Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur: „Wij denken dat er in meer digitalisering voor Nederland kansen liggen.”

Foto Ronald van den Heerik

Interview

‘Cultuursector zal moeten digitaliseren’

Kristel Baelevoorzitter Raad voor Cultuur

Verdere digitalisering van de cultuursector is nodig, vindt de Raad voor Cultuur. Maar er zijn maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat de hele sector ervan profiteert.

Dinsdag brengt de Raad voor Cultuur een ongevraagd advies uit aan het kabinet, dat overigens past in de beleidsagenda van de staatssecretaris voor cultuur en media; investeer in (verdere) digitalisering van de cultuursector. Tijdens de coronalockdowns gingen veel gezelschappen en instellingen voorstellingen streamen, en bedachten ze meer innovatieve manieren van online werken. En hoewel het enthousiasme daarvoor bij makers al tijdens corona grotendeels wegebde, ook omdat er geen geld mee kon worden verdiend, denkt de Raad dat digitalisering ook in de toekomst onvermijdelijk is. In het advies inventariseert de raad welke maatregelen nodig zijn om die transformatie voort te zetten. Kort gezegd: er zijn gerichte investeringen voor nodig, de sector moet meer samenwerken om schaalvergroting te bereiken en de kwetsbare positie van makers moet beter.

Er staan al veel kostbare onderwerpen op de hervormingsagenda voor de cultuursector – arbeidsmarkt, diversiteit/inclusie, meer cultuurparticipatie, muziekonderwijs – en geld is schaars. Waarom moet de regering investeren in digitalisering?

Kristel Baele, voorzitter van de Raad voor Cultuur: „De rode draad in al onze corona-adviezen was ‘wendbaar en weerbaar’ en daar hoort digitalisering bij. Het digitaliseringsproces dat begon tijdens de lockdowns, leidde ook al tot nieuwe kunstvormen. Makers hadden tijd om te experimenteren en tot nieuwe vormen te komen. Je vertoont bijvoorbeeld niet alleen de voorstelling, maar ook korte docu’s over het maakproces. Daarbij trekken digitale voorstellingen ook ander publiek. Een dame van 70+ vertelde ons dat ze gestreamde concerten bekeek waar ze anders nooit een kaartje voor gekocht zou hebben.

„Daarnaast digitaliseert de hele samenleving, dus ook de cultuursector, en het is belangrijk dat de sector daar zelf de regie over voert zodat ontwikkelingen passen bij de praktijk van makers en leidt tot een eerlijke verdeling in de productieketen. Tot slot zien we kansen voor Nederland als geheel. In het VK hebben ze als onderdeel van hun Brexit-strategie een witboek uitgebracht over de verbinding tussen cultuur en digitaal. Zij zagen; we hebben een fantastische digitale infrastructuur én een kwalitatief hoogstaand artistiek landschap. Als we beide verbinden, kunnen we tot de culturele wereldtop behoren. Dat inspireerde mij, want voor Nederland geldt hetzelfde. Wij denken daarom dat er in meer digitalisering voor Nederland enorme kansen liggen.”

De Raad heeft het over ‘technologie-hubs’. Wat zijn dat en hoe spelen die een rol in dat proces?

„De inspiratie voor die ‘ hubs’ komt uit de wetenschap. In de wetenschap leiden samenwerkingen tussen universiteiten en hogescholen en het bedrijfsleven tot kennisontwikkeling. Daaromheen ontstaan scale-ups, start-ups en allerlei nieuwe ontwikkelingen. Maar het vereist dat je kennis, economische bedrijvigheid en innovatie combineert op één fysieke plek. Dat kan ook in de cultuursector.”

Een van de problemen na corona zijn lege zalen, behalve bij grote producties. Leidt digitalisering niet tot kannibalisering, nog legere zalen?

‘Geef de cultuursector meer tijd om te herstellen’

„Nee, net andersom. Je merkt dat grote namen publiek trekken, maar dat jongere makers en artiesten niet aan de bak komen, en nieuwe en experimentele producties er niet tussen komen. Het begin van de loopbaanketen stagneert nu. Het is het derde jaar op rij dat jonge makers niet kunnen laten zien wie ze zijn. Bij gebrek aan speelplekken en expositieruimten is daarom een van de dingen die we voorstellen een digitaal kanaal: een nationaal platform voor digitale cultuuruitingen waar je juist dit soort producties kunt vertonen.”

Ontstaat dan geen tweedeling tussen gezelschappen, live versus alleen digitaal?

„Nee, het is niet of/of maar en/en. Jonge experimentele makers proberen dingen uit. Elementen daaruit worden door grotere namen overgenomen. De kern van dit advies is dat er een creatieketen bestaat waarvan alle elementen op elkaar ingrijpen.

„Ik zeg niet dat alleen kleine producties naar het digitale kanaal moeten, integendeel. Daar moeten ook grote dingen te zien zijn, waar sommige mensen anders geen kaartje voor zouden kopen.”

Ambiëren makers ook deze digitalisering, of is het een beleidslieveling?

„Een aantal mensen vindt fysieke voorstellingen fijner dan digitaal, prima. Er zijn ook makers die zeggen; digitaal, dat ga ik nooit doen. Ook prima. Maar veel mensen zeggen: omdat we weer open zijn en de waan van de dag alle tijd, geld en energie vraagt, komen we niet meer toe aan het verder brengen van die digitale vernieuwing, en dat willen we wél.

„Het kenmerk van digitalisering is de mogelijkheid onafhankelijk van tijd en plaats te creëren én deel te nemen. Dat is een groot goed, dat hadden we daarvoor niet. Je ging naar een voorstelling op één plek, op één tijd. En ondanks alle goede bedoelingen creëerde dat een tweedeling in de samenleving. Als je niet kunt reizen of hebt andere dingen te doen, dan kom je er niet aan toe. Dat vind ik het voordeel van digitalisering. Die creëert een ‘new space’.”

Die eenheid van tijd/plaats is juist bijzonder aan live-voorstellingen.

„Zeker. Digitalisering gaat de ‘normale’ analoge cultuuruitingen ook niet vervangen. Maar ik denk soms dat wij, die de tijd en mogelijkheden hebben om in die cocon van de zaal te zitten, vergeten dat heel veel mensen die mogelijkheid níét hebben.”