Reportage

Op de fiets en met vliegtuigen de Rotterdamse luchtkwaliteit meten: kloppen de cijfers wel?

Luchtvervuiling De afgelopen drie weken werd de luchtkwaliteit in Rotterdam intensief gemeten om vast te stellen of de papieren berekeningen overeenkomen met de daadwerkelijke uitstoot.

Metingen van de luchtkwaliteit op het Luchtpark, op de Hofbogen. Een ‘weerballon’ meet de menging van de lucht.
Metingen van de luchtkwaliteit op het Luchtpark, op de Hofbogen. Een ‘weerballon’ meet de menging van de lucht. Foto Aurelien Goubau

In de vroege ochtend stapt Mirjam den Hoed van het KNMI op haar blauwe fiets bij het kantoor van milieudienst DCMR langs de A20. Vanuit het apparaat in het mandje aan haar stuur klinkt zacht gezoem. Een keer per seconde wordt een pufje lucht opgezogen door een plastic buisje en door de aethalometer geanalyseerd op roet. Aan het stuur bungelt een fijnstofmeter en een camera die haar traject in beeld brengt. Rustig trapt ze de zware fiets de Erasmusbrug op. „Hoe langzamer ik fiets, hoe meer metingen er worden gedaan.”

Onderweg kijkt én ruikt ze naar mogelijke veroorzakers van luchtvervuiling. Tweetakt brommers, dieselvrachtwagens of barbecues die bij het uitlezen van de apparaten aan het stuur zorgen voor pieken in de fijnstof- en roetmetingen. Gaat het om een incidentele vervuiler of een knelpunt langs het traject? Veertig vrijwillige fietsers, vooral studenten en ouderen, trappen zo vier keer per dag de meetfiets over het 18 kilometer lange parcours door de stad. Den Hoed is coördinator van deze ‘meetfietsers’. De ochtendshift van 7.30 u is het minst populair, die doet ze dus vaak zelf.

Rekenmodellen verbeteren

Met een fiets, twee bakfietsen, een auto, vrachtwagen, twee vliegtuigen, weerballonnen en een satelliet werd afgelopen drie weken de Rotterdamse luchtkwaliteit gemeten. Er is al veel bekend bij milieudienst DCMR en het RIVM over welke bronnen zorgen voor welke uitstoot in de haven en stad, zegt VU-professor Sander Houweling gespecialiseerd in broeikasgassen en klimaat en coördinator van de meetcampagne in Rotterdam. Door drie weken metingen te verrichten hopen de tachtig onderzoekers vast te stellen of die papieren berekeningen overeenkomen met de daadwerkelijke uitstoot. „Een onafhankelijke check”, noemt hij dat.

Tegelijkertijd is het een manier om bestaande rekenmodellen voor luchtkwaliteit te verbeteren. „De lucht mengt zich in de stad, met al die straten en gebouwen, heel anders dan op het platteland. Daar houden modellen niet altijd rekening mee.” De intensieve meetcampagne is onderdeel van het Ruisdael Observatorium. Een samenwerking van KNMI, TNO, RIVM en universiteiten om voorspellingen van het weer en luchtkwaliteit te verbeteren.

Arjan Hensen van TNO bekijkt de resultaten van de metingen naar de CO2-uitstoot. Foto Aurelien Goubau

‘Onverwachte pieken’

Rotterdam is een interessante stad met ruim 600.000 inwoners en een hele hoge CO2-uitstoot. „85 procent van de uitstoot vindt plaats in de haven”, zegt Houweling. Rotterdam heeft ambitieuze klimaatplannen om die te verminderen. „Bij metingen komen we verwachte en onverwachte pieken tegen. Die gegevens willen we straks delen met de gemeente, dan weten ze waar nog winst te behalen is.”

Student milieuwetenschappen Pascalle Ooms stuitte met de meetauto in de straten van Charlois op zulke onverwachte pieken. De buis die geplakt zit op het dak van de auto, zuigt voortdurend lucht naar binnen. Op de achterbank zoemt een grote zwarte machine die de resultaten twee seconden later vertaalt naar een lijntje op een tablet. „Als we langs een sloot rijden, zien we bijvoorbeeld een methaanpiek”, zegt Ooms. Maar die pieken verschenen ook op plekken zonder water.

Lees ook dit artikel over ‘de Luchtclub’: Rotterdam zit nog ‘heel ver’ af van de nieuwe fijnstof-norm

De oorzaak ligt dan meestal ónder het wegdek. „Bij verouderde gasleidingen ontstaan kleine gaslekjes.” Ook die zorgen voor een methaanpiek. De verouderde gasleidingen worden al stukje bij beetje vernieuwd. „Maar door onze metingen wordt duidelijk waar de problemen het grootste zijn”, zegt Houweling.

Een hoge piek, betekent overigens lang niet altijd dat er iets mis is, zegt Arjan Hensen van TNO. Hij deed drie weken lang metingen vanuit een speciale vrachtwagen. Verschijnt zo’n piek voor een stoplicht, dan komt dat meestal omdat de katalysator van de voorganger niet goed staat afgesteld. „Bij metingen in Roemenië zagen we onlangs een heel hoge methaanpiek. Toen we achteraf de beelden terugkeken, bleek dat op die plek een mobiel toilet stond. Dat was geen gaslek, maar schijt.”