Voor Britse premiers was audiëntie bij de discrete koningin een verademing

Regeringsleiders Koningin Elizabeth versleet tijdens haar zeventig jaar op de troon veertien Britse premiers. Met Winston Churchill had ze een soort vader-dochterrelatie. Met Margaret Thatcher en Tony Blair was haar band stroever.

Britse premiers onder koningin Elizabeth II, van linksboven: Winston Churchill, Anthony Eden, Harold Macmillan, Alec Douglas-Home, Harold Wilson, Edward Heath, James Callaghan, Margaret Thatcher, John Major, Tony Blair, Gordon Brown, David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Liz Truss.
Britse premiers onder koningin Elizabeth II, van linksboven: Winston Churchill, Anthony Eden, Harold Macmillan, Alec Douglas-Home, Harold Wilson, Edward Heath, James Callaghan, Margaret Thatcher, John Major, Tony Blair, Gordon Brown, David Cameron, Theresa May, Boris Johnson en Liz Truss. Foto's Nationaal Archief / EPA / ANP

Veertien Britse premiers versleet koningin Elizabeth in de zeventig jaar dat ze op de troon zat. Een vijftiende, Liz Truss, vroeg ze twee dagen voor haar dood nog een nieuwe regering te vormen. De eerste, Winston Churchill, dateerde nog ruimschoots uit de negentiende eeuw, uit 1874; Truss werd maar liefst 101 jaar later geboren. Met sommigen kreeg ze een hechte relatie, met anderen werd het nooit meer dan ‘een moetje’.

Wekelijks togen al die premiers, twaalf mannen en twee vrouwen – als we Truss even buiten beschouwing laten – naar Buckingham Palace voor een audiëntie met hare majesteit. Zo’n gesprek over staatszaken duurde in principe een half uur, maar kon ook makkelijk uitlopen tot een paar uur. Het was zaak goed voorbereid te gaan, want premiers die hun huiswerk niet hadden gedaan, liepen bij de uitstekend geïnformeerde Elizabeth al snel tegen de lamp.

Het waren volgens betrokkenen vaak bijzondere gesprekken, juist doordat beiden wisten dat ze plaatsvonden op basis van gegarandeerde vertrouwelijkheid. Een verademing ten opzichte van de slangenkuil waarin ze de rest van de week vaak vertoefden. Eindelijk een serieus gesprek met iemand die niet aast op je baan, verzuchtte Harold Wilson eens. „Je kunt volkomen, totaal openhartig, zelfs indiscreet zijn”, jubelde John Major in de jaren negentig. „Niets is verboden.”

Ondanks die strikte vertrouwelijkheid is er door de jaren heen wel het een en ander naar buiten gesijpeld, door iets te loslippige premiers, maar ook door medewerkers. Ook uit contacten met andere stervelingen is duidelijk dat Elizabeth zich over het algemeen meer op haar gemak voelde met mannelijke leiders dan met vrouwen. Zo was de relatie met Margaret Thatcher, de eerste vrouwelijke premier, nogal stroef. Als Thatcher wat aan de vroege kant in het paleis arriveerde, liet Elizabeth de ‘Iron Lady’ rustig een kwartiertje antichambreren.

Lees ook dit artikel: De koningin die iedereen overleefde door zeventig jaar te zwijgen

Te prekerig

Hoewel ze elkaars professionalisme waardeerden, klikte het niet geweldig tussen de vrouwen. De koningin hield van droge humor, geen deugd waarmee Thatcher rijkelijk was begiftigd. Elizabeth vond Thatcher soms ook te prekerig en ze stoorde zich, volgens mensen uit haar omgeving, aan de wijze waarop de premier het groeiende ongemak in het Gemenebest over het Zuid-Afrikaanse apartheidsbewind negeerde.

