Reportage

In Boetsja ligt voor iedere leerling een matras klaar in de schuilkelder

Terug naar school Ook in Oekraïne is het schooljaar weer begonnen. Maar veel scholen zijn beschadigd door de oorlog, en veel leerlingen ontbreken.

Leerlingen van School Nummer Drie in Boetsja wonen de traditionele ceremonie bij ter gelegenheid van de start van het schooljaar.
Leerlingen van School Nummer Drie in Boetsja wonen de traditionele ceremonie bij ter gelegenheid van de start van het schooljaar. Foto Kostyantyn Chernichkin

Gierend van het lachen zit directeur Ljoebov Aleksandrovna achter haar bureau in Boetsja’s School Nummer Drie. De school staat pal naast de straat waar een kolonne Russische tanks en pantserwagens enkele dagen na het begin van de invasie op 24 februari door Oekraïense strijdkrachten kapot werd geschoten.

Het dak van de school raakte bij die aanval zwaar beschadigd en daardoor hebben de bovenste verdiepingen zware waterschade opgelopen. Daarnaast moeten er 280 gebroken ramen vervangen worden. Ook is werkelijk elk computer- en televisiescherm uit de school gestolen of gesloopt tijdens de Russische bezetting. Maar dat is niet waarom Aleksandrovna zo moet lachen. Ze is doodop en melig dat de zoveelste journalist haar geplunderde school komt bezoeken, en wil geen vragen meer beantwoorden.

Mannen zijn bezig al het hout van het dak af te wrikken, waarna ze het op de binnenplaats laten kletteren. „Alle scholen in Boetsja zijn alweer open, behalve de onze”, zegt adjunct-directeur Tatjana Tsjechova, die, in tegenstelling tot haar baas, het huilen nader staat dan het lachen. „Vijf computerlokalen hadden we en nu is alle apparatuur gestolen of kapot.” Een van die lokalen had een extra zware metalen deur, die met de verankering en al uit de muur is getrokken. Dezelfde schade is ook gesignaleerd bij leeggeroofde woningen in Boetsja.

Lees ook Met ‘Boetsja’ heeft Europa er een groot trauma bij

‘Boetsja’ staat inmiddels symbool voor de wreedheid van de Russische bezetting. Na de bevrijding van deze voorstad van Kiev bleek dat zeker driehonderd burgers door terugtrekkende Russische militairen zijn vermoord. Veel vrouwen die de bezetting overleefden, maakten melding van verkrachting en seksueel geweld. Nu probeert de bevolking het leven weer op de pakken.

Foto Kostyantyn Chernichkin
Foto Kostyantyn Chernichkin
Het dak van School Nummer Drie raakte bij een aanval zwaar beschadigd en daardoor hebben de bovenste verdiepingen zware waterschade opgelopen
Foto Kostyantyn Chernichkin

De eerste bel

Op 1 september viert Oekraïne Kennisdag, het begin van het schooljaar. Voor de eersteklassers, zes jaar oud, is er de ceremonie van de eerste schoolbel. De meisjes dragen witte kousen en bloemen van tule in het haar, de jongens een wit overhemd, of een vysjyvanka: de nationale dracht met borduurwerk. De scholen zijn sinds het begin van de invasie niet meer open geweest, hoewel onderwijs in sommige gevallen op afstand werd voortgezet.

Uit vrees voor een Russische aanval besloot Mychajlo Nakonetsjny (72), directeur van School Nummer Vijf, de feestelijkheden van de eerste bel één dag uit te stellen. Dat de tijdens de bezetting gebroken ramen pas de dag ervoor allemaal waren gerepareerd, was bijzaak, want binnen lesgeven kan hier nog niet. Daarvoor moeten eerst de schuilkelders afgebouwd worden. „Voor het uitzonderlijke geval dat er een of andere raket aan komt vliegen”, legt hij uit. „Andere projectielen komen nu niet ver genoeg.”

Op het schoolplein hangt een lichte brandlucht. Roetplakkaten op het flatgebouw aan de overkant verraden dat er appartementen zijn uitgebrand. „Daar stonden tanks”, fluistert een van de ouders. De zesjarigen staan opgesteld in een halve cirkel, in hun mooiste kleren met bloemen voor de juf in de handen. Ze kijken bloedserieus. Voor de eerste bel wordt geluid, klinkt het Oekraïense volkslied uit speakers, dat zachtjes wordt meegezongen.

„Aan de kinderen en hun ouders wilde ik geen zwakte laten zien, maar het was heel moeilijk”, zegt directeur Nakonetsjny later over de ceremonie, in zijn als woonkamer ingerichte kantoor, met een hanglamp en houten kasten vol hebbedingetjes. „Sinds februari heb ik hier geen kinderen met ouders meer gezien. Mijn hoofd stroomde vol met emoties. Oekraïne leeft nog, maar wat ons nog te wachten staat, weet niemand.”

