Recensie

Recensie

Wandelen door prachtige natuur en naar onbekende musea

Wandelboeken NRC recenseert uiteenlopende wandelboeken. Deze keer: wandelen achter duinen, in het Gooi en door prachtig landschap naar onbekende musea.

Veel meer dan duin en zee

Bij het zien van de cover van een nieuw wandelboek van de ANWB, Wandelen langs de Nederlandse kust, was mijn eerste reactie niet juichend de wandelschoenen aantrekken. Zeker niet door die ondertitel: ‘Van Cadzand tot Den Helder, 30 wandelingen langs de Noordzee’. Die hele kustlijn af, van boven naar beneden? Dat betekende wekenlang rechts de zee, links het strand, alsjeblieft zeg. Maar toen sloeg ik het boek open.

Wat blijkt: de meeste wandelingen kómen niet eens bij de zee. Vanaf het uiterste noorden (zij het zonder Texel) tot bijna in België kan de wandelaar ontdekken hoe het landschap eruitziet áchter die meer of minder bekende duinen. En dat is veelzijdiger dan je zou denken, aldus het boek: „Op weinig plekken kun je zo gevarieerd wandelen als langs de Nederlandse kust. Strand, duinen, bossen, landgoederen, bollenvelden – op één enkele route kun je het allemaal tegenkomen. Plus nog heel veel meer verrassingen.”

Laten we eens twee heel verschillende wandelingen nemen dan. Te beginnen in Meijendel, het fraaie bos- en duingebied tussen Wassenaar en Scheveningen. Wie hier ’s morgens vroeg gaat wandelen komt vrijwel niemand tegen, en dat in de achtertuin van de derde stad van ons land. Een afwisselende (en bij warm weer door het hete mulle zand pittige) route voert ons langs de Waalsdorpervlakte, de bekende en ontroerende plek van de jaarlijkse Dodenherdenking, waar de Duitsers in de oorlog ruim 250 mensen fusilleerden.

Om in oorlogssferen te blijven volgt later, als we op de helft zijn van de korte variant (12 kilometer; in deze brandende zon slaan we de optionele extra lus door Scheveningen van nog eens 4,5 kilometer maar even over) de gevangenis van Scheveningen, residentie van tal van internationale verdachten van oorlogsmisdaden . En vlak daarna het ‘Oranjehotel’, het Nationaal Monument met het beruchte zijdeurtje waarvandaan terdoodveroordeelde verzetsstrijders naar de Waalsdorpervlakte werden gebracht. Wat jammer dat het bijbehorende museum pas om 11 uur opengaat: een beetje wandelaar is dan natuurlijk alweer bijna thuis.

Deze wandeling gaat wél een flink stuk langs het strand – een naaktstrand zelfs – en met vloed is het dan behoorlijk ploegen door het zand. We zijn blij als we, na nog een loeiheet stuk door de duinen, terugkeren op de schaduwrijke paden in het bosgedeelte en uiteindelijk bij de parkeerplaats, alwaar goddank ook een horecagelegenheid (Boerderij Meyendel). Met koud bier proosten we op onze prestatie op – en op een prima beschreven wandeling waarbij we toch weer wat leerden over dit mooie gebied.

Wandeling twee is van een heel andere orde. Het reisdoel is Veere, alwaar niet in duinen of langs de zee gelopen wordt maar langs vestingwallen en het Veerse Meer. Het belooft wederom een hete dag te worden – deze zomer was er nu eenmaal weinig keus – dus extreem vroeg wegrijden is het devies, zeker als je vanuit Noord-Holland helemaal naar Walcheren moet.

Maar de rit was de moeite waard: wat volgt is een wederom uitstekend beschreven wandeling. De route voert langs ‘oorlogskreken’ (de geallieerden zetten in 1944 een deel van Walcheren onder water om de Duitsers te verjagen) en deels door Veere zelf, een fraai maar ook zeer toeristisch plaatsje, waar ook nog een historische markt wordt gehouden met standhouders in middeleeuwse kledij – iets wat de vele Duitsers hier prachtig blijken te vinden. Bijzonderder zijn de vestingwallen als je Veere weer uitloopt – het lijkt wel een Teletubbie-landschap met al die door Willem van Oranje én Napoleon aangelegde bastions, gangen en grachten. En hier, in dit idyllisch golvende groen op slechts enkele minuten van de lange rij voor de palingkraam, is geen toerist meer te bekennen.

