om het water te laten weglopen. Met die gecalculeerde overstroming werden grotere steden gespaard. In kleinere dorpen dichter bij het reservoir, zoals Moussa’s Azari, kreeg het water wel de ruimte.

Sehwan lijkt nu direct aan de oevers van het Mancharmeer te liggen. „Onze belangrijkste bezittingen hebben we naar het treinstation gebracht, dat ligt hoger. Hopelijk blijven ze zo goed bewaard”, vertelt Moussa’s buurman. Zijn blik dwaalt van de Highway af over de watermassa; alleen aan de hand van de elektriciteitspalen is te zien waar de spoorlijn ligt.

De formele kampementen blijken karig: geen rantsoenen, geen muggennetten voorradig

Voor de geplande doorbraken werden in dit gebied 135.000 mensen geëvacueerd, maar niet alle dorpelingen wilden uitwijken naar Sehwan. Zo’n vijfduizend mensen zijn in de ondergelopen nederzettingen gebleven, schatten lokale autoriteiten. Zij worden door de lokale afdeling van de Rampenautoriteiten bijgestaan: vanaf de dijk varen dagelijks motorbootjes af en aan over het overstroomde gebied. „Niet over het Mancharmeer dus, maar aan de andere kant”, stelt een legercommandant die geen naam wil geven, maar wel een toelichting op de reddings- en hulpwerkzaamheden. „Vorige week haalden we dagelijks negenhonderd mensen uit hun huizen. Zij waren te oud, of ziek, om op het water te blijven. Maar nu zijn er mensen die niet weg willen. Als hun huis droog is, willen zij op hun eigendommen passen.”

Gebouwen omringd door overstromingen in de stad Sohbat Pur in de zuidwestelijke provincie Baluchistan van Pakistan, eind augustus.

Foto Zahid Hussain / AP

Om een oogje in het zeil te houden, heeft de 48-jarige Abdul Sattar verderop op de smalle, verharde dijk een uitkijkpost opgezet. Vanonder een afdakje heeft hij zicht op de vier ondergelopen stenen woningen die hij samen met zijn broers en hun gezinnen betrekt. De vrouwen en kinderen zijn naar familie in de stad gebracht – maar hun land en huizen willen de mannen niet achterlaten. „Ik moet in de gaten houden wanneer we weer aan het werk kunnen. Dat gaat nog weken duren. Als we november halen en de grond weer droog is, kunnen we tarwe gaan zaaien. Daar hopen we op.”

Werd de acute watersnood in enkele weken veroorzaakt, deze ramp zal nog maanden gevolgen hebben voor Pakistan. De getroffen provincies, naast Sindh ook Punjab en Beloetsjistan, vormen een graanschuur voor het land. Al zakt het water rondom Sehwan langzaam, de akkers zijn niet gered met een lager peil. Ontheemden rekenen daarom op „maanden” wachttijd, zegt de twintigjarige Zeba Menon. Ze werkt als dagloner voor een landeigenaar bij het dorp Mehar, dat ook te maken had met de vloed uit Mancharmeer. In twee weken tijd verkaste ze tweemaal, met haar man en twee jonge kinderen. Ze verkocht haar sieraden om het transport te betalen. Haar mooiste hoofddoek, een felgele lap stof met een motief van zilverdraad, heeft ze gehouden. „Ik wikkel de jongste erin, tegen de zon.”

Bekijk ook deze In beeld: Zwaarste overstromingen uit de Pakistaanse geschiedenis

Geen muggennetten

Het gezin kwam afgelopen week terecht in een nieuw opvangkamp aan de rand van Hyderabad, de tweede stad van Sindh. Het districtsbestuur overziet de opzet van tientallen formele kampementen, al blijken die karig: behalve een noodhulppost en dagelijks gekookte maaltijden kan de ontheemden weinig worden geboden. De belangrijkste medische hulp bestaat uit het uitvoeren van dengue- en malariatests, maar er zijn geen muggennetten. Toch ziet Zeba geen andere optie. „Ik heb pas weer een baan als de volgende oogst van het land kan. Wanneer dat is? Januari? We moeten de winter doorkomen.” Haar man heeft de felblauwe canvas tent verlaten en gaat in de stad op zoek naar werk.

De provinciale minister voor informatie, Sharjeel Menon, vatte de op drift geraakte bevolking in drie categorieën samen: „Mensen blijven bij hun huizen, ze vestigen zich tijdelijk op de weg, of ze komen naar een opvangkamp.” Door die spreiding is het lastig overzicht te krijgen. De formele hulpverlening, bleek uit zijn persconferentie tussen de tenten, is vooral een zaak van de lokale autoriteiten. Daarbij moeten kritische journalisten, die hem vragen naar de trage reactie, bovendien goed begrijpen dat tussen de getroffen provincies nog geschillen bestaan over de juiste prioriteiten. Ondertussen klaagden internationale hulporganisaties dit weekend dat zij geen toegang krijgen tot Pakistan.

Een ontheemde familie loopt op 15 september langs een spoorbaan door overstroomd gebied bij het dorp Sehto, aan de rand van het Pakistaanse Sehwan.

Foto Akhtar Soomro / Reuters