Jagers in Frankrijk verstoppen zich niet meer

Jagen Frankrijk telt meer dan een miljoen jagers en die verdedigen zich luider dan ooit. „We hebben mensen te lang de kans gegeven ons af te schilderen als wrede barbaren.”

Johanna Clermont is jacht-influencer. Ze maakt, met foto-sessies als deze, onder haar vele duizenden volgers op Facebook en Instagram reclame voor jagersbenodigdheden en kan daar goed van rondkomen.
Johanna Clermont is jacht-influencer. Ze maakt, met foto-sessies als deze, onder haar vele duizenden volgers op Facebook en Instagram reclame voor jagersbenodigdheden en kan daar goed van rondkomen. Foto Lionel Bonaventure/AFP

Met een dromerige blik kijkt Johanna Clermont de camera in op een foto die gemaakt is in de Franse Pyreneeën. Haar make-up en lange haar zijn zodanig in de plooi dat je zou denken dat ze net uit een kappersstoel komt. Maar de berggeit die met gesloten ogen en een bosje takjes in de mond voor haar over een rots is gelegd, wijst op iets anders. „De dag eindigde met een schot op deze mooie vrouwtjesgems”, schreef ze in het bijschrift van de foto die ze afgelopen oktober op Instagram plaatste. „[Ik ben] gelukkig en dankbaar.”

Johanna Clermont (deze achternaam is een door haar gebruikt pseudoniem) is chasseuse, jaagster. En dat is ze fulltime. Want als ze niet met haar teckel en jachtgeweer achter gemzen en everzwijnen aanzit, maakt ze via sociale media reclame voor alles wat met jagen te maken heeft: van jachtkleding en wapens tot begeleide jachttours en videokanalen over jagen. Op Instagram (170.000 volgers) en Facebook (183.000 volgers) deelt ze foto’s en video’s waarop ze op verschillende plekken ter wereld jachtgeweren streelt, geconcentreerd wegstuivende everzwijnen doodschiet of met een stel vogels met geknakte nekjes poseert. Ze kan er goed van rondkomen.

Dat een influencer openlijk reclame maakt voor plezierjacht, is in Nederland bijna niet voor te stellen. Maar in Frankrijk wordt er nauwelijks van opgekeken. „De meeste Fransen hebben niet echt een mening over jagen”, zegt Clermont schouderophalend terwijl ze op een warme dinsdagmiddag een biertje drinkt in een café in haar Zuid-Franse woonplaats Perpignan; haar herkenbare blonde lokken heeft ze in een knot gedraaid. „Net zoals de meesten geen sterke mening hebben over handbal of schaken.”

Lees ook: Wat is toch het plezier van de jacht?

Niet alleen voor de elite

En inderdaad: jagen is voor een aanzienlijk deel van de ruim 67 miljoen Fransen ‘gewoon’ een hobby. Volgens een peiling van Ipsos uit 2021 is 20 procent van de Fransen vóór de jacht en staat 29 procent er onverschillig tegenover. Slechts 51 procent is uitgesproken tegen plezierjacht. Ter vergelijking: in Nederland is volgens onderzoek van I&O Research 72 procent er tegen. Frankrijk heeft dan ook het grootste aantal jagers van Europa: het land telt ruim 1,1 miljoen actieve jagers en nog eens 4 miljoen Fransen hebben ooit een jachtvergunning gehad.

„Jagen is een soort levensschool”, zegt Clermont, gevraagd naar de reden dat ze jaagt. „Je leert over de natuur, over de gewoonten van allemaal verschillende diersoorten, over wapens. En het kan meditatief zijn: soms moet je uren achtereen stil zitten en geen geluid maken.” Ook bevalt het haar dat jagen in Frankrijk – anders dan bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk – geen elitesport is. „Alle sociale klassen doen het”, zegt Clermont. „Je ziet in het bos mensen lopen met jaagkleding van de Decathlon, maar ook van het chique Purdey. Ik ken echte aristocraten, maar ook boeren, leraren, handwerkers en fabrieksarbeiders die jagen” – een beeld dat wordt bevestigd door cijfers van de Nationale Federatie voor Jagers (FNC). Hoewel de meeste jagers op het platteland wonen, zijn er ook stedelingen die jagen. „Het verruimt je blikveld.”

