Dit schilderij werd gekraakt als ‘burgerlijke, revisionistische soep’

Gjergo’s ‘Epos van morgensterren’ Afgelopen zomer verscheen in het Cultureel Supplement de serie Versmade Kunst, over kunst die is afgewezen. Vandaag, als toegift, aflevering 9: Een schilderij met partizanen dat de Albanese kunstenaar Edison Gjergo (1939-1989) duur kwam te staan.

Edison Gjergo: Epos van morgensterren
Edison Gjergo: Epos van morgensterren Foto Galeria Kombatere e Arteve

Hoe totalitairder de dictatuur, hoe willekeuriger de censuur. Deze politiek-culturele wetmatigheid valt in Albanië goed te illustreren aan de hand van een klein experiment, regelmatig uitgevoerd op de eerste verdieping van het Nationaal Kunstmuseum, hartje Tirana. Daar hangen zeven schilderijen op een zaal. In 1973 ging een daarvan in de ban, de maker werd afgevoerd naar Spac, diep in de goelag van Albanië. De andere zes werden niet getroffen door een verbod in de Albanese volksrepubliek annex stalinistische dictatuur, die duurde van 1945 tot 1991.

Als groepen bezoekers de vraag krijgen welk van de zeven schilderijen in de zaal het einde betekende van de carrière en, uiteindelijk, het leven van de kunstenaar, lukt het ze niet die aan te wijzen. Epos van morgensterren (1971) krijgt niet significant meer stemmen dan de andere zes schilderijen.

Albanese bezoekers zijn uitgesloten van deelneming omdat sommigen van hen Epos van morgensterren kennen. Of herkennen. Dat komt door een ander museum met de naam Muzeu Kombëtar i Përgjimeve, ofwel: het Nationaal Afluistermuseum. Het is een paar honderd meter verderop gevestigd in het oude hoofdkantoor van de ooit gevreesde geheime dienst. Bewaard zijn de notulen van de vergadering van de Bond van Albanese schrijvers en kunstenaars, gehouden in 1973, waarin dit schilderij op de agenda stond. Juist de passages over kunstenaar Edison Gjergo (1939-1989) en papieren uit zijn ‘dossier’ hangen daar aan de muur.

Uit de vergadernotities komen de argumenten tegen het werk van Gjergo helder naar voren. Het eindoordeel luidde: foute boel. Collega’s bestempelden Gjergo tot klassenvijand.

Collega’s dus. Zo is het vaak gegaan in dictaturen met een utopisch ideaal: kunstenaars veroordelen andere kunstenaars omdat die, in hun ogen, een betere wereld in de weg staan. Saboteurs.

Vrolijke wereld

Eenmaal in kennis gesteld om welk schilderij het gaat, krijgen bezoekers de vraag waarom: met welke argumenten ging Gjergo naar de gevangenis? Uiteenlopende antwoorden volgen.

Sommigen zoeken het in de schilderstijl: het werk is minder realistisch geschilderd dan gangbaar in het socialistisch-realisme, de enige stijl die was toegestaan in de Volksrepubliek Albanië. Toch is dat slechts ten dele de reden. Dat blijkt uit het vergaderverslag, maar is ook te zien aan de andere schilderijen in de zaal. Die zijn nagenoeg vervaardigd in dezelfde, even losse schilderstijl.

Anderen zoeken het in de kleuren. Te donker? Dat bezwaar viel ook in de vergadering van de bond. Schilderkunst die het socialisme viert, dient een mooie, vrolijke wereld te tonen. Maar dat verwijt is niet eerlijk, zo zeiden bondsleden die Gjergo verdedigden: het was gewoon nog donker toen een groepje partizanen luisterde naar een oude man met een luit.

Weer een andere collega van Gjergo klaagde over de wulpse houding (een zichtbare borst!) en de roos in de hand van de vrouw. Decadent was destijds een dodelijk oordeel. In 1971, toen Gjergo het werk schilderde, stond het regime de kunsten iets meer toe. Iets meer, om de teugels daarna weer extra hard aan te trekken. Zo ging in 1973 een verbod uit op al het naakt in de schilderkunst.

Maar deze vrouw was niet naakt. Een partizaan bovendien. Nee, het meest schandelijk aan het werk was het groepje jonge partizanen, hoop van een nieuwe wereld, ja zelfs van een nieuwe mens. Zij lazen hier de oude, ongeletterde man uit de bergen niet de les, een tafereel dat te zien is op talloze andere socialistisch-realistische schilderijen uit Albanië, maar andersom: ze luisteren geboeid naar zijn lied, waarschijnlijk vol wijsheden uit een wereld van vroeger, een wereld die zij dienden te vernietigen.

Is deze interpretatie vergezocht? Niet voor Gjergo’s collega’s uit het Albanië van 1973. Bovendien, als een kijker het niet direct begreep: rechtsboven in het schilderij is een gelijksoortig tafereel te zien. Een soort echo.

Juist dit leidde tot een eindoordeel, waarin (inderdaad) ook Gjergo’s stijl werd gekraakt. Zijn werk zou „gerealiseerd” zijn „met formalistische instrumenten van expressionistische, kubistische kunst, een eclecticisme en een burgerlijke revisionistische soep die de inhoud ernstig schendt”.

Januari 1974 werd Gjergo gearresteerd. Dagelijks afgebeuld in een kopermijn, was hij na acht jaar fysiek gebroken. Hij stierf in 1989, zeven jaar na zijn vrijlating en nog voor de val van het regime.

Zijn verloofde had hem verlaten toen hij naar het strafkamp ging, om zelf niet de consequenties te hoeven dragen van een kunstenaar die te weinig socialistisch enthousiasme toonde. Albanië was vergeten wie zij was. Tot ze in 2017 een bericht achterliet in het gastenboek van het afluistermuseum. „Edison heeft de communistische hel ervaren”, schreef Shpresa Leka, „louter en alleen omdat hij getalenteerd was en menselijk, met vrije gedachten. Hij gaf Albanië zijn leven via een prachtig schilderij.”