Opinie

Alles moet anders om het klimaat te redden, ook de klimaatwetenschap

Klimaatonderzoek De strijd tegen klimaatverandering vereist een systeemtransitie. Dat lukt alleen als alle actoren samenwerken, betoogt Heleen de Coninck, inclusief de klimaatwetenschap.

In de jachthaven bij Beusichem lagen de boten deze zomer in de modder
In de jachthaven bij Beusichem lagen de boten deze zomer in de modder Foto Remko de Waal/ANP

De afgelopen zomer heeft voelbaar gemaakt wat wetenschappers al langer zeggen: dat klimaatverandering merkbaar is begonnen, en dat er niet mee te spotten valt. In Nederland zuchtten we onder hitte, droogte en lage rivierstanden. In Zuid-Europa brandden grote stukken bos af en moesten gebieden op waterrantsoen. En in Pakistan stierven meer dan duizend vrouwen, mannen en kinderen, en verloren tientallen miljoenen mensen huis en haard, door enorme overstromingen. Al die afzonderlijke gebeurtenissen zouden nog toeval kunnen zijn, maar gezamenlijk vormen ze een patroon: klimaatverandering is aan de gang, het komt door de menselijke uitstoot van broeikasgassen, en hoe hoger de temperatuurstijging, des te groter de ellende.

Willen we erger voorkomen, dan moeten de broeikasgasemissies zo snel mogelijk niet alleen naar beneden, maar naar netto nul. Nul emissies is een andere opgave dan emissiereductie: we moeten kijken naar wat leidt tot die hardnekkige emissies, en die onderdelen zoveel mogelijk elimineren. Dat omvat bijvoorbeeld gedrag van individuen, en wat we waarderen in het leven, maar ook gedrag van beleidsmakers. Het omvat de innovatie die we stimuleren, wetgeving en beleid, infrastructuur en stedelijke inrichting, en de prikkels die van de aandelenmarkt en de banken uitgaan. Als we onze systemen niet veranderen, blijft emissiereductie tegen de stroom in zwemmen.

Klimaatneutraliteit

Het regeerakkoord onderkent de noodzaak van nul emissies inmiddels. Klimaatneutraliteit in 2050, oftewel netto nul broeikasgasuitstoot, is vastgelegd in de Europese Klimaatwet, waar ook Nederland voor heeft getekend. Wat weinig mensen zich realiseren is dat klimaatneutraliteit in 2050 impliceert dat we niet-vermijdbare emissies (van bijvoorbeeld veeteelt en luchtvaart) compenseren door broeikasgassen die al in de lucht aanwezig zijn vast te leggen. En het gevolg daarvan is dat we nog vóór het bereiken van klimaatneutraliteit al CO2-neutraal moeten zijn. Klimaatneutraal in 2050 betekent ergens tussen 2040 en 2045 CO2-neutraal. Dat is dus al over twintig jaar.

Hoewel de klimaatbeleidsbrief van minister Jetten (Klimaat en Energie, D66) van vlak voor de zomer de noodzaak tot systeemverandering onderkent, is het Nederlandse beleid nauwelijks gericht op CO2-neutraliteit. Ook andere actoren – zoals bedrijven, banken en gemeenten – zijn er niet erg mee bezig. Natuurlijk moeten beleidmakers ook andere, soms acute problemen het hoofd bieden, van huisvesting tot stikstof en van een sneller veranderend klimaat tot de opvang van vluchtelingen. Die crises vergen op hun beurt ook systemische maatregelen, maar dan is het alleen maar verstandig als dat gebeurt indachtig de noodzaak van CO2-neutraliteit.

Voor systeemverandering zouden partijen niet alleen moeten kijken naar lijsten van maatregelen die vooral proberen nieuwe technologie geïmplementeerd te krijgen, maar ook naar verandering van gedrag, van financiële systemen, van opleidingen en herscholing, en van samenwerking en aansturing van die transities. Het hele register moet open.

Bij de actoren die nu moeten handelen, worden kennisinstellingen vaak niet genoemd

Dat zegt de wetenschap, onder meer in IPCC-rapporten. Daarom is het vreemd dat bij de actoren die nu moeten handelen uitgerekend kennisinstellingen vaak niet worden genoemd. De gedachte is dat zij al goed bezig zijn: wetenschappers leveren informatie en worden geprezen om hun bijdrage aan bewustwording. Maar functioneren onderzoek en hoger onderwijs eigenlijk wel optimaal voor een systeemtransitie?

Kennisinstellingen herbergen bruikbare kennis en vaardigheden waar systeemtransities van kunnen profiteren, maar waarover de samenleving vaak niet kan beschikken, zelfs als onderzoek wordt gedaan met gemeenschapsgeld én met een expliciet maatschappelijk doel. Onderzoekers, vooral aan universiteiten, worden afgerekend op hun ‘wetenschappelijke productiviteit’, waardoor ze vaak meer bezig zijn met het volgende artikel of congres dan met het helpen van bedrijven of overheden. De werkdruk is hoog, onder meer omdat het schrijven van een onderzoeksvoorstel, wat zeer tijdrovend is, leidt tot moordende concurrentie. Van onderzoeksvoorstellen over klimaatverandering wordt maar een klein deel gehonoreerd. Krijgt een onderzoeker het onderzoeksproject, dan bereiken de resultaten vooral andere wetenschappers, in plaats van degenen die met de resultaten aan de slag moeten. Als hamsters rennen onderzoekers door hun tredmolen, terwijl de wereld in brand staat.

Lees ook dit opiniestuk: De Nederlandse klimaataanpak richt zich op 2030. De echte opgave is 2050

Impactgedreven

Wat te doen? In opdracht van NWO en KNAW heeft een taskforce van wetenschappers van allerlei pluimage een voorstel voor een Klimaatonderzoek Initiatief Nederland (KIN) ontwikkeld, waarbij kennisinstellingen, in samenwerking met maatschappelijke partijen, een impact- en missiegedreven programma uitvoeren, zonder de genoemde competitie maar uiteraard wel met scherpe kwaliteitscontrole.

De wetenschappelijke wereld kan niet aan de zijlijn blijven staan en moet zelf ook veranderen – ernst en urgentie van het klimaatprobleem nopen daartoe. Het KIN, dat steun heeft van KNAW en NWO, kan een waardevolle bijdrage leveren aan het versnellen van systeemtransities, maar dat kan niet uit de huidige begrotingen van kennisinstellingen. Er moet dus geld bij.

Als de betrokken ministeries de systeemtransities serieus nemen, laten we dan een afspraak maken. In ruil voor voldoende additionele financiering, belooft het KIN dat het onderzoek naar systeemtransities centraal stelt en daarbij nauw samen- en meewerkt met maatschappelijke actoren, inclusief het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Zodat we de systeemveranderingen daadwerkelijk kunnen realiseren, en hopelijk nog op tijd.