Stamcellen maken beschermend stofje in het ruggemerg van ALS-patiënten

Geneeskunde Bij de progressieve ziekte ALS gaan zenuwcellen kapot die de spieren aansturen. Hierdoor raken zij verlamd.

Cellen met de stof GDNF, die de groei van motorische zenuwcellen bevordert.
Cellen met de stof GDNF, die de groei van motorische zenuwcellen bevordert. Foto Nature Medicine

Genetisch aangepaste stamcellen kunnen in het ruggemerg van ALS-patiënten zeker drie jaar lang in leven blijven. Daar maken zij een stof aan die afstervende zenuwcellen beschermt. Dat blijkt uit een eerste proef met achttien patiënten, die geen ernstige bijwerkingen kregen. Het experiment was nog te klein om te kunnen vaststellen of de behandeling het verloop van de ziekte vertraagt. Amerikaanse onderzoekers publiceerden hun bevindingen deze week in het medisch-wetenschappelijk Nature Medicine.

Bij de progressieve ziekte amyotrofische laterale sclerose (ALS) gaan de motorische zenuwcellen kapot, die de spieren aansturen. Hierdoor raken patiënten steeds verder verlamd, van benen tot de ademhalingsspieren. Er is geen behandeling; zonder beademing leidt de ziekte in gemiddeld drie jaar tot de dood. In Nederland horen jaarlijks 400 tot 500 mensen dat ze ALS hebben.

De Amerikanen maakten slim gebruik van twee bekende inzichten. Bij ALS-patiënten zijn ook astrocyten aangedaan, de ondersteunende cellen die zenuwen verzorgen en herstellen. Daarnaast is bekend dat de stof GDNF de groei van motorische zenuwcellen bevordert. Maar die stof inspuiten werkt niet: hij breekt snel af en komt nauwelijks de hersenen en het ruggemerg in.

Zenuwafbraak te lijf gaan

De onderzoekers gebruikten daarom menselijke neuronale stamcellen die kunnen uitgroeien tot astrocyten. Die pasten ze genetisch zó aan dat ze de stof GDNF maakten. Zo hoopten ze op twee manieren de zenuwafbraak te lijf te gaan.

Ze spoten de stamcellen in het ruggemerg van achttien ALS-patiënten, ter hoogte van de motorische zenuwcellen die de spieren van één van hun benen bestuurden. Het andere been diende als onbehandelde controle.

De stamcellen groeiden na de transplantatie in het ruggemerg uit tot astrocyten die zeker drie jaar het beschermende GDNF maakten. Geen van de patiënten kreeg ernstige bijwerkingen.

De Amerikanen maten de spierkracht van de patiënten. Het krachtsverlies in de behandelde benen ging gemiddeld wat langzamer dan in de onbehandelde benen, en bij mensen met een hoge dosis ging het langzamer dan bij mensen met een lage dosis. Maar het aantal deelnemers was nog te klein om vast te kunnen stellen of de behandeling inderdaad de afbraak van zenuwcellen vertraagt.

Het is een van de beste experimentele transplantatiestudies, zegt moleculair neurobioloog Jeroen Pasterkamp, die ALS-onderzoek leidt in het UMC Utrecht. „Eerdere ALS-studies werkten met cellen die motorneuronen worden. Dat werkt niet omdat die geen nieuwe verbindingen maken in het ruggenmerg van patiënten. Over deze nieuwe aanpak, waarbij ze juist steuncellen transplanteren die óók GDNF maken, ben ik positiever. Die combinatie lijkt echt iets te doen.”

Voor ALS zijn twee medicijnen, maar die hebben maar weinig effect. Pasterkamp: „Dit hebben we nodig. We moeten een portfolio opbouwen van medicatie en behandelingen die kunnen werken bij patiënten, daar draagt dit aan bij.”