Volgens Thatcher was dit allemaal onzin. „Verhalen over botsingen tussen ‘twee machtige vrouwen’ waren natuurlijk te mooi om niet te verzinnen”, schreef ze spottend in haar memoires. Dat Thatcher ook de koningin niet onberoerd had gelaten, bleek uit het feit dat ze – in strijd met het protocol – de begrafenis van Thatcher, in 2013, bijwoonde. De enige bij wie ze dat ook had gedaan was bij Churchill.

De koningin wees nadrukkelijk Blairs suggestie van de hand hem ‘Tony’ te noemen

Niet met alle mannen boterde het goed. Haar relatie met Tony Blair was moeizaam. De koningin, die hechtte aan goede omgangsvormen, wees nadrukkelijk de suggestie van de hand hem ‘Tony’ te noemen. Ook stoorde het de vorstin dat Blairs vrouw Cherie een broek droeg en dat ze bij een van hun eerste ontmoetingen geen curtsey, de lichte kniebuiging voor een monarch, had gemaakt.

Bij zijn eerste audiëntie peperde Elizabeth de toen pas 43-jarige Blair ook diens onervarenheid in. „Je bent mijn tiende premier”, hield ze hem voor. „De eerste was Winston. Dat was voor u werd geboren.” Het was uitgerekend diezelfde onervaren Blair die de koningin en ‘The Family’ erop wees dat ze in het openbaar wat meer medeleven zouden moeten tonen na de dramatische dood van prinses Diana en de ongekende collectieve rouwuitbarsting van de Britse bevolking. De zaak drukte een stempel op Blairs relatie met de koningin, al zijn er ook bronnen die meldden dat de koningin Blair naderhand dankbaar was voor diens tussenkomst.


Blozend excuses aanbieden

Heel anders was haar relatie geweest met Churchill, in de jaren vijftig. De gevierde staatsman, zelf al 77 jaar oud, had aanvankelijk een beetje sceptisch gestaan tegenover zo’n onervaren staatshoofd. Maar al snel ontspon zich een soort vader-dochterrelatie tussen beiden. Volgens oud-politicus en historicus Roy Jenkins aanbad Churchill welhaast de jonge koningin. Dat gevoel was wederzijds. Toen Churchill in 1955 aftrad, schreef ze hem een brief hoezeer ze hem zou missen: „Het is nutteloos te pretenderen dat welke opvolger dan ook ooit in staat zal zijn de plaats van mijn eerste premier in te nemen.”

Het was niet louter eenrichtingsverkeer van premiers naar Buckingham Palace. Soms was de koningin ook te gast in de ambtswoning van de premier, in Downing Street. Bij haar zilveren jubileum bood de toenmalige premier James Callaghan haar een diner aan, waarbij Elizabeth een zilveren theepot cadeau kreeg. Die gift viel in goede aarde. „Oh, ik ben zo blij dat u niet het geschenk van de heer Disraeli [destijds premier, red] aan koningin Victoria hebt herhaald”, zei ze. „Hij gaf haar een schilderij van zichzelf.”

De hartelijkheid van de relatie werd niet per se door afkomst bepaald. Met Harold Wilson, haar eerste premier die geen upper class-achtergrond had, kon ze het uitstekend vinden. Met David Cameron daarentegen, nota bene verre familie van de koningin, bleef de verhouding koeltjes. Cameron beging de faux pas tegenover de New-Yorkse burgemeester Michael Bloomberg te laten vallen dat de koningin „spinde van genoegen”, toen hij haar belde om te zeggen dat de Schotten bij het referendum van 2014 tegen onafhankelijkheid hadden gestemd. Blozend bood Cameron zijn excuses aan.

Over haar relatie met Boris Johnson is nog weinig bekend. Wel gaf ze hem toestemming, nadat hij bijna was bezweken aan Covid-19, om te wandelen en te joggen in de paleistuinen om zo weer op krachten te komen.

Correctie (19 september 2022) Jacqueline Kennedy was niet de vrouw, maar de schoonzuster van Robert Kennedy. In de fotoserie bij dit artikel is dat aangepast.