Reportage

Voor glimmende gevels gaan toparchitecten naar Makkum

Koninklijke Tichelaar Keramiekfabriek Koninklijke Tichelaar is bekend van borden en tegeltjes. Maar in Makkum maken ze nu vooral bouwkeramiek.

Detail van Studio Jobs kunstwerk voor het Huis van Delft, met de Delftse stadsbrand van 1536.
Detail van Studio Jobs kunstwerk voor het Huis van Delft, met de Delftse stadsbrand van 1536. Foto Catrinus van der Veen

In een hoek van de bescheiden fabriekshal staan vleermuiskraamkasten, aan de andere kant liggen stapels straatstenen met op één lange zijde opgeruwd glazuur in helderblauw: klinkers om parkeerzones mee te begrenzen. Van de ene naar de andere kant van de hal wandelen kan binnen een paar minuten – als de bezoeker niet zou verdwalen tussen alle keramiek die onderweg te zien is.

Bij keramiekfabriek Koninklijke Tichelaar in het Friese Makkum, die dit jaar 450 jaar bestaat, is ambachtelijk werk nog steeds belangrijk. De circa veertig werknemers werken, deels met de hand, aan projecten die internationaal toonaangevend zijn in de keramieksector. Tichelaar maakt nog steeds sierkeramiek, zoals melkbekers met ijsprettaferelen en visschalen. Maar de belangrijkste tak van het bedrijf is nu bouwkeramiek.

Eén machine verwerkt hompen roestbruine klei tot een kaarsrechte meterslange plak van ruim een centimeter dik, die halverwege de lopende band in platen van zo’n 30 bij 60 centimeter wordt gesneden: tegels in wording. Verderop staan mallen waarin achtvlakken worden gemaakt die de gevelbekleding van een juwelier in Duitsland gaan vormen. Voorzien van een glanzend glazuur worden de nu nog matte blokken straks strak in het gelid aan de gevel van de opdrachtgever bevestigd. Daar zullen ze als een eindeloze reeks diamanten schitteren in de zon.

3D-printers

Sinds 2021 werkt Tichelaar samen met Studio Rap ook met 3D-printers. Daaruit verschijnen kleilaagje voor kleilaagje ‘geveltegels’ met een golvend reliëf tot ruim tien centimeter hoog. Regelmatig wordt het ontwerp in de computer iets aangepast, zodat de vormen steeds een beetje anders zijn en de uiteindelijke gevelbekleding een levendig beeld van golf en glans zal worden, dat elk moment van de dag het aanzicht van het gebouw verandert. „Doordat het glazuur er straks zijn eigen weg in zoekt, is ieder exemplaar uniek”, vertelt directeur Harm van der Ploeg tijdens een rondleiding over de werkvloer.

Architectenbureaus werken graag met Tichelaar. „We hebben de eeuwenoude kennis van keramiek in huis, maar als een architect iets volledig nieuws wil, gaan we op zoek naar de mogelijkheden die er zijn. We vinden eigenlijk altijd een oplossing.” Zo werden voor de oostelijke vleugel van het Groninger Museum de grootste tegels ooit in het bedrijf gemaakt (1,2 bij 1,2 meter) met behulp van zeefdruktechniek voorzien van het geel-blauw-en-groene vlekkenpatroon.

Maar hoe innovatief ook, veel bezoekers zijn het meest onder de indruk van het handschilderwerk. „We hadden hier laatst nog een delegatie uit Japan. Ook die bleven het langst kijken bij de schilders.”

Op dit moment werken die schilders niet aan mokken of borden, maar aan het nieuwbouwproject Huis van Delft. Tichelaar levert voor het appartementencomplex in het centrum van Delft de vlakke buitengeveltegels voorzien van een azuurblauw glazuur met een speciaal ontwikkelde metalige glans. Daarnaast krijgt het gebouw drie publieke ruimtes met een kunstwerk rond de Delftse geschiedenis, gemaakt door Job Smeets van Studio Job. Dat bestaat uit 120.000 Makkumer witjes, die in het atelier met de hand worden beschilderd naar het ontwerp van Smeets. Hoofdkleur: Delfts blauw.

Kunstwerk van Studio Job voor het Huis van Delft in wording in het schildersatelier van Tichelaar. Foto Catrinus van der Veen

Maar Studio Job zou Studio Job niet zijn als er geen details en grapjes in het kunstwerk zitten in allerlei andere kleuren. In het schildersatelier van Tichelaar zijn de tinten nog pastel, als de tegeltjes straks door de oven zijn gegaan zal helder het ontwerp voor het voetlicht komen, variërend van portretten van beroemde Delftenaren als Willem van Oranje en Antoni van Leeuwenhoek tot insecten, rozen en zelfs een ruimteschip.

Duurzame keramiek

Huis van Delft wordt zo duurzaam mogelijk gebouwd. Is keramiek duurzaam? Ja, stelt Van der Ploeg: „De duurzaamheid zit hem erin dat het materiaal lang meegaat, ook doordat keramieken gevels altijd mooi worden gevonden.” Dat kan de levensduur van een gebouw ten goede komen. Bovendien is keramiek onderhoudsvriendelijk: het is een hard materiaal met gladde toplaag, die niet snel vuil wordt.

