Opinie

Falende rijke landen zijn schuldig aan ramp Pakistan

Overstromingen De enorme overstromingen in Pakistan maken duidelijk dat rijke landen zich met hun slappe klimaatpolitiek in de eigen staart bijten, schrijft .

Foto EPA/ARSHAD ARBAB

De overstromingen in Pakistan zijn een ongekende ramp, zeker 35 miljoen mensen zijn getroffen. Twee keer de Nederlandse bevolking. Honderdduizenden huizen staan onder water. Honderden bruggen zijn ingestort en in de provincie Sindh, waar de helft van Pakistans voedsel wordt geproduceerd, is 90 procent van de gewassen geruïneerd. Herstel, voor zover mogelijk, gaat lang duren en veel geld kosten.

De overstromingen komen na extreem hoge temperaturen die de lente vroegtijdig beëindigden, smeltende gletsjers en „moessonregens on steroïds”, in de woorden van VN-chef Guterres. De Pakistaanse minister van Klimaat Sherry Rehman is stellig: dit komt door klimaatverandering en die is door de rijke landen veroorzaakt. Volgens haar moeten rijke landen dus betalen voor de schade. Zoals NRC ook concludeerde: de Pakistanen hebben een punt. Klimaatverandering heeft de ramp op zijn minst versterkt, en mogelijk veroorzaakt. Pakistan is zelf echter maar verantwoordelijk voor ongeveer 0,3 procent van de wereldwijde emissies tot nu toe.

Pakistans extreme kwetsbaarheid komt onder meer door de geografie: het land heeft in het noorden duizenden gletsjers waarvan het smeltwater terechtkomt in een gigantisch deltagebied in het zuiden.

200 miljoen inwoners

Daarnaast is er een sterke bevolkingsgroei (Pakistan telt meer dan 200 miljoen inwoners) en een trek naar de stad, waardoor veel mensen op gevaarlijke plekken wonen, in slechte huizen.

De kwetsbaarheid komt echter ook deels door de eigen slechte omgang met de natuur. Slechts 4 procent van het land is nog bebost. Bij de onafhankelijkheid in 1947 was dat nog ongeveer 30 procent. De ontbossing leidt tot bodemerosie en hogere overstromingsrisico’s.

Het Westen vraagt zich intussen af wat het moet doen. Met zijn slappe klimaatbeleid heeft het zich in een bijzonder moeilijke positie gemanoeuvreerd. De eigen emissies zakken weliswaar, maar veel te langzaam om klimaatverandering te voorkomen. Mede om het eigen slappe klimaatbeleid te verdoezelen hebben de rijke landen in 2009 toegezegd om ontwikkelingslanden te steunen met 100 miljard dollar aan klimaatfinanciering per jaar. Ook hier wordt gefaald: tot grote woede van ontwikkelingslanden stokte het bedrag in 2020 bij 83,3 miljard. De VS doen het daarbij overigens slechter dan vele Europese landen, waaronder Nederland. Het grootste deel bestaat bovendien uit leningen en slechts een kwart van het geld ging de afgelopen jaren naar aanpassing aan klimaatverandering (adaptatie). Rijke landen weten dat ze te kort schieten. Tijdens de klimaatonderhandelingen vorig jaar hebben ze onder druk van ontwikkelingslanden beloofd om hun steun voor adaptatie te verdubbelen.

Lees ook: ‘Een derde van Pakistan staat onder water’

Het Westen zou nu kunnen laten zien wat het waard is. Eerst met noodhulp, daarna met grootschalige hulp bij adaptatie om Pakistan beter te beschermen tegen toekomstige overstromingen.

Zulke investeringen zouden ook de VN-klimaatonderhandelingen ten goede komen. Pakistan leidt momenteel het belangrijkste onderhandelingsblok van de ontwikkelingslanden, de G7 plus China, dus alles ligt onder een vergrootglas.

Bovendien kun je de kritieke situatie in Pakistan mogelijk stabiliseren. De kernmacht gold tien jaar geleden nog als ‘failed state’ en kampt nog steeds met armoede, corruptie, ongeletterdheid en voedselschaarste. Pakistan voert strijd met de Pakistaanse Taliban en een koude oorlog met India. De hoge energie- en voedselprijzen zetten alles nog verder op scherp.

Vluchtelingenstromen

Hulp van rijke landen kan mogelijk verdere instabiliteit voorkomen. Dit helpt ook om te vermijden dat er vluchtelingenstromen op gang komen en dat Pakistan in haar energiebehoefte gaat voorzien met de eigen voorraad kolen die het rijk is.

Realiteit is echter dat het Westen afwachtend reageert op de ramp in Pakistan. De VN riep landen op om 160 miljoen dollar aan noodhulp te mobiliseren voor Pakistan. Tot nu toe komt hulp vooral van landen uit de regio, zoals China, Qatar en Oezbekistan. De VS heeft 30 miljoen dollar toegezegd, het Verenigd Koninkrijk 15 miljoen pond.

Veel Westerse landen hebben de handen vol aan andere crises, maar de afwachtende houding is ook als volgt te verklaren: grote investeringen van de rijke landen openen de deur voor meer claims van landen die het slachtoffer zijn van de klimaatcrisis. Ontwikkelingslanden pogen al jaren financiering los te krijgen voor de door klimaatverandering veroorzaakte loss and damage, maar de rijke landen blokkeren dit omdat ze bang zijn voor gedwongen compensatie via een open cheque.

Financiering

Ontwikkelingslanden zetten financiering consequent bovenaan de agenda van internationale bijeenkomsten. Dat was afgelopen week zo tijdens de Africa Climate Week in Gabon, deze week tijdens de Africa Adaptation Summit in Rotterdam en dat zal zo zijn bij de VN-klimaatconferentie in Egypte in november. Als Pakistan gefinancierd wordt, zullen meer kwetsbare ontwikkelingslanden hulp eisen. Deels volkomen terecht, en het minste wat rijke landen kunnen doen, is die jaarlijkse 100 miljard ruimschoots mobiliseren.

Met zijn klimaatpolitiek van pappen en nathouden bijt het Westen zich in zijn staart. De problemen worden alleen maar groter naarmate we langer wachten met ambitieus klimaatbeleid. Nederland en andere landen moeten nu eindelijk eens écht werk maken van het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen. Anders komt er vroeger of later gigantisch hoge rekening, financieel of in een andere vorm.