Recensie

Recensie

In Van Kempens film zijn wolven heiligen

Documentaire ‘Wolf’, over de terugkeer van de wolf in Nederland, is opzienbarend en spectaculair gefilmd. Maar belangrijke vragen worden niet gesteld.

‘Wolf’ toont de indrukwekkende reis van welp Scout naar Nederland.
‘Wolf’ toont de indrukwekkende reis van welp Scout naar Nederland. Beeld ees van Kempen

Wolven symboliseren wereldwijd het verlangen naar échte wildernis, naar wilde natuur met roofdieren. Ook in Nederland is het verlangen naar de wolf onder beheerders en natuurliefhebbers groot. In 1845 is de laatste wolf in ons land gedood. En anno 2019 zijn op de Veluwe de eerste welpen geboren, waardoor sinds anderhalve eeuw weer een wilde roedel ontstond. De laatste decennia nam het aantal meldingen enorm toe. Met als uitkomst dat de wolf zich in ons land definitief heeft gevestigd.

De film Wolf van regisseur Cees van Kempen kon dan ook niet uitblijven. Hij en zijn team filmden vier jaar lang in de bossen van Duitsland en Nederland om de terugkeer van deze toppredator „zo natuurgetrouw mogelijk te verbeelden”, zoals de aftiteling stelt.

Bij wijze van proloog introduceert Van Kempen een opa en zijn kleinzoon die luisteren naar Peter en de wolf (1936), een muzikaal sprookje van de Russische componist Prokofjev. „Een jongen als jij hoeft niet bang te zijn voor wolven”, zegt de voice over van Matthijs van Nieuwkerk sussend.

Gebaseerd op wetenschappelijke kennis vertelt de film het verhaal van de welp Scout, geboren in Oost-Europa. Als jong dier is Scout nieuwsgierig en ondernemingslustig. Hij gaat op weg naar Nederland. Met opnamen van een spelende Scout met dartele broertjes en zusjes krijgen we een vertederend beeld van een wolvenroedel, waarin aan de pups allerlei menselijke eigenschappen worden toegekend. Inderdaad, daar hoeft niemand bang voor te zijn. Vervolgens vertelt de film het „meest opzienbarende natuurverhaal van Nederland”.

Opzienbarend is het zeker, en beslist spectaculair gefilmd met jagende en ’s nachts huilende wolven, plus de indrukwekkende reis van Scout naar Nederland. Maar klemmende vragen zijn gerechtvaardigd.

Zo groot als Amsterdam

Is ons land groot genoeg en is er voldoende prooi? De film laat onvermeld dat schapen werden aangevallen, dus rijst bij de toeschouwer de vraag: „Hoe gevaarlijk is de wolf, eventueel ook voor de mens?” Een wolvenfamilie heeft een territorium nodig van tweehonderd vierkante kilometer, een „gebied zo groot als Amsterdam”, legt Van Nieuwkerk uit. Wel een vreemde vergelijking. Of omarmt Amsterdam ook binnenkort de wolf?

Scout en zijn soortgenoten zijn sprookjeshelden met wie we vredig kunnen samenleven, als we hen met respect behandelen en ruimte geven bezingt de film. ‘Held’ is te zacht uitgedrukt, Van Kempens wolven zijn eerder heiligen.

Wat de film ontbeert is de schaduwzijde van rewilding met de wolf, en daardoor drama. De mens in het overbevolkte Nederland is in Wolf afwezig, afgezien van angstaanjagende beelden van een snelweg die Scout op zijn weg tegenkomt. In Duitsland zijn al 600 wolven doodgereden.

De presentatie van de wolf als huisvriend doet het dier tekort. Shots van een wolvenwerend hekwerk ogen geruststellend, maar moeten we dan de Veluwe gaan omheinen?

Er speelt meer

Het is een trend in veel Nederlandse natuurfilms, zoals eerder De Nieuwe Wildernis (2013), Holland: Natuur in de Delta (2015) en De Wilde Stad (2018), de groei en bloei van alles wat leeft weer te geven. Terwijl iedereen weet dat er meer speelt in de natuur, dat het ook slecht gaat. Feel good wint het van de vaak bittere realiteit.

Door het hallelujagevoel dat Wolf oproept wordt het verhaal uiteindelijk monotoon, iets wat bijvoorbeeld bij De Nieuwe Wildernis beslist niet het geval was. Die film heeft een grote intrinsieke spanning omdat de vraag werd opgeroepen: ‘Kan dat, wildernis in het dichtbevolkte Nederland? Iedereen weet inmiddels dat de winters in de Oostvaardersplassen hard toeslaan, met alle gevolgen vandien.

Volgens de makers van Wolf verhoogt de wolf de biodiversiteit omdat prooidieren een ander gedrag gaan vertonen en hun aantallen worden gereduceerd. Ook de prooiresten geven biodiversiteit een impuls. Dat is waar en het is goed dat deze samenhang wordt getoond.

Recente boeken zoals De kinderen van de nacht (2016) van Dik van der Meulen of Ooit waren er wolven (Once There Were Wolves, 2021) van de Australische schrijfster Charlotte McConaghy, delen de fascinatie voor de wolf met Van Kempens film, maar laten ook de wisselwerking tussen mens en dier zien. McConaghy beschrijft bijvoorbeeld de ‘herwildering’ met wolven in de Schotse Hooglanden en hoe schapenboeren fel tegen zijn.

Door deze pro’s en contra’s krijgt de entree van wolven in de natuur overtuigingskracht. Het vreemde aan Wolf is dat het verhaal van Scout gaandeweg de film juist steeds minder overtuigend wordt.