De productieprocessen zouden in Makkum nog wel duurzamer kunnen, daarvan is Van der Ploeg zich bewust. Het bedrijf werkt met zowel elektrische als gasgestookte ovens. Tichelaar is er nog niet over uit hoe zich dat in de toekomst gaat ontwikkelen. „Het is ook de vraag welke kant het op moet. Moeten we volledig elektrificeren, moeten we naar waterstof?”

Van der Ploeg „mist richting vanuit de overheid” wat dat betreft. Overstappen naar volledig elektrisch heeft niet zijn voorkeur, ook omdat in sommige gevallen keramiek bakken in een gasoven een ander resultaat geeft dan in een elektrische. „Een elektrische oven verwarmt statisch, in een gasoven heb je luchtwervelingen. Ik denk dat biogas een oplossing kan zijn, dan blijft het proces met de gasovens min of meer hetzelfde, en biogas is verkrijgbaar in de regio.”

Intussen wordt gepuzzeld hoe reststromen als afgekeurd of gebroken materiaal kunnen worden opgewaardeerd, en heeft het bedrijf een nieuw concept voor herbruikbare gevelplaten ontwikkeld, ‘Skinz’: vlakke platen die met een speciaal ophangsysteem aan een gevel worden bevestigd. Bij eventuele sloop van het pand kunnen de platen volledig worden hergebruikt.

Waddenslib

Even verderop, in het oude fabrieksgebouw van Tichelaar in het centrum van Makkum, houden drie duo’s ontwerpers zich ook bezig met duurzaamheid en milieu. Ze zijn hiervoor uitgenodigd door de Stichting Frysk Tichelwurk, die voor het jubileum een kleine tentoonstelling en open atelier hebben ingericht.

Lotte Dekker en Gieke van Lon van designstudio Humade werken vanuit de vraag waar de grondstoffen voor keramiek vandaan komen. Tichelaar gebruikt klei uit onder andere Duitsland. Humade ging op zoek naar een alternatief dichterbij, en stuitte op baggerslib uit de Waddenzee. Voor de vaargeul naar de Eemshaven en voor behoud van biodiversiteit in de Eems-Dollard worden jaarlijks miljoenen tonnen slib weggebaggerd. Dekker en Van Lon ontdekten dat dit slib met de juiste bewerking kan worden gebruikt om keramiek mee te maken. Opmerkelijke bijvangst: het baggerslib is na één ronde in de oven al zo hard, dat een tweede stook kan worden overgeslagen. „Dat is zeker met de huidige gasprijs interessant”, vertelt Van Lon. De twee werken nu samen met Tichelaar aan de ontwikkeling van dit slibkeramiek.

Iris de Kievith en Annemarie Piscaer, die samen ontwerpersduo Lab Air vormen, proberen met het servies ‘Smogware’ de bewustwording rond luchtkwaliteit te verhogen. „In Rotterdam overlijden inwoners gemiddeld 1,5 jaar eerder door de hoeveelheid fijnstof in de lucht dan wanneer er geen vervuiling zou zijn”, zegt De Kievith.

Het servies ‘Smogware’ wil bewustwording rond luchtkwaliteit verhogen: gitzwarte kommetjes uit Wijk aan Zee

Het abstracte begrip 1 gram fijnstof in je longen in tien jaar tijd wordt inzichtelijk gemaakt met het servies: Piscaer laat vijf kommetjes zien die in steeds diepere tinten oker tonen wat zich in de longen van een Rotterdammer van 10, 25, 45, 65 en 85 jaar ophoopt. Is het ‘kinderkommetje’ vuilig wit, het ‘bejaarde’ exemplaar is zwart.

Stalen van slibkeramiek van Humade in het open atelier. Foto Catrinus van der Veen

Ronduit griezelig wordt het als Piscaer nog drie kommetjes toevoegt: het eerste heeft dezelfde kleur als de longen van de 45-jarige Rotterdammer, het tweede is bordeauxrood, het derde diepmatzwart: dit is wat 10, 25 en 45 jaar aan fijnstof vermengd met ijzerdeeltjes oplevert bij Wijk aan Zee. De Kievith wil benadrukken dat Lab Air niet met een beschuldigende vinger naar Tata Steel wil wijzen. „Wij gebruiken als consumenten immers allemaal staal. Het gaat erom die abstracte fijnstofcijfers in beeld te brengen. Maar, ja, wij walgen ook van ons project.”

Studio Kirstie van Noort & Studio Lotte de Raadt onderzoeken samen de mogelijkheden van ijzerwater, een afvalproduct van de productie van drinkwater. Verwerkt in klei of als glazuur blijkt dat een rozerode kleuring te geven. Bovendien, vertelt De Raadt: „IJzerwater werkt smeltpuntverlagend, waardoor de ovens minder heet hoeven te worden gestookt.” De twee werken samen met Tichelaar om ijzerwater ook toe te passen bij de productie van de Skinz-gevelplaten.

Brabant Water, het drinkwaterbedrijf waar Van Noort en De Raadt hun onderzoek begonnen, heeft inmiddels 10.000 tegeltjes besteld gekleurd met ijzerwater, voor het nieuwe pompstation in Eindhoven. Tichelaar gaat de tegels maken.

Open Atelier met werk van Humade, LabAir en Kirstie van Noort & Lotte de Raadt, wo-za t/m 30/9. Inl: frysktichelwurk.nl
In Museum Princessehof in Leeuwarden is een tentoonstelling rond 450 jaar Tichelaar, t/m 30/10, en de tentoonstelling Sea Silt, Linking Elements rond het baggerslibproject van Humade. Inl: princessehof.nl