Oud-gedeputeerde Moorlag: ‘Minister Kamp had geen benul van impact versterking’

Gedeputeerde William Moorlag werd woensdagochtend verhoord.
Gedeputeerde William Moorlag werd woensdagochtend verhoord. Foto Koen van Weel/ANP

Als er één plek is waar iemand zich veilig wil voelen, dan is het wel zijn of haar huis. Toen William Moorlag, gedeputeerde van de provincie Groningen tussen 2009 en 2015 (PvdA), hoorde dat tienduizenden tot misschien wel 160.000 woningen onveilig waren in Groningen door de bevingen in het gebied, trok hij wit weg, vertelde hij woensdag aan de parlementaire enquêtecommissie in Den Haag.

In mei 2014 hoort hij van gaswinner NAM dat 50.000 woningen mogelijk onveilig zijn. Een maand later blijkt dat bijna 90 procent van de woningen in de regio gevoelig zijn voor de bevingen. Moorlag rekent zelf uit dat het om 160.000 woningen gaat, die mogelijk moeten worden versterkt, waarbij een deel van de mensen maandenlang hun huis uit moet. „Dat is verwoestend voor Groningen”, zei Moorlag woensdag. Hij was „helemaal naar en van de kaart” toen hij die cijfers zag.

Maar bij de toenmalige minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) voelde hij weinig urgentie voor een snelle aanpak van de versterkingen. Moorlag stuurde in november 2014 een mail van zes kantjes aan Kamp om het probleem aan te kaarten, want tot die tijd „kwam ik er niet doorheen bij de minister”.

Op 3 december 2014 kon Moorlag op gesprek komen bij Kamp om uit te leggen welke impact de versterkingsoperatie op de regio zou hebben. „Dat was een ontluisterend gesprek”, zei Moorlag, die Kamp plaatjes liet zien van woningen die tot de grond toe afgebroken zouden worden – dát was wat de versterking van huizen inhield. „Kamp was helemaal ontstemd. Niet vanwege de plaatjes, maar omdat hij die informatie van zijn ambtenaren nooit had gekregen”, zei Moorlag. „Minister Kamp had geen benul van de impact van de versterking.”

‘Dit komt nooit meer goed’
In zijn jaren als gedeputeerde moest Moorlag vaak onderhandelen met de minister en de NAM. „Alles moest bevochten worden, echt alles”, zei hij woensdag voor de commissie. „Het Rijk wilde de boel klein houden, niet meer doen dan nodig was.” De onderhandelingen waren dan ook nooit makkelijk: „Het was een tocht door de jungle, bergopwaarts met een kapmes in de hand kijkend of we de top konden bereiken.”

Moorlag is dan ook gefrustreerd over dat soms gezegd wordt dat Groningen om geld kwam bedelen in Den Haag. Terwijl Groningen nauwelijks geprofiteerd heeft van de gaswinning: één procent van de gasbaten is direct in Noord-Nederland geïnvesteerd. „Dat is oud zeer, waardoor we ons tweederangsburgers voelen. Mensen in Groningen is fors tekort gedaan.”

Hij verwijt dat onder meer de Tweede Kamer, die niet afdoende ingreep om „het verschil te maken ten goede van de Groningers”, zei Moorlag. „Terwijl de Tweede Kamer de hoogste macht is in dit land, er is geen minister die een euro mag uitgeven zonder toestemming van de Kamer.” Na de beving van Huizinge in 2012 kwamen busladingen vol Groningers naar de Tweede Kamer in Den Haag. „Niet alleen vanwege hun boosheid, zorgen en angsten, maar omdat ze hoop hadden dat de Tweede Kamer het verschil kon maken, maar die hoop hebben ze verloren.”

Over de toekomst van Groningen is Moorlag („van nature optimist”) pessimistisch: „Mentaal komt dit nooit meer goed. Daar moet een generatie overheen gaan.”

Dit artikel maakt ook deel uit van ons liveblog: Oud-Kamerlid Leegte (VVD) geeft opheldering over geruchtmakend telefoontje in trein