De populariteit van la chasse in Frankrijk is volgens de in plezierjacht gespecialiseerde antropoloog Christophe Baticle te verklaren door het diepverankerde ruralisme (vrij vertaald: plattelandsdenken). In Frankrijk, waar 88 procent van de gemeenten als ‘ruraal’ wordt geclassificeerd, is het ruralisme of agrarisme lang beschouwd als „een volwaardige ideologische stroming, zoals socialisme en liberalisme dat ook zijn”, zegt hij telefonisch. De ideologie verheerlijkt het leven op het platteland en motiveert mensen na te denken over hun relatie met de aarde. Voor veel aanhangers is de jacht het summum van ruralisme: men leert over flora en fauna en spendeert – ver weg van de stenen stad – vele uren in de natuur.

Door de omvang en de dunbevolktheid van het Franse platteland, en de grote diversiteit aan natuurgebieden, zijn er bovendien veel van wat jagers „bejaagbare” dieren noemen. Daardoor zou het minder erg gevonden worden dat dieren voor de plezierjacht gedood worden dan in meer volgebouwde landen. Baticle: „We weten uit onderzoek dat in landen waar minder natuur is, de wens om haar te beschermen historisch gezien groter is.” Dit zou ook de reden zijn dat het aantal diersoorten waarop in Frankrijk gejaagd mag worden, beduidend hoger ligt dan in andere Europese landen. In het land mag bijvoorbeeld op 66 verschillende vogels gejaagd worden, waar het Europese gemiddelde 39 is.

Lees ook: Kloof in Frankrijk noopt Macron tot actie in EU

Uit de schaduw getreden

Hoewel het jagen dus diepgeworteld is, zou Johanna Clermont in vroeger jaren waarschijnlijk niet zo openlijk spreken over haar hobby. „Jagers waren in het verleden zeer discreet”, aldus Baticle. „Het is altijd een hechte gemeenschap geweest die onderling veel over de jacht praatte, maar zich niet vaak in de maatschappij presenteerde als jagers.” Toen er eind jaren tachtig meer aandacht kwam voor dierenrechten en de kritiek op de jacht toenam, lieten jagers meer van zich horen, onder meer met grote jagersprotesten.

De afgelopen jaren zette deze trend door. „Tot een paar jaar geleden was ons credo: als je gelukkig wilt leven, moet je verstopt leven”, zegt ook Willy Schraen, voorzitter van jagersfederatie FNC, in zijn met geweien en opgezette dieren versierde kantoor in Parijs. Schraen, een grote en brede roodharige man met een bulderstem, vertelt dat een voorganger hem eens op het hart drukte dat hij media moest mijden, vanuit het idee dat je bij kritiek beter stil kunt wachten tot de storm gaat liggen. „We hebben mensen te lang de kans gegeven ons af te schilderen als wrede barbaren.”

Ik spreek zelf iedere dag wel een minister of verkozen politicus en president Macron zie ik twee of drie keer per jaar

Willy Schraen voorzitter Nationale Federatie voor Jagers

Sinds zijn aanstelling in 2016 heeft hij het daarom zijn missie gemaakt om zo zichtbaar mogelijk te zijn en „de jacht uit te leggen”. De FNC wil jagers presenteren als vertegenwoordigers van het rurale Frankrijk en als natuurkenners die met hun kennis en acties als het herplanten van bossen bijdragen aan biodiveristeit en natuurbehoud. Zo hingen in 2018 Parijse metrostations vol aanplakbiljetten waarop jagers werden beschreven als „de nummer één natuurbeschermers van Frankrijk” en komt FNC geregeld op televisie met gelikte reclamespotjes. Volgens Baticle winnen ze er veel steun mee op het platteland: „Op de campagne voelen veel mensen zich verlaten door het verdwijnen van winkels, het openbaar vervoer en de publieke diensten. Ook ervaren ze intolerantie vanuit de rest van de maatschappij.” De FNC kan zich daarom opwerpen als een beschermer, een organisatie „die zorgt dat rurale waarden voortbestaan”.

