Reportage

Maandverband, eten, nieuwe autobanden: voor veel bewoners van de L-flat wordt het allemaal te duur

Armoede In de L-flat in Zeist hadden veel bewoners al vóór 2022 nauwelijks financiële marge. Toen werd het leven dramatisch duurder. „Ik bespaar op reizen.” Waarheen? „Utrecht Centraal.”

Cynthia Dickhoff en zoontje Jax in hun appartement in de L-flat in Zeist. Door geldnood staakte ze een opleiding tot doktersassistent.

Cynthia Dickhoff en zoontje Jax in hun appartement in de L-flat in Zeist. Door geldnood staakte ze een opleiding tot doktersassistent.

Foto Daniel Niessen

Cynthia Dickhoff (30), bewoner van de L-flat in Zeist-Noord en alleenstaande moeder van Jax (3), verzorgde dementerende ouderen in een verpleeghuis. Maar de coronatijd hakte erin, de ene na de andere bewoner stierf, en ze wilde weleens wat anders. Doktersassistent, dat leek haar mooi, en in het voorjaar van 2022 startte haar opleiding waarvoor ze ook stage liep in de huisartsenpraktijk verderop in haar flatwijk. Haar inkomsten daalden natuurlijk, van 1.700 naar een „leerlingenloon” van 1.000 euro netto per maand, en haar pech was dat precies tóén alles astronomisch veel duurder werd. Ze moest de rekening voor Ziggo en de autoverzekering een maandje laten lopen, en begon door de stress kilo’s af te vallen. Ze had niet zo’n honger en bovendien had ze liever dat Jax genoeg at.

Hoe kom je rond dan, Jeroen?
„Ja, niet”

Ze zette door, de opleiding was écht leuk, maar pfff, dan weer de tandartsrekening, toen weer de huur van de flat: haar weken leken steeds meer op rondes in een frustrerend potje Monopoly – straat na straat met dreigende, rode hotels en zij maar hopen op ‘Kans’. Cynthia wist dat de banden van haar Volkswagen Golf versleten waren, ze zeiden nog bij de vorige keuring dat ze niet lang meer zouden meegaan, maar ja, ze kwam nog door die APK heen en hoeveel kosten vier nieuwe banden wel niet. De band rechtsachter begaf het met een klap toen ze in juni met Jax achterin 100 kilometer per uur reed op de linkerbaan van de A28. De cabine trilde, de auto zwenkte, maar het lukte Cynthia om rechts van de weg te parkeren. De auto stond in de berm bij gebrek aan vluchtstrook en vangrail, maar de paniek die ze voelde en die haar moeder meteen in haar telefoonstem bemerkte, kwam niet eens zozeer voort uit die onveilige plek langs de weg. Hoe dúúr wordt dit, zei ze huilend, ik ben geen lid van de ANWB en kan nog niet eens een ventíéldop betalen! „We regelen het wel, meissie, rustig maar”, zei haar moeder, die in een flat woont in Kanaleneiland in Utrecht.

Sinds een week of acht loopt Cynthia bij de voedselbank. Ze was als de dood dat ze er wijkbewoners tegen het lijf zou lopen die haar eerder die dag nog achter de balie van de huisarts hadden gezien. Dat gebeurde niet, en ach, nu maakt het niet meer uit want wie heeft het tegenwoordig nou níét moeilijk. En ze is toch met de opleiding gestopt. Het ging gewoon niet meer. Ze verzorgt weer dementerende ouderen. De voedselbank biedt grote verlichting.

Gedoneerde spullen op de stoep voor de Weggeefwinkel, dichtbij de L-flat in de wijk Vollenhove. Foto Daniel Niessen

Alles sociale huur

NRC portretteerde gedurende 2020 tientallen bewoners van de L-flat in Zeist, en is teruggekeerd om te schrijven over de impact van de ongekende inflatie. „Dramatisch”, dat was onlangs de samenvatting van de economische ramingen van het Centraal Planbureau. Zo dreigt bijna één op de tien kinderen op te groeien in armoede.

