Recensie

Recensie Film

Verrassende ontknoping van Filmfestival Venetië

Filmfestival Venetië 2022 De jury van het Filmfestival Venetië 2022 had te veel keus: drie sterke films vielen buiten de prijzen.

Regisseur Laura Poitras won een Gouden Leeuw voor beste film met haar ‘All the Beauty and the Bloodshed’.
Regisseur Laura Poitras won een Gouden Leeuw voor beste film met haar ‘All the Beauty and the Bloodshed’. Foto TIZIANA FABI

Met een Gouden Leeuw voor documentaire All the Beauty and the Bloodshed kende het filmfestival van Venetië zaterdag een verrassende ontknoping. Twee films kregen twee prijzen, een blijk van bijzondere waardering: zwarte komedie The Banshees of Inisherin en kannibalenromance Bones and All.

De 79ste editie van Venetië kende een hele sterke competitie; wat ontbrak was een spectaculaire ‘blockbuster’, zoals vorig jaar sf-epos Dune. De pandemie ijlde na in veel kamerspelen en locatiefilms, zoals Florian Zeller The Son, Darren Aronofsky’s The Whale of Joanna Hoggs meta-spookverhaal The Eternal Daughter, waarin Hoggs alter ego Tilda Swinton met haar moeder – eveneens Tilda Swinton – in een griezelhotel van krakende plank en klapperend luik een film over haar moeder schrijft. Drie sterke films die buiten de prijzen vielen: de jury had gewoon te veel keus. Zelfs een Italiaanse troostprijs om de gastheren te appaiseren – normaliter vaste prik – kon er ditmaal niet af.

Netflix

Netflix had vier films in competitie, de jury onder leiding van actrice Julianne Moore gunde alleen Tár een prijs voor beste actrice: Cate Blanchett als ongenaakbare, perfectionistische dirigent Lydia Tár, voor wie loyaliteit éénrichtingsverkeer is. Netflix’ Blonde vertrok met lege handen: een wervelende, virtuoze biopic van Marilyn Monroe, volgens de één een meesterwerk, volgens de ander mislukt omdat Monroe geen ‘agency’ krijgt, zoals dat nu heet. Ofwel: ze is een fragiele vrouw in een tijdperk dat sterke of formidabele heldinnen eist, zoals Lydia Tár.

Lees ook: Geniale biopic ‘Blonde’ toont het leven van Marilyn Monroe in alle genres die het omvatte: van horror tot lovestory.

Of documentairemaker Laura Poitras, winnaar van de Gouden Leeuw. Zij maakte naam met geëngageerde documentaires als Citizenfour (Oscar, 2014) , waar ze vastlegde hoe klokkenluider Edward Snowden zijn datafiles lekt. Bij All the Beauty And the Bloodshed verwacht je vooraf een pamflet over de corrupte kunstwereld. Dat was ook Poitras’ plan, vertelde ze me vorige week; al filmend glipte er steeds meer biografie van kunstenaar Nan Goldin in. Niet altijd naar Goldins zin, die graag controle houdt over haar eigen verhaal.

Nan Goldin, die een verslaving aan pijnstiller OxyContin overleefde, voerde succesvol actie tegen farmaceutengeslacht Sackler, dat OxyContin tegen beter weten in pushte als niet verslavend en zo de opiatencrisis in de VS ontketende. De Sacklers bleven desondanks een gewaardeerd maecenas van kunstinstellingen als het Guggenheim, Tate Modern en het Louvre. Tot Goldin en haar vrienden die via rumoerige acties in 2019 dwong geen ‘bloedgeld’ meer aan te nemen.

All the Beauty And the Bloodshed gaat evenwel niet zozeer over morele corruptie in de kunstwereld, maar juist over hoe kunst de wereld wél kan veranderen. En wordt dus persoonlijk omdat Goldin dat keer op keer bewees. Toen ze haar queergemeenschap in New York via haar kunst een gezicht en glamour gaf. Toen ze via Act Up aids uit het verdomhoekje hielp. En nu dus de Sacklers. Een inspirerende film.

Prijzen voor genrefilms

Het oude taboe op filmprijzen voor genrefilms – komedie, horror – lijkt nu echt verleden tijd. Martin McDonagh heeft met zijn komedies vol droge humor, koppige personages en bloedige wendingen een abonnement op de prijs voor beste scenario, ook nu weer voor de messcherpe komedie The Banshees of Inisherin. De jury was dat niet genoeg en gunde hoofdrolspeler Colin Farell ook nog de Volpi Cup voor beste acteur. Farell en Brendan Gleeson – ze waren eerder een duo in McDonaghs In Brughes – spelen twee Ierse eilandbewoners die anno 1923 in een mini-burgeroorlog belanden als één abrupt de vriendschap verbreekt.

Horrordrama Bones and All won naast prijs voor beste regie (Luca Guadagnino) ook de prijs voor beste jonge acteur (Taylor Russell), een kannibaal in opleiding.

Een prijs voor de Iraanse regisseur Jafar Panahi was ingecalculeerd, als was het maar geste. In 2010 legde het Iraanse regime deze dissident een filmverbod en zes jaar celstraf op, die hij nu alsnog moet uitzitten. Misschien omdat men er lucht van kreeg dat hij na Taxi Teheran (Gouden Beer Berlijn, 2015) weer stiekem een film had opgenomen.

No Bears is zo lucide, slim en spannend dat de speciale juryprijs (derde prijs) eigenlijk tegenvalt. Panahi speelt zichzelf als regisseur die zich in een grensdorp terugtrekt: wil hij het land soms uitvluchten? Het blijkt een afleidingsmanoeuvre: via een link regisseert hij op afstand een drama in Teheran over een stel dat het land wil ontvluchten. Panahi en zijn camera – hij kan het filmen niet laten – ontwrichten evenwel het bijgelovige grensdorp. Een film die eens te meer bewijst dat in beperking zich de meester bewijst.

De Grand Prix (tweede prijs) ging naar Saint Omer van Alice Diop, de eerste speelfilm van de Franse documentairemaker. Een alter ego bezoekt een proces tegen een Senegalese vrouw die haar peuter verdronk en dat aan hekserij wijt. Inspiratie voor een boek over een moderne Medea mondt na kalme, maar hypnotiserende ondervragingen uit in originele gedachten over het moederschap, het onderwerp van meer films. Maar dit bleken de winnaars.