Bij de meedoen-balie begint voor inwoners van het azc de lange weg naar betaald werk

Inburgeren Gemeenten zijn sinds dit jaar verantwoordelijk voor de inburgering van de circa 40.000 statushouders in Nederland. Hoe krijg je hen zo snel mogelijk aan het werk? NRC bekeek de praktijk in Deventer.

Om integratie in de maatschappij te bevorderen, krijgen statushouders sinds kort hulp bij het opstellen van een inburgeringsplan, dat naast het leren van de taal ook gericht is op mogelijk toekomstig betaald werk.
Om integratie in de maatschappij te bevorderen, krijgen statushouders sinds kort hulp bij het opstellen van een inburgeringsplan, dat naast het leren van de taal ook gericht is op mogelijk toekomstig betaald werk. Foto Marco de Swart/ANP

Ahmed Haji Omer tovert het kantoortje tegenover de stempelpost in de voormalige kazerne rap om tot ‘meedoen-balie’. Hij zet een bord Oreo-koekjes op een bijzettafeltje en plaatst wat extra stoelen. Omer, een frisse dertiger met kort zwart-grijs haar, is een van de bewoners van Schalkhaar, het asielzoekerscentrum net buiten het gelijknamige dorpje nabij Deventer. Hij helpt medebewoners die een bezigheid zoeken.

Tussen de gebouwen die 650 asielzoekers huisvesten, ligt een moestuin. Dat is waar de bewoners werken: ze maken handgeschreven bordjes met plantennamen, schoffelen, zaaien en oogsten. Ze beheren ook de stomerij en het winkeltje, en brengen de kleine kinderen ’s ochtends naar de weg. Daar stopt de bus om hen naar de school in de bebouwde kom te brengen.

Zoals elke woensdag is er vandaag in Schalkhaar een inloopochtend voor bewoners die iets om handen willen hebben – taalondersteuning bijvoorbeeld, sport of vrijwilligerswerk. Die dag is niet toevallig gekozen: op woensdag moeten alle bewoners van het azc zich melden en een stempel halen. Dan kunnen ze meteen even langs de ‘meedoen-balie’, dacht Michiel ten Bulte (38), de organisator ervan en projectleider voor vrijwilligerscentrale Deventer Doet. Hij kan de hulp van Ahmed goed gebruiken, want die spreekt vloeiend het Koerdische hoofddialect Kurmanci, Arabisch en Engels.

Muziekfestival

De eerste die vandaag langskomt, stelt zich voor als Naif. Net als Ahmed komt hij uit Koerdisch Irak, en hij wil graag werken. Luid pratend beginnen de mannen met het invullen van het aanmeldingsformulier. Ahmed schakelt over op het Engels om met Ten Bulte te overleggen of Naif meekan naar het muziekfestival waarvoor binnenkort het opbouwen begint. Het gaat om onbetaald werk; vrijwilligers krijgen koffie en broodjes tijdens de werkzaamheden die ze samen met Nederlanders uitvoeren, en na het sjouwen hebben ze gratis toegang. Daarmee voldoet deze werkplek aan de voorwaarden die Deventer Doet stelt. Ten Bulte: „Meedoen gaat over contact maken, de taal leren en kennismaken met onze gewoontes. Organisaties die op het azc gratis arbeidskrachten willen oppikken die de hele dag zonder contact in een loods moeten bollen pellen of sjouwen, kunnen wij niet gebruiken.”

Dan komt Bienvenue binnengewandeld, een slanke twintiger in een lichtblauw poloshirt met daaronder een witte broek. Hij begroet Ahmed en Ten Bulte met een ferme schouderklop en stelt zich voor aan nieuwkomer Naif. Ook hij geeft zich op voor de opbouw van het muziekfestival. In vloeiend Nederlands vraagt hij Ten Bulte of dit net zo’n klus is als het theaterfestival van laatst. Dan gaan ze over op Engels, zodat Ahmed ook kan meepraten.

B1 inburgeringsroute

Aan het einde van de inloopochtend komt nog een nieuweling binnen: Sameer uit Jemen. Hij wil zijn tijd nuttig besteden, zegt hij, en elk contact is welkom. Hij zou graag wekelijks een rolstoelwandeling maken met ouderen uit het verzorgingshuis verderop, zegt hij, maar dat zit er tot zijn spijt niet in. Hij is geblesseerd aan zijn knie.

Sameer is sinds vorig jaar november in Nederland en kreeg op 13 januari 2022 een verblijfsvergunning voor vijf jaar. Hij is een van de 136 statushouders die de gemeente Deventer dit jaar toegewezen heeft gekregen, naast 350 Oekraïners. Samen met een inburgeringsconsulent van de gemeente heeft Sameer de afgelopen weken zijn Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld. Dit is een belangrijke vernieuwing in de Wet inburgering, bedoeld om de integratie in de Nederlandse maatschappij te versoepelen. In Sameers PIP is opgenomen dat hij begint aan de ‘B1 inburgeringsroute’: via taalles en trainingen op de werkvloer werkervaring opdoen. Doel is dat hij over drie jaar betaald werk heeft in de IT, zijn vakgebied.