Zulke problemen spelen bij uitstek in de L-flat, gelegen in de wijk Vollenhove langs de geluidswal van de A28. De flat is een L-vormige kolos met dertien verdiepingen, acht portieken en 728 voordeuren, alles sociale huur. Een kwart van de huishoudens leeft van de bijstand en er wonen veel eenoudergezinnen en statushouders. Tot een paar jaar terug had de flat een inpandige voedselbank en op woensdagen verzorgt het inloophuis in de flat een maal à 4 euro voor wie wil. De cv’s in de appartementen lopen op aardgas, maar de energierekening is het probleem niet, het collectieve contract ligt vast tot eind 2023, en door een renovatie – die nog gaande is – kookt inmiddels tweederde van de huishoudens elektrisch. Het probleem is dat veel bewoners al vóór 2022 nauwelijks tot geen financiële marge hadden.

Nu bréngt de vrouw geen maandverband meer naar de voedselkast, maar haalt ze het eruit

Langs het korte eind van de flat komt Jeroen aangefietst, een man van eind veertig met een kaalgeschoren schedel en geen grammetje te veel. Hij was een paar jaar dakloos voor hij in de flat belandde, krijgt een weekbudgetje van een bewindvoerder, en gaat om bij te verdienen van baan naar baan. Hij zat even zonder, en al schrobt hij sinds twee weken machinaal de vloeren in een ziekenhuis, tot het eind van deze maand heeft hij een schrijnend gebrek aan geld. Hoe kom je rond dan? „Ja, niet”, zegt Jeroen. In de Jumbo doorzoekt hij de schappen op gratis eten. Producten met als houdbaarheidsdatum vandaag geeft de supermarkt weg, vertelt hij. „Moet je zien.” Hij pakt zijn mobiel erbij en toont een foto met eten uitgestald op zijn tafel. Twee grote zakken met sperziebonen, een watermeloen, soepballetjes, wilde zalm, gekruid gehakt, mergpijpjes, roze koeken. „Allemaal gratis!” Hij gaat nu trouwens ook weer even naar de Jumbo. „Mazzzzel!” En glimlachend als altijd fietst hij weg.

In een kamertje in het inloophuis vertelt zestiger Gerrit uit portiek twee dat hij zijn teil met afwaswater kiept in een kleine emmer met een deksel die hij bewaart voor het doorspoelen van de wc. Koesie Awetie (59) uit portiek drie zegt dat hij bespaart op „reizen”. Reizen waarheen? „Naar Utrecht Centraal.”

Foto Daniel Niessen

Kop in het zand

Een paar honderd meter van de L-flat ligt de Weggeefwinkel, waar klanten elke woensdag terecht kunnen voor gratis kleren, schoenen, beddengoed, meubels en meer. Het is er almaar drukker de laatste maanden, ook deze woensdag staan er weer mensen te wachten achter een dranghek opgesteld langs de rand van het voorplein. De wachtenden zijn bewoners van de wijk, mensen uit de wijdere omtrek, en Afghanen die vorig jaar de Taliban ontvluchtten en zijn beland op een opvanglocatie in Zeist. De winkel opent om elf uur, en „soms staan er dan al zestig mensen te wachten,” zegt vrijwilliger Marischka Verbeek (67). „Mensen zijn bang dat anderen voordringen.” Ze introduceerde een systeem met papieren nummertjes. „Het idee is: ik wijs nummer één tot en met zes aan en dan lopen we met z’n allen naar binnen, tien minuten per groep.” Alleen wachten mensen haar seintje vaak niet af en houden ze hun nummertje graag bij zich voor over een week. „Dus ik ga denk ik elke week een andere kleur doen.”

Een vrouw in een blauwe blouse en met haar grijze haar in een staart loopt de Weggeefwinkel uit. Ze heet Anneke en is in de zestig. Ze opent haar Lidl-tas en toont wat ze meenam: een hemd met zebraprint, een T-shirt met bloemetjes en twee pantoffelachtige instappers die ze „klompen” noemt. „In de normale winkel koop ik geen schoenen meer. Hónderd euro voor één paar. Dan denk ik: nou nou nou nou nou nou!” Ze woont in Utrecht, vertelt ze, dit is de eerste keer sinds een halfjaar dat ze hier weer is. „Want die bus kost dacht ik 4 euro. Minstens.” Vanuit Utrecht-Oost fietste ze vanochtend anderhalve kilometer naar een bushalte aan de stadsrand het dichtst bij Zeist. „Dat scheelt misschien een zone.” En haar energierekening? Eerlijk, ze weet het niet. „Ik steek m’n kop nog in het zand.”

