Profiel Marianne Vos

WIELRENSTER

Marianne Vos beseft nu beter wat ze allemaal heeft bereikt

Illustratie Siegfried Woldhek

Het woonhuis met rieten dak dat Marianne Vos (35) in het Brabantse dorp Babyloniënbroek liet bouwen, ligt ietwat verscholen aan het eind van een doodlopende straat. De voordeur is moeilijk te vinden, naam- en nummerplaatje ontbreken. „We hoeven niet per se op te vallen”, zegt haar moeder Conny. „We komen toch al genoeg in de aandacht”, zegt vader Henk. „Als de bezorger maar weet waar we wonen”, zegt broer Anton.

Twee jaar woonde de familie Vos – Conny, Henk, Anton en Marianne – samen in de vrijstaande woning. „Tot Marianne in 2017 ging samenwonen met Moniek”, vertelt broer Anton.

Moniek is Moniek Tenniglo, de 34-jarige wegwielrenster op wie Vos verliefd werd toen ze samen voor ploeg Rabo-Liv reden. „Een levensgenieter”, noemt Anton haar. Door hun relatie is zijn zusje veranderd. „Van samen met Moniek een ijsje eten kan zij heel gelukkig worden. Ze gaat geregeld uit eten en naar kledingwinkels. Moniek heeft een goede smaak en dat zie je terug in de kledingstijl van Marianne. Haar broeken en blouses matchen nu.”

Marianne en Moniek hadden al een klein jaar wat toen Henk, Conny en Anton van hun relatie hoorden. „Wat zou je ervan vinden als ik bij Moniek introk?”, vroeg ze haar vader op een dag bij het ontbijt. Nu woont ze voor het eerst van haar leven een eind buiten haar geboortestreek, in het Twentse Borne, zo’n twee uur rijden van Babyloniënbroek. „Het was even wennen”, zegt Henk. „Maar ik vond het prima.”

Afgelopen juli, jaren nadat ze waren gaan samenwonen, vertelde Vos voor het eerst in het openbaar over haar relatie. Na haar eerste ritzege bij de Tour Femmes bedankte ze naast haar familie ook haar vriendin. Haar familie – die sinds haar jeugd in heel Europa aan de finish staat – geldt als trouw, zegt Anton. „Maar Moniek is dat net zozeer. Marianne vond het tijd dat zij ook credits kreeg. En waar kan je dat beter doen dan op het hoogste podium: de Tour de France?”

Als een van de grootste namen in het fietsen over haar vriendin vertelt, dan is dat nieuws. Onder het kopje ‘coming-out’ verscheen een bericht in queer lifestylemagazine Winq. Maar Vos heeft niet de ambitie een boegbeeld voor jonge lesbische vrouwen te zijn. „Dat zou ze niet toelaten”, zegt Gregory Vandamme, die al twintig jaar met haar bevriend is. Ook Tenniglo lijkt weinig voor zo’n rol te voelen; ze reageert niet op het verzoek om een interview.

Heeft Vos lang gewacht met praten over haar relatie, omdat het om een vrouw gaat? Het zou kunnen, zegt oud-ploeggenoot Roxane Knetemann, vanwege haar geloof. Vos is Nederlands-hervormd opgevoed. Ze gaat weinig naar de kerk, maar bidt wel voor het eten, ook binnen de ploeg. Knetemann: „Ze had misschien een plaatje in haar hoofd van hoe het hoort te zijn.”

Maar belangrijker, denkt Knetemann, is dat Marianne én Moniek het allebei moeilijk vinden hun privéleven naar buiten te brengen. „Ik denk dat ze bang was dat het te veel uitvergroot zou worden”, zegt Vandamme. „Die partner kiest voor jóú, niet voor alle aandacht. Bij een man had ze het niet anders gedaan.”

Het belangrijkste, vindt jeugdvriend Vandamme, is niet dat Vos ‘uit de kast’ is gekomen, maar dat ze überhaupt een serieuze relatie heeft aangedurfd. „Dat ze iemand heeft toegelaten. Vroeger was ze veel geslotener.”

Door de stabiele relatie waarnaar Vos altijd heeft gehunkerd, stráált ze, zegt vader Henk. „Ze is ook veel opener geworden. Vroeger kon ze twee weken van huis zijn en niets laten horen. Nu stuurt ze bijna elke dag wel een appje, foto of cadeautje.”