Vier miljoen schoolkinderen

Tot begin oktober krijgen de kinderen van School Nummer Vijf online les. De directeur schat dat zo’n 40 procent van de leerlingen ook daarna nog onderwijs op afstand zal blijven volgen – deels omdat die kinderen nog in het buitenland verblijven.

Oekraïne heeft vier miljoen kinderen van schoolgaande leeftijd. In maart waren 2,5 miljoen kinderen van alle leeftijden Oekraïne ontvlucht. Hoeveel van deze vluchtelingen weer zijn teruggekomen, is niet bekend. Volgens het Oekraïense Openbaar Ministerie zijn zeker 379 kinderen in Oekraïne om het leven gekomen door het oorlogsgeweld.

Slechts 60 procent van de Oekraïense scholen werd veilig genoeg geacht om weer open te kunnen. Voor School Nummer Vijf betekent dit dat ongeveer 1.600 leerlingen gebruikmaken van de online lessen bij de school, terwijl er maar 650 fysieke plekken zijn.

Tijdens de bezetting verbleef directeur Nakonetsjny in de school om die te beschermen „tegen de vele Russische bezetters, en onze eigen onaangename mensen. Ik zorgde voor de school en voor mezelf.” Tot 11 maart schuilden ook „een stuk of zeventig” mensen uit de omgeving onderin het gebouw. Beschietingen verwoestten het dak van het kerkje dat bij de school hoort en een bijgebouw vatte vlam, maar kon worden geblust voordat het hele complex afbrandde. Ook de kantine was „erg kapotgeschoten”.

Inmiddels is alle schade hersteld met geld van acht internationale financiers. „Na de bevrijding kwamen er allemaal delegaties naar Boetsja die vroegen hoe ze konden helpen. Daar is een fonds uit voortgekomen”, zegt Nakonetsjny.

Wat er gebeurd is, weet ik niet. Ze gingen evacueren en de kinderen zijn doodgeschoten

Mychajlo Nakonetsjny Schooldirecteur in Boetsja

Drie kinderen van zijn school overleefden de bezetting niet. „Een heel getalenteerd meisje uit de achtste klas. Ze schilderde met geweldige artistieke kwaliteit. En een jongetje uit de middenbouw, en een meisje uit de eindexamenklas. Wat er gebeurd is, weet ik niet. Ze gingen evacueren en de kinderen en hun ouders zijn doodgeschoten.”

Nakonetsjny denkt nog na over hoe hij de gedode leerlingen kan eren in school. „Eerst moet de oorlog voorbij zijn. Ook moet de familie ermee instemmen en het is lastig om daarmee in contact te komen. Er is een oma die tot op de dag van vandaag niet gelooft dat haar dochter en kleindochter zijn omgekomen. We moeten hiervoor een gemeenschappelijke taal vinden.”

Schuilkelders met matrassen

Wel helemaal operationeel is het moderne Oekraïense Gymnasium van Boetsja. Het is een pastelgeel gebouw van vier verdiepingen, dat slechts twee jaar geleden is opgeleverd. „Waar gaat dat heen!” roept directeur Larisa Storozjik streng naar een jongetje dat door de bosjes springt om de weg af te snijden. „Oei”, zegt het jongetje, verlegen glimlachend. „Goedemiddag.”

Leerlingen van het gloednieuwe Gymnasium van Boetsja volgen Engelse les in een schuilkelder.

Foto Kostyantyn Chernichkin

Ook Storozjik verbleef tijdens de bezetting in de school en opende de deuren van de kelder voor zo’n 350 omwonenden. Toen was de kelder nog gewoon een kelder. Storozjik wijst naar de hoek die gebruikt werd als toilet door mensen die te bang waren om buiten te gaan.

Bekijk ook deze fotoserie: De eerste schooldag in Oekraïne, scholen met schuilkelder ontvangen kinderen

Inmiddels is de immense kelder strak ingericht met meerdere klaslokalen, is er wifi en zijn er zelfs toiletten en badkamers met stromend water. De kelder heeft vier toegangswegen en acht uitgangen. Ieder lesjaar kreeg er een ruimte aangewezen, voor als het luchtalarm klinkt.

Mocht Boetsja inderdaad weer onder vuur komen, dan ligt er nu voor ieder kind van het Gymnasium een matras klaar. Maar ook hier volgen veel leerlingen de lessen nog op afstand, zegt Storozjik. „Ouders willen hun kinderen niet graag afgeven.”