Reportage

Spookvaren op de Nieuwe Maas: ‘Hij dacht dat het wel kon’

Inspectie pleziervaart Het wordt steeds drukker op de Nieuwe Maas. Een paar ernstige incidenten hebben de zorgen om de veiligheid op het water gevoed. NRC voer een dag mee met de scheepvaartmeesters van het Havenbedrijf. „Dan wil ik nu alleen nog zwemvesten zien.”

Scheepvaartmeesters Dick van de Pol (links) en Marcel de Vliegh op hun speedboot. „Mensen zijn verplicht ons aan boord toe te laten. Toch vragen we het altijd netjes.”
Scheepvaartmeesters Dick van de Pol (links) en Marcel de Vliegh op hun speedboot. „Mensen zijn verplicht ons aan boord toe te laten. Toch vragen we het altijd netjes.” Foto David van Dam

Een groepje zwanen danst op de golfslag als scheepvaartmeesters Marcel de Vliegh en Dick van de Pol met hun speedboot vanuit de Rijnhaven de Nieuwe Maas op varen. „Goed vasthouden nu”, roept De Vliegh. Met een snelheid van rond de 90 kilometer per uur spuit het vaartuig vooruit, in de richting van de Nieuwe Waterweg.

Voor De Vliegh en Van de Pol begint deze zaterdagochtend een nieuwe werkdag. Op het programma staat een inspectie van de pleziervaart. Het is nog rustig op de rivier. „We zitten aan het einde van de vakantieperiode, de grootste drukte is voorbij”, zegt Van de Pol. Maar het wordt mooi weer vandaag, dus ze verwachten later op de dag wel „wat meer beweging” op het water.

De scheepvaartmeesters zijn in dienst van het Havenbedrijf Rotterdam, dat de controle op de recreatievaart de afgelopen jaren heeft opgevoerd. Steeds meer mensen zoeken het water op, varen met hun bootje de rivier op of stappen in een watertaxi of waterbus. Tegelijkertijd is de pleziervaart „een uiterst kwetsbare deelnemer” aan het scheepvaartverkeer, aldus het Havenbedrijf, te midden van grote zee- en binnenvaartschepen.

Botsing Spido met watertaxi

De drukte op het water brengt zorgen over de veiligheid met zich mee. Hoewel het aantal landelijke incidenten volgens cijfers van Rijkswaterstaat al jaren stabiel en beperkt blijft, werd juist Rotterdam opgeschrikt door enkele ernstige ongevallen. In 2018 raakten drie mensen gewond toen een watertaxi en een sloep met elkaar in aanvaring kwamen. Een jaar later voer een speedboot over een sloep waarbij twaalf opvarenden te water raakten. Er viel één dode en twee mensen raakten zwaargewond. Afgelopen juli werd een watertaxi overvaren door een rondvaartboot van de Spido. De taxi verdween geheel onder water, de inzittenden konden worden gered. Het onderzoek naar het ongeval loopt nog.

Om de plezier- en passagiersvaart beter te kunnen controleren, nam het Havenbedrijf drie jaar geleden een speedboot in de vloot op, de RPA 5. Het is een zogenoemde ‘rhib’ (rigid-hull inflatable boat), snel en wendbaar genoeg om de ook steeds snellere pleziervaart bij te kunnen houden. Ook kan de rhib door zijn snelheid in korter tijdsbestek een groter vaargebied controleren.

De controles zijn niet voor niets: tot eind augustus zijn ruim vierhonderd inspecties van pleziervaartuigen uitgevoerd, zegt een woordvoerder van het Havenbedrijf. „Bij de helft hebben we bevindingen [overtredingen] geconstateerd. Dat is nu al méér dan vorig jaar. Dus alle voorlichting rondom de pleziervaart, zoals de campagne ‘Varen doe je samen’ en de inzet van waterstewards in drukke weekeinden, levert weinig verbetering op van het vaargedrag.”

De Vliegh in de Rijnhaven, op Rotterdam-Zuid. Foto David van Dam

‘We zijn vaker aangehouden’

„Opletten, we maken nu een bocht naar links”, waarschuwt Van de Pol. De rhib helt sterk over als hij ter hoogte van Schiedam de rivier oversteekt een weer koers zet richting stad. De scheepvaartmeesters hebben een motorjacht gespot dat ze willen controleren. „Goedemorgen, mevrouw, mag ik even aan boord komen”, vraagt De Vliegh.

„We zijn op weg naar de Veerhaven. Kan het wachten totdat we daar zijn aangekomen?”, reageert de vrouw.

„Is goed, dan blijven we even achter u aan varen.”

Meestal is de sfeer gemoedelijk, zegt De Vliegh. „Mensen zijn verplicht ons aan boord toe te laten. Toch vragen we het altijd netjes. Dat voorkomt irritaties. Maar over het algemeen zijn mensen die op het water zijn in een goede stemming.”

De Nieuwe Maas is een heel druk punt, boten komen van links en van rechts

Rien Bek bootbestuurder

In de Veerhaven hebben Rien en Leni Bek hun jacht vastgelegd. Ze zijn vanochtend uit Rhoon vertrokken, maar ze komen uit Rotterdam en zijn vandaag op bezoek bij vrienden met een ligplaats in de Veerhaven. De Vliegh stelt hen gerust: er is niets aan de hand, dit is gewoon een routine-controle. Maar het echtpaar is toch al niet onder de indruk. „We zijn vaker aangehouden.”

