Hollywoodhoofdrol dankzij de masseur

Hollywood In de kappersstoel en op de massagetafel worden in Hollywood connecties gelegd die leiden tot carrièredefiniërende filmrollen.

Hollywoodkapper Ted Gibson met Sandra Oh (rechts)
Hollywoodkapper Ted Gibson met Sandra Oh (rechts)

Sandra Bullock en Brad Pitt zijn dit jaar in elkaars films The Lost City en Bullet Train te zien. Een uitwisseling die niet werd bedacht door een clevere filmproducent, maar door hun gedeelde haarstyliste Janine Rath-Thompson. In de kappersstoel, make-uptrailer en op de massagetafel worden in Hollywood unieke connecties gelegd. Connecties die leiden tot soms carrièredefiniërende filmrollen. Zo zette Andrew Garfield een tweede Oscarnominatie op zijn naam door zijn hoofdrol in de energieke musical tick tick… Boom! (2021). Een rol die hij dankte aan zijn massagetherapeut, Greg Miele, die ook regisseur Lin-Manuel Miranda masseert en hem overtuigde om Garfield te casten.

Ted Gibson (56) is één van Hollywoods beroemdste haarstylisten. Hij is verantwoordelijk voor de coupes van onder anderen Angelina Jolie, Lupita Nyong’o, Jessica Chastain en Anne Hathaway. In zijn salon, Starring by Ted Gibson, vertelt hij dat van de vele professionele contacten die Hollywoodsterren dagelijks hebben, die met hun kapper verreweg het meest diepgaand en intiem is. Doordat Gibson tijdens zijn werkzaamheden klanten aanraakt, ontstaat er volgens hem snel een soort vertrouwdheid.

Toen hij dertig jaar geleden voor zijn vak werd opgeleid lag de nadruk op hoe je haar knipt en kleurt. „In de praktijk leerde ik dat het eigenlijk gaat over goed kunnen luisteren en het lezen van mensen.” Gibson wist in 2005 als één van de eersten dat Angelina Jolie zwanger was van haar eerste kind met Brad Pitt. „Maar dat soort kennis deel ik zelfs niet met mijn man”, vervolgt hij. „Het is zó intiem en niet aan mij om dit met de buitenwereld te delen.”

Het is een belangrijke ongeschreven regel in Hollywood, legt de stylist uit, waar geen geheimhoudingscontracten voor moeten worden getekend. Net als in een relatie tussen therapeut en cliënt, hebben de sterren te allen tijde de regie over wat er naar buiten komt.

Details over welke acteurs hij succesvol suggereerde voor rollen of welke producenten, agenten en managers hij koppelde aan sterren, wil Gibson dus niet geven. Dat het gebeurt „in de stoel, wanneer iemand over filmprojecten praat die in ontwikkeling zijn”, kan hij wel vertellen. „Als ik door mijn werk iemand blijk te kennen die bij zo’n project aansluit, wisselen we contactgegevens uit.”

Hij kan nog zingen ook

Begin dit jaar vertelde massagetherapeut Greg Miele in een tv-interview wél dat regisseur Lin-Manuel Miranda tijdens een massagesessie interesse toonde in een samenwerking met acteur Andrew Garfield voor de Netflix-musical waar hij aan werkte. Miele fluisterde Miranda in dat hij Garfield goed kende en kreeg de vraag of hij wist of de acteur ook kon zingen. „Natuurlijk”, had Miele geantwoord. „Ook al had ik hem nooit horen zingen.” Zodra Miranda vertrokken was, belde hij Garfield op, die de rol in tick tick… Boom! inderdaad binnensleepte en zich op zang- en pianolessen stortte.

Volgens de drievoudig Oscargenomineerde Special effects make-upartiest Matthew Mungle (65) gaat ook tijdens zijn werk vaak de vergelijking met therapie op. Hoewel je met je therapeut slechts 50 minuten per sessie spendeert en Mungle dagelijks uren zit te kletsen. Met zijn meest hechte Hollywoodrelatie, Glenn Close, werkte hij aan vier films. Haar transformatie in Albert Nobbs (2011), duurde dagelijks meer dan twee uur.

Mungle: „Als een haarstylist of make-upartiest zo’n connectie weet te maken, is het meestal een teken dat ze heel goed zijn in hun werk. Als je je rol kunt overstijgen en invloed kan hebben op zoiets als een casting, wil dat zeggen dat mensen je respecteren.”

Daarvoor heeft Mungle nog een andere sleutel naast discretie: „Ik praat ook nooit over mijn eigen politieke voorkeur, religie of mijn relatie.” Je zegt volgens hem beter niet zomaar alles wat in je opkomt tijdens het contact met een ster. „Als iemand bijvoorbeeld een slechte huid heeft, benoem je dat niet expliciet, maar vraag je ‘vind je het goed dat ik je gezicht even goed verzorg’. Dat kan je onderdanig noemen, maar ik zie het als dienstbaar. Zij geven zich tenslotte bloot op het scherm. Wij niet.”