Deze docuserie komt heel dicht bij ouders van vroeg geboren baby’s

Zap Presentator Anne-Mar Zwart mag in Handen aan de couveuse (EO) meelopen op een kinder-ic. Direct is duidelijk dat de filmploeg hier niet vijf dagen heeft rondgelopen, maar weken en waarschijnlijk maanden.

Dochter Edith van ouders Lianne en John werd met 26 weken geboren, ze woog 940 gram.
Dochter Edith van ouders Lianne en John werd met 26 weken geboren, ze woog 940 gram. Beeld EO

Natuurlijk wakkerde er een waakvlammetje toen ik afstemde op Handen aan de couveuse van de EO. Bij die omroep zullen ze wel vinden dat elk leven gered moet worden, hoe klein en kwetsbaar ook. En voor je het weet zit je dan bij de kwestie wanneer in de zwangerschap een kind een kind is volgens de hemelse vader. Niet dat er in de serie ook maar één woord over religie wordt gerept hoor, het waren mijn eigen reserves vooraf.

Op de intensive care Neonatologie in het Erasmus MC Sophia Kinderziekenhuis waar Anne-Mar Zwart mag meelopen, geldt de wereldse wet die bepaalt dat in Nederland artsen baby’s vanaf 24 weken oud mogen behandelen. Een normale zwangerschap duurt 40 weken, het leven van een extreem vroeg geboren kind is allesbehalve zeker en ligt in handen van hoog-technologische apparatuur en mensen die weten wat ze moeten doen. Direct is volkomen duidelijk dat de filmploeg hier niet vijf dagen heeft rondgelopen, maar weken en waarschijnlijk maanden. Zo dicht als Anne-Mar Zwart bij Lianne en John mag komen, de ouders van Edith, geboren met 26 weken, 940 gram. De moeder heeft zich geharnast met make-up en rode nagellak, maar zweeft ergens tussen pril optimisme en wanhoop. Samen de baby verschonen is een hoogtepunt. De ouders wriemelen behendig tussen de buisjes, infusen en piepende apparaten alsof ze nooit anders deden.

De vraag wordt gesteld óf ouders wel gefeliciteerd willen worden met hun veel te vroeg geboren kind dat misschien veel te vroeg zal sterven. Is een gelukwens te voorbarig? Hun dochter is er, zeggen deze ouders. En ze zijn er blij mee. Ze hebben daarom besloten toch geboortekaartjes te sturen. De verpleging hoef je niet te vragen of ouders gefeliciteerd willen worden. Voor de verjaardag van moeder Lianne hangen ze slingers aan de couveuse en maken een kaart met daarop de afdruk van de minuscule voetjes van haar kind.

Beetje gek om het geluk te noemen, maar tijdens de opnames diende zich een geval aan dat de artsen van het Erasmus MC nog nooit meemaakten. Een zwangere moeder met ernstige complicaties door corona. Ze wordt in coma gehouden en ligt aan de hartlongmachine op de intensive care als de bevalling spontaan op gang komt. De neonatologen hoopten dat het kind nog wat langer zou „binnenblijven”, maar het valt niet tegen te houden. „Het kind wil zichzelf redden,” weet gynaecoloog-perinatoloog Hans Duvekot. Twee teams worden in allerijl opgetuigd. Eén voor de moeder. En in een kamer ernaast één voor haar kind.

Papa wordt niet vergeten

Niks obligate interviewtjes met de dokters en verpleegkundigen over of hoe zwaar of dankbaar hun werk is. Je ziet wat ze doen. Eerst de moeder, Jennifer. Halverwege de bevalling krijgt ze een bloeding, de hartslag van de baby daalt. Tig mensen aan het bed. De vrouw in het midden zegt: „Mes. Mes. Mes. Steriel gaas. Nú steriel gaas. Klemmen.” Spoedkeizersnede. En dan: „De baby is geboren.”

Hóllen met een bloederig bundeltje naar het kamertje ernaast. Neonatoloog erbij plus verpleegkundigen. Alsof ze een rondje quizvragen doen. „Hartactie?” Nee. „Hoor je inkomend ademgeruis?” Ook niet. Drie paar handen op een heel klein lichaampje om het hart aan de gang te krijgen. De vader, Bonito, staat toe te kijken, zijn eigen vader houdt hem vast. Hij wordt in alle geconcentreerde consternatie niet vergeten. „Papa, kom er maar bij hoor”, zegt de neonatoloog. Na acht minuten hebben ze het meisje aan het ademen. De vader wordt met zachte hand haar leven in geduwd. „Even een foto van uw dochter maken, meneer.” Zij weten: nu zit haar gezicht nog niet onder de plakkers en pleisters. Nu leeft ze. „Hoe gaat ze heten?” Vajèn, zegt de vader. „Maar of je dat nou met een V of een F schrijft... ”, vraagt hij zich vertwijfeld af. „Daar heb ik Jennifer voor nodig.” Met haar leven zijn de IC-artsen dan nog bezig.