Volgens de WRR duurt het opstellen van een langetermijnplan voor de coronapandemie te lang. Ook bij andere crises ziet WRR-voorzitter Corien Prins een gebrek aan voorbereiding.

Foto Kees van de Veen

Interview

‘Het bagatelliseren van dreigingen is geen basis voor beleid’

Corien Prins Kortetermijndenken en de gedachte dat alles bij het oude blijft, domineren het beleid. Dat is gevaarlijk, zegt Corien Prins, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.

Nederland holt van crisis naar crisis, doordat de politiek onvoldoende verschillende - ook minder positieve - scenario’s doordenkt en zich daardoor te vaak laat overvallen door gebeurtenissen. Daarvoor waarschuwt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in de nieuwe rapportage Coronascenario’s doordacht: handreiking voor noodzakelijke keuzes, die samen met veertien adviescolleges is opgesteld.

Volgens WRR-voorzitter Corien Prins is de studie toepasbaar op meerdere crises waarin Nederland verzeild is geraakt, zoals de gevolgen van de oorlog in Oekraïne, de asiel- en migratiecrisis en de klimaatcrisis. Prins vindt dat het kabinet de bevolking te weinig voorbereidt op de mogelijke „disruptieve” gevolgen van de Oekraïne-crisis voor de energie- en voedselzekerheid en vluchtelingenstromen. „Die communicatie is er gewoon niet.”

De WRR vindt dat beleidsmakers te veel gericht zijn op de korte termijn en te vaak geneigd zijn te denken dat alles bij het oude blijft. Daardoor is er te weinig aandacht voor scenariodenken en strategische langetermijnkeuzes, schrijft de WRR. Dat leidt ertoe dat „politiek en samenleving zich telkens opnieuw laten verrassen door ontwikkelingen, dat beleidskeuzes daardoor ad hoc tot stand komen en dat het maatschappelijke vertrouwen in noodzakelijke maatregelen op de proef wordt gesteld”.

Het rapport hanteert de term ‘normalcy bias’. Wat is dat en waarom is dat een probleem?

„Dat is de bekende psychologische reflex om een potentiële dreiging te bagatelliseren. In het begin van de coronacrisis dacht Nederland dat het hier – ondanks de beelden uit China en Italië – niet zo’n vaart zou lopen. En in de zomer van 2020 was er al de reflex van de terugkeer van het ‘oude normaal’. Dat is een begrijpelijke en menselijke reactie, maar als uitgangspunt voor beleid en collectief handelen is deze neiging ongeschikt.

„Door ‘normalcy bias’ kunnen we ons bepaalde dingen nauwelijks voorstellen. Maar de Oekraïne-oorlog kan wel eens het begin zijn van een kantelende wereldorde waarbij China uiteindelijk de rol van de VS overneemt als wereldmacht en veel meer ruimte geeft aan Rusland. Dat is geen fijn vooruitzicht, maar wel iets wat de politiek moet doordenken. Nederland is altijd volledig op de VS gericht geweest.”

Houdt de politiek voldoende rekening met extreme gevolgen die de Oekraïne-oorlog op kortere termijn kan hebben?

„Nee, terwijl die crisis een aantal dingen op z’n kop zet, zoals de energievoorziening, maar ook zaken als voedselzekerheid. Als er wereldwijd grotere voedseltekorten ontstaan, kunnen nog veel meer migranten onze kant op komen. Al die zaken moet je in samenhang bezien, maar dat gebeurt niet. Het gaat nu alleen over de inflatie. Terwijl je bij een dreigende mondiale voedselcrisis voor een fundamentele keuze komt te staan: kiezen we als landbouwland Nederland voor ons eigen land en voedsel door bijvoorbeeld exportbeperkingen, of voor internationale solidariteit, om mensen te helpen en zo mogelijk grote migratiestromen te voorkomen?”

Is de communicatie richting burgers over al die mogelijke gevolgen op orde?

„Nee, die is er helemaal niet. Het kabinet zou burgers moeten meenemen in hoe ingewikkeld deze crisis is, hoe disruptief de gevolgen kunnen zijn en dat er fundamenteel zaken gaan veranderen. Ik hoop dat in de Troonrede de waarschuwing zit dat deze crisis niet snel voorbij zal zijn en dat hoewel de overheid kan bijspringen, het voor veel mensen een hele moeilijke tijd wordt.”

Ontbreekt het op meer terreinen aan scenariodenken?

„Je ziet het ook bij de klimaatcrisis. Het debat gaat alleen over het verminderen van uitstoot. Wat ontbreekt is een discussie over adaptatie, hoe we ons land richting 2050 gaan aanpassen aan de gevolgen van de zeespiegelstijging. Het beleid gaat heel erg uit van één bepaald scenario, maar het kan door de sombere voorspellingen over de temperatuurstijging heel goed zijn dat het water veel hoger gaat komen dan we nu denken. Gaan we dan nog woningen in de polders bouwen, of meer in het hogere land van Nederland? In minder gunstige scenario’s zal het versterken en ophogen van dijken en het vernieuwen van sluizen nog veel grotere investeringen vragen.”

Lees ook:De grote versnelling, hoe de ene crisis de volgende aanjaagt

Het is met al die crises maar te hopen dat het coronavirus zich rustig houdt. Een jaar geleden schetste de WRR verschillende scenario’s, heeft het kabinet daar voldoende mee gedaan?

„In het coronadebat is het scenariodenken wel iets meer op de agenda gekomen, het kabinet is bezig gegaan met een langetermijnplan en werkt nu aan permanente wetgeving voor pandemiebestrijding, dat is winst. Maar er is meer actie nodig, van het hele kabinet. Het opstellen van een goed langetermijnplan duurt te lang, er is te weinig urgentie. Minister Kuipers heeft de bal bij de samenleving gelegd. Terwijl de overheid te allen tijde de eindverantwoordelijkheid heeft en een goede belangenafweging moet maken. Dat is echt snel nodig.

„Scenariodenken betekent dat je in relatief gunstige tijden zoals nu voorbereidingen treft voor álle scenario’s. We weten echt niet of de coronacrisis voorbij is. Het kan ineens superslecht gaan, als er morgen een ongelofelijk vervelende variant opduikt. Laten we nu een goede discussie voeren over wat we dan doen. Anders ben ik heel bang dat we straks toch weer worden verrast.”