Xi wil vooral samenwerking rond veiligheid

Relatie met China Centraal-Azië is belangrijk voor China’s eigen stabiliteit. Dat is niet los te zien van Xinjiang, waar de Oeigoeren wonen.

President van Uzbekistan Shavkat Mirziyoyev (rechts) en de president van China, Xi Jinping.
President van Uzbekistan Shavkat Mirziyoyev (rechts) en de president van China, Xi Jinping. Foto via EPA

De Chinese president Xi Jinping heeft de stap genomen: voor het eerst sinds de uitbraak van het coronavirus in januari 2020 begeeft hij zich buiten China’s landsgrenzen. Van woensdag tot en met vrijdag is hij in Kazachstan en Oezbekistan op staatsbezoek.

In de Oezbeekse stad Samarkand neemt hij bovendien deel aan een top van de door China opgerichte Shanghai Cooperation Organisation (SCO). Daar heeft Xi ook zijn eerste ontmoeting met de Russische president Vladimir Poetin sinds Rusland in februari Oekraïne binnenviel.

Maar Samarkand is meer dan alleen een pittoresk decor voor die top. Centraal-Azië is voor China van groot belang. Om economische redenen en als knooppunt voor verbindingen met het Westen, zeker, maar vooral om de rol die de regio speelt in het garanderen van China’s binnenlandse veiligheid.

Als je binnenlandse veiligheid zegt, dan zeg je Xinjiang. „Als je wilt begrijpen wat China doet in Centraal-Azië, dan moet je kijken naar die regio”, zegt Raffaello Pantucci, een wetenschapper die een boek schreef over de relatie van China met Centraal-Azië, en die daarvoor uitgebreid door het gebied reisde.

Potentieel kruitvat

Xinjiang is een potentieel kruitvat. Het is formeel een autonoom gebied in Noordwest-China, het bestrijkt ongeveer een zesde van het gehele Chinese landoppervlak. Het grenst aan Mongolië, Rusland, Kazachstan, Kirgizië, Tadzjikistan, Afghanistan, Pakistan en India.

Ruim 40 procent van de bevolking is er Oeigoers, een overwegend islamitische bevolkingsgroep die meer verwant is aan Turkse stammen dan aan Han-Chinezen. Daarnaast wonen er ook een miljoen Kazachstanen en kleinere groepen Kirgiezen, Tadzjieken en Russen. De verwevenheid met Centraal-Azië is er traditioneel veel sterker dan die met andere delen van China.

China is er sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 bang voor dat de voormalige Sovjetrepublieken in Centraal-Azië ook hun islamitische broedervolkeren in Xinjiang aanzetten tot separatisme, tot het streven naar onafhankelijke islamitische staten en tot terrorisme, gericht tegen etnische Chinezen.

China richtte vooral daarom in 1996 een organisatie op die expliciet gericht was op het verbeteren van de veiligheid in het gebied, de zogeheten Shanghai Vijf, met Kazachstan, Kirgizië, Rusland en Tadzjikistan. In 2001 werd dat de SCO. Die is inmiddels door de deelname van Pakistan en India uitgegroeid tot een groepering waar zo’n 40 procent van de wereldbevolking onder valt. Ook Iran staat op de nominatie om lid te worden.

Lees ook: Kazachstan neemt afstand van Poetin

Als eerste bezoekt Xi Kazachstan. Daar richt hij zich op meer dan alleen het versterken van economische samenwerking: hij heeft al aangegeven dat China zeker zo goed als Rusland in staat is om Kazachstan te helpen bij het handhaven van interne stabiliteit.

In een stuk van zijn hand dat verscheen aan de vooravond van zijn bezoek, biedt Xi Kazachstan aan om meer samen te werken op het gebied van rechtshandhaving, bij het verzamelen van inlichtingen, op defensiegebied, op het gebied van dataveiligheid en bij het bestrijden van de zogeheten ‘drie kwaden’: terrorisme, separatisme en religieus extremisme.

De bevolking van Kazachstan is minder enthousiast over China dan het bewind

Dat is heel aantrekkelijk voor het autoritaire bestuur van Kazachstan, dat in januari nog te maken kreeg met gewelddadige opstanden tegen de regering. Die werden overigens neergeslagen met hulp van de Russen, niet van de Chinezen.

De bevolking van Kazachstan is minder enthousiast over China dan het bewind, en oefent druk uit op de eigen overheid om beter op te komen voor de belangen van de etnische Kazachstanen in China. China gokt erop dat de Kazachstaanse overheid daar in de praktijk niets mee doet: die wil zich niet van China vervreemden.

Spoorlijn

Oezbekistan is vooral geïnteresseerd in samenwerking met China op het gebied van transport en infrastructuur. Een overeenkomst voor de aanleg van een spoorlijn die Oezbekistan via Kirgizië verbindt met Xinjiang wordt waarschijnlijk op de top in Samarkand ondertekend. Daarmee ontstaat er een verbinding tussen Centraal- en Zuid-Azië die niet door het instabiele Afghanistan loopt.

Ook voor China is dat interessant: het past in Xi’s grootste buitenlandproject sinds zijn aantreden: het zogeheten Belt and Road Initiative, de BRI. Dat is een netwerk van verbindingen via het spoor, de weg en de zee dat China, en zeker ook Xinjiang, beter moet verbinden met de buitenwereld. Oezbekistan is een belangrijk knooppunt voor China’s BRI-netwerk, ook voor de verbindingen met Iran.

China heeft Centraal-Azië op het moment economisch meer te bieden dan het door oorlog verzwakte Rusland. Maar China wil er wel iets voor terug: een grotere rol als bewaker van de stabiliteit in het gebied.