Carrière 2.0

Marianne Vos beleeft, zoals Vandamme het noemt, haar ‘carrière 2.0’. Ze zit zichtbaar goed in haar vel en heeft een mooi jaar als wielrenster. In juli won ze als leider van het puntenklassement de groene trui in de eerste Tour de France Femmes, een evenement waarvoor ze bijna tien jaar lobbyde. Begin dit jaar behaalde ze voor de achtste keer de wereldtitel veldrijden.

Komende week staat Vos aan de start bij de WK in Australië, zestien jaar nadat ze in 2006 voor het eerst wereldkampioen werd op de weg. Ze zat toen nog op het atheneum in Waalwijk, waar een wielergekke aardrijkskundeleraar toertochten organiseerde. Dat jaar werd ze óók wereldkampioen veldrijden.

Sindsdien heeft Vos alles gewonnen wat er te winnen valt, met olympisch goud in 2012 als hoogtepunt, op de weg in Londen. Maar in 2015 bleek dat succes, zelfs voor haar, geen vanzelfsprekendheid. Vos raakte overtraind, de ‘burn-out voor sporters’. Er werd gespeculeerd over haar afscheid van de sport.

„Ze was gesloopt, het waren tropenjaren geweest”, vertelt vader Henk. „En Marianne heeft het probleem dat ze geen ‘nee’ kan zeggen.”

Moeder Conny: „Het begon met kleine kwaaltjes. Pijn in haar onderrug, haar been.”

Anton: „De arts zei dat ze zes maanden niet mocht koersen. Anders was het klaar.”

Haar vader vertelt dat Vos in die rustperiode veel op Marktplaats zat. Ze woonden net in het huis in Babyloniënbroek en reden samen stad en land af om nieuwe spullen te kopen. „Ze heeft toen ook een motor gekocht en haar theorie-examen gehaald. Ze deed van alles om de leegte te vullen.”

Het moet ontzettend moeilijk voor haar zijn geweest, zegt Jeroen Blijlevens, voormalig ploegleider. „Ze was olympisch en wereldkampioen geweest. En opeens zat ze in een diep dal, niet wetende of ze ooit terug zou komen. Dat het haar gelukt is vind ik de grootste prestatie van haar carrière.”

De nieuwe Longo

Marianne Vos fietst vanaf haar vijfde en rijdt al snel haar eerste wedstrijden. De fijne kneepjes leert ze van grote broer Anton. Maar in tegenstelling tot haar broer is zij in alles wat zij deed „een streber”, zegt haar moeder. Ze kan zo slecht tegen haar verlies dat iedereen in haar omgeving er wel een anekdote over heeft.

„Ik zie haar nog een rij vuilnisbakken omtrappen”, zegt familievriend Henri Manders, die het gezin aan wielermateriaal hielp nadat het bouwbedrijf van vader Henk halverwege de jaren tachtig failliet was gegaan. Dat afreageren gebeurde toen ze op haar zeventiende haar eerste seniorenwedstrijd reed, waar ze achter Daphny van den Brand tweede werd. „Ze was zó kwaad dat ze niet gewonnen had. Toen wist ik: dit is de nieuwe Jeannie Longo”, de Franse fietslegende.

Roxane Knetemann leerde Vos kennen op het NK voor de jeugd, toen ze allebei veertien waren. Knetemann, pas begonnen met fietsen, werd verrassend vierde. Vos derde. „Mijn vader deed de huldiging. Maar Marianne was in geen velden of wegen te bekennen. Ze was boos omdat ze derde was geworden. Wat een raar meisje, dacht ik.” Even later, eenmaal afgekoeld, meldde Vos zich alsnog. „Ze sprak heel netjes en bood haar excuses aan.” Ook dat kenmerkt haar, zegt Knetemann. „Mijn vader zei dat je in het wielrennen helaas meer verliest dan wint, maar dat het haar typeerde dat ze zo baalde van die derde plek.”

„In de begintijd ging alles zo makkelijk”, zegt voormalig ploegleider Blijlevens. „We maakten een plan en ze voerde het uit.”

Vanwege haar fysieke kwaliteiten, zegt Knetemann. Maar misschien nog wel meer door haar tactische inzicht. „De intelligentie van een echte topsporter zit hem in leren waarom je de vorige keer verloor. Daar is Marianne supergoed in.”

Onzekerheid

Maar het winnen op de fiets was geen tegengif voor haar hardnekkige onzekerheid. Vader Henk vertelt dat er vroeger twee Mariannes waren. „Het teruggetrokken, stille meisje, van wie klasgenootjes niet wisten dat ze fietste. En die verschrikkelijk fanatieke sporter die beter wilde zijn dan de rest.”