Als routiniers op het water kennen ze de Nieuwe Maas goed. „Het is een heel druk punt, boten komen van links en van rechts.” Hebben zij het drukker zien worden de laatste jaren? „Het lijkt wel of corona iedereen het water heeft opgestuurd. Logisch ook, want dat was een van de weinige plekken waar het vrij en veilig was. Dat heeft de belangstelling voor de watersport weer doen toenemen”, zegt Rien.

Of het daarmee ook onveiliger is geworden, durven ze niet te zeggen. Rien vindt wel dat er een hoop mensen op het water zitten die „niet ter zake kundig” zijn. Die gaan volgens hem niet goed voorbereid op pad.

Vaak zit de onkunde bij de sloepen en de kleine speedbootjes, zegt Leni. „Dat zijn dan mensen met weinig ervaring die een keer op de Bergse Plas zijn geweest, en het nu leuk vinden om eens via het Boerengat en de Oude Haven een rondje over de rivier te maken. Maar dat is heel ander vaarwater.”

Als je een klein bootje hebt en je kunt slecht uitwijken, moet je gewoon zorgen dat je niet in de weg ligt, vindt ze. „Wij hebben genoeg motorvermogen om ons uit de voeten te maken, maar je ziet soms bootjes die dat niet kunnen en niet doorhebben hoe snel een groter schip nadert.”

De scheepvaartmeesters voeren een controle uit op het jacht van de Beks. Foto David van Dam

Wanneer is vaarbewijs verplicht?

„Dan wil ik nu alleen nog een brandblusser en twee zwemvesten zien”, zegt De Vliegh als hij de papieren heeft gecontroleerd. Alles is in orde. Terug in de rhib: „Deze mensen weten waar ze mee bezig zijn, hebben ook allebei een vaarbewijs. Ze hebben gelijk: er zijn er een hoop die met mooi weer denken: leuk, we gaan varen in Rotterdam, maar de regels niet kennen. Vooral daar hebben we last van.”

Niemand die deze waterrecreanten tegenhoudt. Voor grotere jachten is een vaarbewijs verplicht. Maar is je boot niet langer dan 15 meter en kun je niet sneller varen dan 20 kilometer per uur, dan heb je geen papieren nodig. De aandacht van de scheepvaartmeesters richt zich dan ook met name op deze groep.

„Als een watertaxi te veel mensen aan boord heeft, of de Waterbus vaart te hard en maakt hinderlijke golfslag, spreken we ze daar ook op aan”, zegt Van de Pol. „Maar dat zijn professionele partijen, met stuurmannen in dienst die een vaarbewijs hebben en vaak jarenlange ervaring. Het zijn niet voor niets beroeps.” Bovendien maakt het Havenbedrijf met deze bedrijven aan de voorkant al afspraken over het gebruik van de rivier. „Wij hebben er in elk geval minder werk aan.”

Meer ligplaatsen

De rhib vaart langzaam het Boerengat in. Jachten liggen er zij aan zij. „Hier zijn ook steeds meer ligplaatsen bij gekomen”, weet Van de Pol. Het loopt tegen het middaguur. Aan de kade én op het water genieten mensen van de zon. In het Haringvliet en de Oude Haven liggen historische schepen voor de kant. Halverwege de Wijnhaven vaart er een Hot Tug langs, een drijvende badkuip met elektrische motor. Van de Pol: „Die mag niet de rivier op.”

Bij de Leuvebrug is het dringen geblazen om de rivier weer op te varen. De Borrelboot en een rondvaartboot van het Maritiem Museum moeten even op elkaar wachten, en op het grote binnenvaartschip dat net langs vaart.

Lees ook deze reportage over de drukte op het Sneekermeer

Ter hoogte van de Schiehaven krijgen de scheepvaartmeesters een schipper in het oog die aan de verkeerde kant vaart. In een mum van tijd zijn ze bij hem. Van de Pol klimt aan boord van het bootje.

Schepen moeten net als auto’s rechts houden, oftewel stuurboord. Willen ze linksaf naar een vaarweg, dan moeten ze de rivier recht oversteken.

Terwijl Van de Pol bij de man aan boord zit, legt De Vliegh uit wat de gevaren zijn. „Kijk, hier passeren we links de St. Jobs-haven. Als daar nou een snelle taxi uitkomt, die rekent niet op verkeer van rechts. Hij kan hem ook nooit zien aankomen… en andersom ook niet. Bovendien hindert hij het tegemoetkomende verkeer.”

‘Spookvaren’ – het niet houden van stuurboord – is een van de drie meest voorkomende overtredingen ofwel ‘bevindingen’ die de scheepvaartmeesters aantreffen. De andere zijn het binnenvaren van havenbekken en het ontbreken van de juiste papieren.

De ‘spookvarende’ schipper wilde even verderop de Parkhaven in, om door de Parksluizen de Schie op te gaan, doet Van de Pol verslag als hij weer plaatsneemt in de rhib. „Daarom was hij alvast aan die kant gaan varen, hij dacht dat het wel kon.”

Omdat verder alles wél in orde was, komt hij er zonder boete vanaf. Hij staat vanaf nu wel geregistreerd: bij een volgende overtreding is het raak. Van de Pol: „Dat heb ik ook tegen hem gezegd. Ik moest wel drie keer uitleggen hoe gevaarlijk het is wat hij deed. Maar ik geloof dat het kwartje uiteindelijk is gevallen.”