Het boek heeft voor een wandelboek een fors formaat en is dan ook niet mee te nemen tijdens het lopen. Foto’s maken van de pagina’s (en eventueel uitprinten) is dan het handigst, vooral ook als je de vele heldere uitlegtekstjes rond bijzonderheden op de route wilt lezen. Handig is ook de QR-code waarmee je in Google Maps kunt zien of je goed loopt. Slechts één keer hoefden we daar gebruik van te maken.

Heel fijn ook dat bij vrijwel alle wandelingen uit dit boek gekozen kan worden uit twee en soms zelfs drie afstanden – niet iedereen loopt even makkelijk 15 kilometer of meer, en deze auteur snapt dat gelukkig. Daarmee is dit boek geschikt voor zowel de beginnende als de gevorderde wandelaar die houdt van zee, duinen én de geheimen daar weer achter.

Drukte in het fraaie Gooi en op de Vecht

Bij elk nieuw boek van uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig wordt de wereld toch weer een stukje mooier, weten wandelboekenfans. Wandelen in Gooi en Vechtstreek is de nieuwste loot aan de al stam en behandelt een breed gebied rond Hilversum, grofweg vanaf Muiden in het noordwesten tot in het oosten Laren en Blaricum.

De eerste wandeling (15,5 kilometer): ‘Hoorneboegse Heide en Zonnestraal’. Bij dat laatste woord gaat bij mij nog geen lampje branden – des te leuker. De route voert door fraaie heidevelden, nog net mooi paars – helaas wel met meerdere hondeneigenaren die zich blijkbaar niet kunnen voorstellen dat niet elke wandelaar gediend is van het op zich af zien stormen van een hond met wijd open bek vol tanden, zeker niet in het geval van blote benen.

Verkoeling volgt in bos met mooie beukenlanen. Een prachtig extraatje is de (optionele) lus door Landgoed Zonnestraal, alwaar je je kunt vergapen aan architectonische hoogstandjes met wit, staal en veel glas, ooit voor tbc-patiënten ontworpen door architect Jan Duiker. Sla dit rondje niet over, waarschuwen de auteurs, en ze hebben gelijk: eeuwig zonde als je dit stuk (4,5 kilometer, ook prima los te lopen) laat liggen. In een van de schitterende gebouwen zit nu Brasserie Zonnestraal, ideale stop voor een lunch.

De routebeschrijving is zo goed als foutloos, al was het nog mooier geweest als die enkele twijfelmomenten er niet geweest waren – maar dit exemplaar is vers van de pers en deze uitgeverij zorgt continu voor updates als wandelaars onjuistheden of een veranderde situatie constateren, is de ervaring. De digitale kaartjes via de QR-code werken in twijfelgevallen overigens fantastisch. En misschien was het sowieso slimmer geweest als ik meer op de gekleurde paaltjes had gelet die aan het begin van de beschrijving handig op een rij staan, dan telkens de uitgeschreven tekst minutieus te volgen.

De tweede route (10,5 kilometer) betreft als enige geen rondwandeling maar gaat van A naar B – meestal een onhandig concept, behalve wanneer het begin- en eindpunt een station betreft, zoals in het geval van Breukelen en Maarssen. Kende ik Breukelen enkel van die lelijke Chinees langs de A2, dit boek overtuigde me ervan dat dit geenszins exemplarisch was voor het dorp áchter het wegrestaurant.

De proef op de som dus maar. Een prachtig stukje Gooi is dit zeker, met uiteraard de Vecht als verbindende parel kronkelend door het landschap, maar wel jammer dat zowel begin- als eindpunt even doorbijten is. Beide dorpjes hebben een merkwaardige ligging ten opzichte van het station: dat ligt aan de overkant van het Amsterdam-Rijnkanaal en dat betekent vanuit de trein eerst een heel stuk kaarsrecht langs de kade, de brug over, om dan datzelfde eind weer terug te moeten lopen alvorens je eindelijk het dorp in kwestie betreedt. Bij Maarssen exact hetzelfde verhaal, maar dan om vanuit het dorp de trein terug te bereiken. Beide tippels van en naar het station zijn ruim anderhalve kilometer lang; een kilometer is altijd al langer dan je wandelend denkt, laat staan als het een rotstuk betreft dat je enkel moet afleggen om op een mooi stuk (c.q. het eindpunt) te kómen. Beter was misschien geweest hier geen (soort van) NS-wandeling van te maken, maar een langere wandeling van Maarssen terug naar Breukelen, of twee aparte wandelingen.