Tegen dagblad De Pers zei Vos in 2011 dat ze zichzelf niet terug kon zien op televisie. „Ik vind mezelf niet bepaald woest aantrekkelijk. En ik kan mijn stem niet aanhoren. Als mijn ouders kijken naar een interview met mij, loop ik de kamer uit. Ik wil niet zien wat de buitenwereld ziet. Dat nietszeggende boerenmeisje: vreselijk.”

Zo hard als ze voor zichzelf is, zo aardig is ze voor anderen. Als haar broer in 2007 een psychose krijgt – volgens hemzelf omdat hij niet met de massale media-aandacht voor zijn zus kon omgaan – helpt Vos hem in de jaren daarna met het opbouwen van een carrière als wielerfotograaf. „Als je nu ziet waar hij staat, dat komt 90 procent door Marianne”, zegt Blijlevens.

„Zij voelt zich echt niet beter dan iemand anders”, zegt Knetemann. „Ik denk dat dat ook met haar geloofsovertuiging te maken heeft. Ze respecteert elke renster in het peloton.” Maar die bescheidenheid is op de fiets ook een zwakte, vindt ze. „Omdat Marianne niet echt leiderschap toonde op beslissende momenten. In het begin durfde ze amper iemand voor zichzelf op kop te zetten.”

Nee zeggen

Hoewel Vos niet van de spotlight houdt, doet ze jarenlang zowat alles waar ze voor gevraagd wordt. Nooit te beroerd om op de foto te gaan met een fan, altijd weer toezeggen om een interview te geven. „Alles was in die tijd Marianne Vos”, zegt Blijlevens. „Wij zijn toen soms ‘nee’ voor haar gaan zeggen.” Want dat is haar grootste probleem, zegt ook hij: ze kan geen ‘nee’ zeggen.

Ook op de fiets is ze grenzeloos. Ze neemt amper rust en wil overal in uitblinken. Om een betere klimmer te worden, niet haar sterkste kant, valt ze kilo’s af. „Ze was echt op de limiet qua gewicht”, zegt Vandamme. „Ze ging steeds verder, verder, verder. Toen is ze fysiek gecrasht.”

Van haar vriendin – met wie zij bijna dagelijks traint in de omgeving van hun huis – leerde Vos beter haar momenten te kiezen op de fiets, zegt Vandamme. „Moniek is een heel goede puzzelaarster.” Daar kon Vos van leren. „Marianne ‘durft’ nu op bergdagen in de groep plaats te nemen, in plaats van zichzelf helemaal uit te wringen voor een tiende plek.” En ze ‘durft’ ook vaker nee te zeggen, ziet hij.

Meer rust nemen, daar werkt Vos ook aan met haar coach Louis Delahaije, die ze in navolging van renster Annemiek van Vleuten in de arm neemt. Hij leert haar „te stoppen voordat ze tegen de muur fietst”, om het lichaam weer vertrouwen te geven nadat ze overtraind was geraakt. „Het is eigenlijk best simpel.” Maar dat heeft ook te maken met de kwaliteiten van Vos, zegt hij. „De top wordt steeds breder, en ik vind het heel knap dat ze nog steeds bovenaan staat.” Haar signature dish is daarbij bepalend: de explosie aan het einde van een wedstrijd. „Niemand kan dat zoals zij.”

Knetemann ziet dat ze de laatste tijd op de fiets meer „de leiding pakt en beslissingen neemt”, al is er wat haar betreft nog ruimte voor verbetering. „In haar eigen team kan ze het beter, dan is er een gemeenschappelijk belang. Maar vorig jaar bij het WK kreeg ze de rensters niet aan haar kant. Toen is ze tweede geworden. Eigenlijk moet ze dan met de vuist op tafel slaan.”

Haar overwinningen, al zijn het er minder dan voorheen, is Vos „meer gaan waarderen”, ziet voormalig ploegleider Blijlevens. „Vroeger lukte alles, maar ze kon er niet goed van genieten.”

Even buiten Babyloniënbroek laten broer Anton en vader Henk een geheime schuur zien. De trofeeën, rugnummers, licenties en regenboogtruien liggen er rijendik opgestapeld. „Marianne wil niks van zichzelf aan de muur”, zegt Henk, „maar sinds haar terugval vindt ze het mooi wat wij hier doen. Ze beseft beter wat ze heeft bereikt.”