Ellis Jacobs (33), ervaren zorgmedewerker, begon verderop in Zeist-Noord in februari dit jaar een ‘voedselkast’ voor iedereen die niet kon rondkomen, zoals zij die net buiten de criteria van de voedselbank vallen. Het kastje is de eetvariant van de boekenkastjes in menig Nederlandse straat. Je haalt wat, en je brengt wat als je kunt. Pasta en brood, rijst en houdbare melk, bonen uit blik, en op de bovenste plank pakjes Always in een mandje. De houten kast staat op de stoep voor haar huis, een paar minuten fietsen van de L-flat.

Foto Daniel Niessen

‘Dan eet ik zelf niet’

Ik heb de kast hard nodig, vertelt een vrouw van in de twintig aan de telefoon. Ze wil anoniem blijven, het ligt gevoelig. Met haar dochter woont ze in bij haar moeder in een eengezinswoning in Zeist. De energierekening van haar moeder ging van 275 naar 435 euro en zelf is ze door ziekte afgekeurd. Ze is „helemaal blut”. Nog een dikke week tot de storting van haar Wajong. Hoe vaak gaat ze naar de voedselkast? „Elke dag.” Is er altijd genoeg voor avondeten? „Soms, niet altijd.” En dan? „Dan eet mijn dochter eerst. Blijft er niets over, dan eet ik zelf niet.” Desnoods – en nood is er geregeld – belt ze Ellis Jacobs. Die regelt via donateurs dan een extra tas met boodschappen of een cadeaukaart voor de supermarkt van een euro of 25.

Sympathiek, een voedselkast voor mensen die het lastig hebben, dacht een L-flatbewoonster (37) toen ze erover hoorde. Ze fietste erheen en zette er maandverband in en blikken soep. Zelf had ze jaren een goed inkomen genoten dankzij een baan in de evenementen- en festivalbranche. Door corona was haar werk stil komen te liggen, dat wel, en na een besmetting bleef ze telkens maar moe en kortademig. Dat is niet overgegaan. „Traplopen is een drama.” Ook zij krijgt nu Wajong. Ze is een alleenstaande moeder – „met een goede alimentatie, daar niet van”. Ook zij wil anoniem blijven, haar naam is bekend bij de redactie.

Haar inkomen slonk en alles werd duurder. Boodschappen, benzine en haar dochter van tien. „Díé wordt pas duur”, zegt ze droogjes op de bank in haar flat. Ze kan voor haar dochter niet meer gewoon kleren in de aanbieding kopen, want „mevrouw heeft een smaak. En het krijgt borsten, er moet een bh omheen. Er moet ook menstruatiespul komen.”

Nu bréngt de vrouw geen maandverband meer naar de voedselkast, maar haalt ze het eruit. Nu zegt ze: „Ik snap níét waarom dat spul niet vergoed wordt vanuit het basispakket.” Ze zet er nog steeds eten in, vorige week nog een doos met pasteitjes, maar haalt er ook één keer per week eten uit – vers brood, groenten uit blik, een zakje sugar snaps.

Ze blijft zich verbazen over de realiteit waarin ze zich terugvindt. Dat ze ineens báng is dat er dingen kapotgaan. De autodeur slaat ze niet langer hard dicht, en tegen haar dochter zegt ze: „Géén vingers op het scherm!” Haar wasmachine mag nog stuk, meer marge heeft ze niet. Onlangs deed ze een aanvraag voor de sport van haar dochter bij het jeugdfonds sport & cultuur van de gemeente Zeist. De aanvraag werd gehonoreerd. Fijn natuurlijk. Maar ze dacht vooral: „O, zover is het dus al. Ik kom in aanmerking voor zo’n fonds.”

 

Lees ook: De flat Lees ook: Terug naar de flat