CBS: Koopkracht stond al in 2021 onder druk

Economie De koopkracht nam in 2021 met gemiddeld 0,3 procent toe, de kleinste stijging in jaren. Dat komt onder meer doordat de inflatie sneller steeg dan de lonen.
De koopkrachtontwikkeling werd onder meer beperkt doordat de lonen niet meestegen met de inflatie.
De koopkrachtontwikkeling werd onder meer beperkt doordat de lonen niet meestegen met de inflatie. Foto Lex van Lieshout/ANP

Nog voor de oorlog in Oekraïne begon en de hoge energieprijzen vervolgens de inflatie opdreven, stond de koopkracht van een gemiddeld Nederlands huishouden al onder druk. De koopkracht nam in 2021 met gemiddeld 0,3 procent toe, de kleinste stijging in jaren. Dat blijkt uit dinsdag gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De koopkrachtontwikkeling werd onder meer geremd doordat de lonen niet of onvoldoende meestegen met de inflatie. In november en december 2021 waren de prijzen van goederen en diensten ruim 5 procent hoger dan dezelfde maanden een jaar eerder, terwijl een gemiddeld loon (gecorrigeerd voor inflatie) met 3 procent afnam.

Vanzelfsprekend ging niet iedereen er in 2021 in koopkracht op achteruit. Ruim 60 procent van de werknemers zag hun koopkracht toenemen, terwijl het tegenovergestelde gold voor 75 procent van de pensioenontvangers.

De koopkrachtramingen voor huidig kalenderjaar zijn somber. In augustus steeg de inflatie tot 12 procent, het hoogste percentage ooit gemeten. De torenhoge prijzen in combinatie met lonen die onvoldoende meestijgen resulteert naar verwachting in 2022 in een koopkrachtdaling van 6,8 procent, berekende het Centraal Planbureau (CPB) in augustus.