Sameer hoopt al eerder te kunnen werken voor een normaal salaris. Tot dat moment ontvangt hij van de gemeente een bijstandsuitkering. Mogelijk gaat die straks omhoog; er wordt gewerkt aan gezinshereniging zodat hij met zijn vrouw en twee kinderen een huurwoning in Deventer kan betrekken.

Door Sameers rappe Amerikaans-Engelse tongval en zakelijke manier van praten klinkt het alsof hij een businessplan uiteenzet. Hoe hij zo snel een vergunning kreeg? Hij weet het niet.

Het contrast met Bienvenue is groot. Die is al dik tweeënhalf jaar in Nederland, maar zijn kans op een vergunning is volgens Ten Bulte „nihil”. En dat terwijl Bienvenue naar eigen zeggen echt niet veilig is in zijn moederland Congo. „Net als in Jemen woedt in Congo al jaren een bloedige burgeroorlog”, zegt Ten Bulte.

Lees ook: In het Zuid-Hollandse Westland zijn asielzoekers niet welkom

Depressie

„Ik heb hier al heel wat mensen in een depressie zien glijden”, zegt Michiel ten Bulte, als hij de flyers met informatie over werken in het Arabisch, Koerdisch, Nederlands en Engels opruimt. „Ook bij Bienvenue zie ik het gebeuren. Hij heeft een bewonderenswaardig positieve levenshouding. Maar stel je voor: als vrijwilliger ging hij kamers schilderen in de nieuwe noodopvang voor Oekraïense vluchtelingen. Binnen een maand was er voor hen een veel mooiere plek klaar dan deze kazerne waar hij al twee jaar leeft. Oekraïense vluchtelingen mogen hier meteen naar school en aan het werk, terwijl hij in een soort niemandsland blijft hangen.”

Het frustreert Ten Bulte mateloos. Hij vraagt zich af waarom niet álle vluchtelingen meteen aan het werk mogen, ongeacht afkomst. Waarom ze wettelijk pas betaald mogen werken als hun asielaanvraag minimaal zes maanden in behandeling is. En waarom ze, als het dan eindelijk mag, maar 24 weken per jaar betaald mogen werken.

Het is, verzucht Ten Bulte, dat de mensen voor wie hij zich inspant hem zo inspireren. Daarom zet hij door. „Er zou in de politiek eens iemand echt in de bres moeten springen voor álle vluchtelingen”, zegt hij. „Zodat meedoen geen loze kreet is.”

Ten Bulte prijst zich gelukkig met de gemeente Deventer. Die is medefinancier van Deventer Doet, vangt op diverse locaties nu 940 niet-westerse en Oekraïense vluchtelingen op en voert een actief participatiebeleid.

Budget

De meedoen-balie in azc Schalkhaar begon in 2017, Ten Bulte sloot indertijd aan als vrijwilliger. Het initiatief valt onder een landelijk project, dat voortkwam uit succesvolle proeven die in 2015 plaatsvonden in Nijmegen en Utrecht. Inmiddels hebben 38 asielzoekerscentra meedoen-balies. Voornaamste financier is het ministerie van Sociale Zaken, verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet inburgering. Gedoe over het budget is er steevast. Ten Bulte krijgt als coördinator nu acht uur per week betaald, en Deventer Doet garandeert de continuïteit.

Rob de Geest, de Deventer wethouder (PvdA) die werk, inkomen, asiel en integratie in zijn portefeuille heeft, noemt het logisch dat gemeenten de inburgering van statushouders aansturen. „We hadden nieuwkomers toch al aan de balie voor wonen en bijstand. Nu kunnen we veel meer voor ze doen.”

Daar ligt volgens hem wel meteen het probleem. „Het budget dat het Rijk beschikbaar stelt, is ontoereikend. Het is alleen voor nieuwkomers die na 1 januari 2022 een verblijfsvergunning kregen.”

Daardoor valt een groep statushouders net buiten de aangepaste wet. Zij behoren tot wat de ‘ondertussengroep’ is gaan heten. Ze kregen kort voor 2022 een verblijfsvergunning, waren al gekoppeld aan de gemeente en begonnen met inburgeren onder de oude wet.

De Geest wil geen hard onderscheid maken tussen mensen die onder het oude of nieuwe regime vallen. „Wij willen beide groepen helpen. Als gemeente is het in ons belang dat elke nieuwe inwoner gelukkig en weerbaar is. Om deze ambitie te kunnen waarmaken en hen bij te staan in een snelle inburgering volgens de nieuwe wetgeving, vullen wij de begroting aan met eigen middelen, uit een reservepot.”

Taalachterstand

De drie inburgeringsconsulenten van de gemeente hebben sinds begin dit jaar 22 inburgeringsplannen opgesteld – nog 114 te gaan dus. Uiteindelijk moeten alle nieuwkomers, net als Sameer, zo via een ‘leerroute’ in een ‘voorportaal naar werk’ belanden.

Intussen lukt het Michiel ten Bulte al maanden niet om een Turkse leerkracht als vrijwilliger op een school te plaatsen. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt. Hij vermoedt dat werkgevers de taalachterstand bezwaarlijk vinden. Het weerhoudt hem er niet van na de inloopochtend een basisschool in de buurt te bezoeken. „Deze man is goed opgeleid en ervaren. Als ze hem gewoon laten meedoen, zien ze vanzelf zijn capaciteit.”