Politieke lobby

Ook in politiek Parijs zijn jagers niet meer te missen. Via bekende lobbyisten als Thierry Coste en Schraen zelf heeft de jachtwereld contact met parlementariërs en senatoren van vrijwel alle politieke partijen. „Ik spreek zelf iedere dag wel een minister of verkozen politicus, en president Macron zie ik twee of drie keer per jaar”, zegt Schraen met enige trots. De jaaglobby oefent zo invloed uit op beleid omtrent natuurgebieden en regelgeving voor de jacht. De laatste jaren met succes, zo lijkt het: in Macrons eerste termijn (2017-2022) werd de prijs voor een nationale jachtvergunning gehalveerd en kregen lokale jachtverenigingen meer bevoegdheden.

De FNC is tevreden: Schraen zegt dat het contact met politici „steeds beter verloopt” en in Macron ziet hij een president „die de jacht wil promoten”. De politici hebben er zelf ook veel bij te winnen. Niet alleen vormen de 1,1 miljoen jagers (en hun naasten) een belangrijke kiezersgroep, ook kunnen politici via hen in de gratie vallen bij bewoners van het platteland die zich ver verwijderd voelen van Parijs. Macrons besluit om jachtvergunningen goedkoper te maken, werd dan ook algemeen beschouwd als een poging om plattelandsstemmen te winnen.

Lees ook: Extreem-rechts Frankrijk vreest voor de teloorgang van de Franse keuken „Er is hier zelfs een halalversie van Quick!”

Toch is het niet zo dat het de jagers alleen maar voor de wind gaat. Het aantal jagers in Frankrijk neemt al decennia geleidelijk af en de kritiek van onder anderen natuurbeschermers en dierenrechtenactivisten klinkt steeds luider. „Moraliteit wordt steeds belangrijker gevonden in de maatschappij en het is makkelijk om degene die doodt voor zijn plezier te veroordelen”, zegt Baticle over de kritiek die volgens hem vaker te horen is in de media en in de Franse maatschappij.

Tegenstanders van de jacht vinden het niet alleen wreed om zonder reden dieren te doden; zij bestrijden ook het beeld dat jagers helpen het natuurlijke ecosysteem op peil te houden. Zo benadrukt de Vereniging voor een Frankrijk zonder Jacht (RAC) dat jagers roofdieren als vossen, wolven en adelaars – de natuurlijke regulatoren in de voedselketen – doodschieten en dat veel „jaagbare diersoorten” in aantal afnemen. Om genoeg te jagen hebben, zetten jagers om die reden jaarlijks miljoenen dieren uit; everzwijnen (waarvan wél een overschot is in Frankrijk) zouden zelfs speciaal gefokt worden voor de jacht – iets wat de FNC ontkent.

Ook een terugkerend thema is de veiligheid: hoewel het aantal ongelukken afneemt, worden ieder jaar wel mensen per ongeluk doodgeschoten door jagers – acht in het vorige seizoen. Eind 2021 ondertekenden nog honderdduizend Fransen een petitie waarin onder meer werd opgeroepen de jacht op woensdag en zondag te verbieden, naar aanleiding van de dood van een 25-jarige man die werd beschoten toen hij hout stond te hakken op zijn eigen terrein.

Sommigen gaan ver in hun kritiek: zowel Schraen als Clermont vertelt dagelijks bedreigingen te ontvangen; Schraen heeft zelfs al jaren politiebescherming. „Zo zei iemand eens op sociale media dat hij hoopte dat ik ontvruchtbaar ben, zodat ik de jaagtraditie niet kan doorgeven”, zegt Clermont. Maar ze laat zich er niet door tegenhouden: „Ik blijf uitleggen wat er mooi en positief aan de jacht is.”

Toch is ze niet helemaal out & proud. Clermont deelt nooit foto’s van haar woning, vrienden of familie op internet en gebruikt dus een valse achternaam – zelfs in het contact met haar opdrachtgevers. Alleen als ze leveringen krijgt voor wapens, geeft ze haar echte achternaam door omdat dit moet voor de vergunning. Het is voor de veiligheid, maar ook omdat ze zich misschien realiseert dat voor sommigen jagen toch wel iets anders is dan hockey of basketbal. „Als ik ooit nog wat wil doen met mijn rechtenstudie en ga solliciteren, hoeft mijn toekomstige baas als die me googlet niet als eerste een dood everzwijn te vinden.”