Opinie

Kostencrisis: er kan meer en er moet meer

Column
Marike Stellinga

Er kan meer en er moet meer. Een groep Nederlanders hangt al langer op het randje. Ze hebben flexwerk, een laag loon, tochtige huurhuizen, weinig inkomen, weinig spaargeld, problemen met toeslagen, een stapel onzekerheden. Structureel kwetsbaar noemt het Centraal Planbureau ze. Het precariaat en de onzekere werkenden, zegt het Sociaal en Cultureel Planbureau.

De afgelopen twintig jaar hebben we de risico’s van de economie steeds meer bij hen neergelegd. In 2003 was bijna een derde van de mensen met een lage opleiding een flexwerker, nu is dat de helft. Lage lonen en flexwerk zijn géén logische combinatie. Bij gelijkwaardige verhoudingen tussen werknemers en werkgevers zouden flexwerkers méér moeten verdienen dan vaste medewerkers: het salaris zou voor de onzekerheid moeten compenseren.

Iemand verdient aan deze verhoudingen en het zijn niet de koffersjouwers op Schiphol.

Bij deze groep komen de gas- en elektriciteitsprijzen nu als een mokerslag binnen. Niet bij allemaal tegelijk, niet bij allemaal even hard. In het ene huishouden stijgt de energierekening veel harder dan in het andere. Dat ligt aan van alles: heb je voor lang een vaste prijs afgesproken of net een nieuw contract? Woon je in een geïsoleerd huis of niet? Maar vast staat dat de inflatie bij de lagere inkomens harder aankomt en dat in de koopkrachtramingen de dreun bij lage inkomens wordt onderschat, waarschuwt het CPB.

Het kabinet probeert die klap te dempen door het inkomen aan de onderkant per 1 januari fors omhoog te trekken, blijkt uit de plannen voor Prinsjesdag die coalitie en kabinet zelf lieten lekken. Het minimumloon stijgt in 2023 met 10 procent, de uitkeringen stijgen mee. Toeslagen stijgen, en de belasting daalt. Dat moet de structureel kwetsbaren stutten nu ze de prijzen maand op maand harder zien stijgen. In augustus bereikte de inflatie een record van 12 procent. Ook wordt een deel van de tijdelijke belastingverlagingen op de energierekening en benzine gehandhaafd. Net als de energietoeslag voor minima van 1.300 euro.

Voor de komende maanden zit er weinig nieuwe hulp in het vat, lekte ook uit. Het blijft grofweg bij de bijna 7 miljard euro die het kabinet dit jaar al uittrok voor verlaging van de belastingen op energie en brandstof en de energietoeslag. Meer doen lukt niet dit jaar nog, zei het kabinet telkens. Dat levert te veel hoofdbrekens op voor uitvoerders als de Belastingdienst.

En toch is er meer nodig voor wie het de komende maanden echt niet redt. Een energievangnet. De gas- en elektriciteitsprijzen zijn zo exorbitant, de overheid moet de komende maanden een buffer bieden voor wie ze simpelweg niet kan betalen en afgesloten dreigt te worden. Wie precies de komende winter in problemen komen, weten we niet. Het kunnen ook huishoudens zijn met een inkomen tot modaal, bleek uit een stresstest van de economen van het CPB voor de zomer. Belangrijk om te weten is dat de groep net boven het minimum tot nu toe het minst door de overheid werd geholpen. Zij hebben immers geen recht op de 1.300 euro toeslag en zien hun kosten relatief veel stijgen. Geen wonder dat schuldhulpverleners, gemeenten, scholen, energieleveranciers toenemende problemen signaleren.

Wees dus creatief en bedenk een vangnet voor wie zijn gas en licht niet meer kan betalen. Het kabinet zou samen met de energieleveranciers uitstel van betaling kunnen geven aan huishoudens in de knel, of gewoon geld. We zijn een slim en rijk land, dit moeten we kunnen. Vrijdag hintte premier Mark Rutte (VVD) erop dat er tòch nog hulp komt dit jaar. Ministers Carola Schouten (ChristenUnie) en Rob Jetten (D66) zouden vrijdagavond met energieleveranciers gaan praten. Hèhè.

Ja, volgend jaar stut het kabinet de lagere inkomens aanzienlijk, maar een vangnet voor acute nood is ook nodig. Gerichte hulp voor wie door het ijs zakt.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.