Opinie

Belastingdienst, wees transparant over fiscale regels

Belastingdienst De Belastingdienst houdt intern beleid over de uitleg van belastingwetten buiten de openbaarheid. Daar moet een einde aan komen, schrijft .

Kantoor van de Belastingdienst in Den Haag.
Kantoor van de Belastingdienst in Den Haag. Foto Robin Utrecht

Moet een student die door middel van mining cryptomunten verwerft hierover belasting betalen? Kan de bakker om de hoek zijn broodjeszaak – fiscaal vriendelijk – overdragen aan zijn zoon? En kan een huizenbezitter de btw op de aankoop en installatie van zonnepanelen terugvragen? Het antwoord op deze en duizenden andere vragen is door de Belastingdienst neergelegd in intern beleid. Maar dat beleid is vaak volstrekt onzichtbaar voor burgers en bedrijven. Dat ondermijnt een eerlijk en rechtvaardig belastingstelsel, en is slecht voor de belastingmoraal.

Belastingwetten zijn de afgelopen jaren steeds complexer geworden. De loonbelasting, inkomstenbelasting, en dividendbelasting (ja, hij bestaat nog steeds) staan vol met lange zinnen, open normen en ingewikkelde begrippen. Komt een individuele belastinginspecteur er niet uit, dan is er geen nood aan de man. Deze kan – en veelal zelfs moet – een vraag over een fiscaal probleem dat speelt bij een burger of bedrijf voorleggen aan een van de bijna veertig kennisgroepen van de Belastingdienst. Dit zijn serieuze vaktechnische denktanks met kundige medewerkers die veelal zelf ook belastinginspecteur zijn. Zo zijn er de kennisgroepen ‘auto’, ‘milieuheffingen’, ‘pensioenen’, ‘ondernemersfaciliteiten’, ‘internationaal belastingrecht’ en ‘dividendbelasting’.

Eenheid van beleid

Met het bestaan van deze kennisgroepen is niets mis. Integendeel. Door het op peil houden, bundelen, en coördineren van specialistische kennis, bewaken zij de eenheid van beleid binnen de Belastingdienst. Het antwoord van een kennisgroep is een ‘bindend advies’ dat door een inspecteur gevolgd moet worden. Zo zijn er adviezen over de fiscale behandeling van cryptomunten, schenking van een woning, importeren van schadeauto’s, aftrekbaarheid van ondernemerskosten, en bedrijfsopvolgingen. Deze standpuntbepalingen worden breed gedeeld binnen de Belastingdienst, zodat inspecteurs in Groningen en Maastricht de fiscale spelregels op eenzelfde wijze toepassen. Dit is goed, want dit verzekert gelijke behandeling van belastingbetalers.

Lees ook: Foutje van de fiscus? Zorg ervoor dat je sowieso al bezwaar hebt gemaakt

De staatssecretaris Fiscaliteit en Belastingdienst, Marnix van Rij (CDA), dient kennisgroepstandpunten binnen zes weken op te nemen in gepubliceerd beleid, dat voor iedere burger en bedrijf toegankelijk is. Maar juist op dit punt is de zaak volledig ontspoord. Kennisgroepstandpunten vinden eerder niet dan wel hun weg naar de openbaarheid. Tekenend zijn in dit verband de afgelopen jaren door burgers en bedrijven sporadisch – met een beroep op de Wet open overheid en diens voorloper – ‘gewobte’ standpunten van kennisgroepen. Ten tijde van de afdoening van deze openbaarheidsverzoeken waren de – veelal jaren geleden – afgegeven fiscale standpunten nog steeds niet gepubliceerd in beleid.

Onlangs nog veegde de Rechtbank Rotterdam de vloer aan met staatssecretaris Van Rij die stelde dat standpunten van de ‘kennisgroep omzetbelasting’ geheim moesten blijven omdat zij „zijn aan te merken als persoonlijke beleidsopvattingen” van een belastingambtenaar. Nee, oordeelde de bestuursrechter: kennisgroepstandpunten „hebben materieel dezelfde waarde als formeel vastgesteld beleid”.

Rechtsgelijkheid

Vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid en rechtszekerheid zou de student, bakker, en huizenbezitter zich op dit interne beleid moeten kunnen beroepen. Zij bevatten namelijk belangrijke informatie over de uitleg van complexe fiscale regels. Het wobben van intern beleid is een zeer tijdrovende en administratief bewerkelijke aangelegenheid. De student, bakker, en huizenbezitter zouden hier niet afhankelijk van mogen zijn.

Op dit moment hebben alleen belastingbetalers die zich laten bijstaan door een belastingadviseur van één van de grotere belastingadvieskantoren toegang tot de interne standpunten van de Belastingdienst. Deze belastingadviesreuzen – denk aan PWC, EY, of Loyens & Loeff – begeleiden cliënten bij complexe belastingvraagstukken, die ook aan kennisgroepen worden voorgelegd. Over de jaren heen zijn zij erin geslaagd om omvangrijke privébibliotheken aan te leggen met een schat aan informatie over – onder meer – niet-gepubliceerd beleid van de Belastingdienst. Dit helpt hen, dag in dag uit, met het realiseren van fiscale tegemoetkomingen voor hun cliënten, die de gewone belastingbetaler mogelijk niet ontvangt. Dat is onrechtvaardig en ondermijnt het – toch al broze – vertrouwen van de gewone belastingbetaler in de Belastingdienst.

Actieve openheid

Ik doe daarom een beroep op staatssecretaris Van Rij. Zet de luiken van de Belastingdienst open en publiceer kennisgroepstandpunten op de website van Belastingdienst. Bij voorkeur met een voor het bredere publiek leesbare samenvatting. Een dergelijke actieve openheid is geen noviteit. Sinds 2019 heeft de Belastingdienst al meer dan duizend samenvattingen van belastingafspraken gepubliceerd die zij met het internationale bedrijfsleven heeft gemaakt. Het publiceren van standpunten van kennisgroepen is een logische vervolgstap. Een groot aantal landen – waaronder Italië, Polen en Australië – zijn ons al voorgegaan. Dat is niet vreemd. Publicatie van interne fiscale standpunten wordt al jarenlang voorgeschreven in internationaal en Europees belastingbeleid. Ook Nederland heeft hiervoor getekend.

Vergeleken met de introductie van een nieuwe vermogensaanwasbelasting in 2026 is publicatie van kennisgroepstandpunten kinderspel. Een kleine stap voorwaarts, maar een grote stap naar een eerlijker en rechtvaardiger belastingstelsel voor iedereen. Niet alleen multinationals, maar ook de student, de bakker om de hoek en de huizenbezitter hebben hier recht op.