Neemt niet weg dat dit alle overige kilometers een fraaie route was (met als enige dissonant een foto bij de tekst van een wandelaar die precies de verkeerde kant oploopt: verwarrend), langs schitterende buitenplaatsen aan de Vecht – waar het een stuk beter kijken naar is dan naar de opzichtige patserboten, waar er hier in dat altijd drukke Gooi nogal veel van varen.

Lees ook de vorige reeks wandelboekenrecensies: Wandelen door Nationale Parken, over eilanden en mét bier

Verrassende musea in prachtstreek

Na een niet zo positieve recensie eerder deze zomer van (o.a.) 25 zondagen, wandelen & museum, ontving ik een boekje dat óók wandelen en museumbezoek combineerde, met het bescheiden geformuleerde verzoek van de auteur er wellicht een keer een blik op te werpen. Het handzame werkje, met de slimme titel Weg van het museum, bevat 12 wandelingen in de Achterhoek en Overijssel – een gebied waar ik gezien het vele natuurschoon sowieso al snel op aansla. Het is uitgegeven bij het kleine Anoda en oogt een beetje selfmade, maar de mij grotendeels nog onbekende musea plus de relatief korte wandelingen (4 tot 6,5 kilometer) maakten dat ik er graag mee op pad wilde gaan.

Het boek suggereert te gaan lopen ná museumbezoek; ik deed dit echter in alle gevallen precies andersom: het vermoeiendste graag eerst – en zeker in de zomer geldt: hoe vroeger hoe beter. Tegen de tijd dat de zon je wegbrandt kun je lekker afkoelen (en uitrusten) tussen de kunstwerken.

We beginnen met Kampen, 4 kilometer dwars door dit historische stadje, en wat heerlijk om een werkelijk foutloze beschrijving te lopen. In het Stedelijk Museum Kampen blijkt een grote tentoonstelling te zien met werk van Eli Content, de dit voorjaar overleden veelzijdige kunstenaar en echtgenoot van auteur en Muizenhuis-maakster Karina Schaapman. Het door haar liefdevol samengestelde Lust for Life + More, met ook ontroerende foto’s van Contents naderende einde, is nog te zien tot en met zondag 25 september – een aanrader.

Lees ook een interview met Content, vlak voor zijn overlijden: ‘Wat ik verwacht na de dood? Niets. Niks. Niks.’

De tweede wandeling is van een heel andere orde: geen stadswandeling maar puur natuur, beginnend en eindigend in het kunstenaarsplaatsje Diepenheim. Prachtige natuur waar de route van 6 kilometer je wederom foutloos doorheen leidt, met als cadeautje een zwarte specht. Het Drawing Centre Diepenheim blijkt een fraai, zeer modern kunstmuseum, waar diverse kunstenaars hun werk tonen.

Een laatste proef op de som dan: in en om Enschede. De route van 6 kilometer start in Roombeek, tussen de verrezen – aantrekkelijke – nieuwbouw, nadat een complete wijk hier op 13 mei 2000 werd weggevaagd bij de ontploffing van S.E. Fireworks, met 23 doden, 950 gewonden en 200 verwoeste woningen tot gevolg. Achter de parkeerplaats ligt het monument voor de slachtoffers, inclusief resten van de funderingsplaten van de vuurwerkfabriek.

De wandeling gaat via fraaie parken het groen rond Enschede in, en dat blijkt verrassend veel. Dit is weer genieten voor de natuurliefhebber, maar ook voor cultuurfans: dankzij Rijksmuseum Twenthe. Een medewerker vertelt hoe het dak door de klap bij de vuurwerkramp een stukje werd opgelicht, waarna sluiting en renovatie volgde. Daar is nu niets meer van te zien, sterker nog, de liefhebber van moderne kunst loopt inwendig jubelend door dit overzichtelijke gebouw met zaaltjes vol kunst van gerenommeerde kunstenaars waar het Stedelijk Museum in Amsterdam jaloers op kan zijn.

Het boekje is rijkelijk voorzien van door de auteur zelf – Hans Wassink is beeldend kunstenaar – geschilderde illustraties van het landschap ter plekke, die het geheel een vrolijke uitstraling geven. Wat een goed concept bedacht hij met Weg van het museum, en wat fijn dat je als arrogante westerling, die anders misschien wel schouderophalend aan het ‘dorpsmuseum’ voorbij zou lopen, door hem rücksichtslos naar binnen wordt gestuurd, alwaar je beseft dat juist op onverwachte plekken soms de mooiste dingen gebeuren. En daarmee is dit toch echt de grootste verrassing van deze drie boeken.