Recensie

Recensie Boeken

Hoe een vlinder wraak neemt op een beer

Kinderboek Van een oorspronkelijk Amerikaans zesregelig kindergedicht maakten Marije Tolman en Edward van de Vendel een prentenboek. Het resultaat is minder vernieuwend dan je misschien zou hopen.

Het kan zomaar voorkomen, dat je iets van een ander graag wil hebben. Is het dan een goed idee om het te pakken? Wat als je het zo graag wilt hebben dat je je niet kunt inhouden? Het overkomt Beer. ‘Wat ruik ik daar? Heerlijke boterham, heerlijke honing…’ Hij ziet dat Vlinder een boterhammetje met honing heeft en hij wil dat boterhammetje. Hij eet het in één hap op. Vlinder is woedend als hij ontdekt dat Beer zijn boterhammetje heeft gekaapt. Wat volgt is een woeste strijd.

Zesregelig gedicht

Gouden Penseel-winnaar Marije Tolman weet het tweegevecht mooi uit te beelden in spannende composities waarin Beer tegen een honinggele achtergrond belaagd wordt door zwermen blauwe vlinders. Of is het één vlinder die heel snel rondvliegt? We lezen: ‘Het was al mis overdag…/ …en in de nacht nog veel meer. / Maar het eindigde toen Beer / op zijn rug lag verslagen // en Vlinder heel zoetjes en liefjes kwam vragen: “Neem je ooit nog iets van mijn ontbijtbordje mee?”’

De tekst van Heerlijke honing is zeer losjes gebaseerd op een zesregelig gedicht van de Amerikaanse Margaret Wise Brown (1910-1952): ‘The bear and the butterfly had a fight /All of the day and most of the night / Till at last the bear lay waving his paws / And the butterfly lit on one of his jaws / O never struggle and never fight / With a butterfly on a moonlight night!’ Ze wordt op het omslag genoemd als co-maker van Tolman, met Edward van de Vendel als vertaler. De vraag is waarom er van het gedicht van Brown is afgeweken, want de tekst van Heerlijke honing is lang niet zo sterk als die van het origineel.

Vernieuwende jeugdliteratuur

De context van het gedicht staat nog overeind, maar bij Brown gaat het om meer dan context. Ze stond bekend om haar vernieuwende benadering van kinderverhalen. Ze was wars van de fabels die in haar tijd aan kinderen werden voorgeschoteld. Ze geloofde dat kinderen boeken moesten lezen over het bekende, voordat ze met fantasie geconfronteerd werden – een invloed uit het avant-gardisme. Ze concentreerde zich evenzeer op de klank van woorden als op de woorden zelf. Haar illustraties liet ze vaak maken door modernistische schilders. Ze hielp zo bij het creëren van een nieuw type kinderliteratuur, zowel op het niveau van klankniveau als visueel. Zeven kleine postbodes en Vijf brandweermannetjes zijn bijvoorbeeld van haar hand.

Tolman, die komend najaar ook het Prentenboek voor de Kinderboekenweek verzorgt, maakt in Heerlijke honing minder gewaagde keuzes dan in haar gelauwerde en vernieuwende prentenboek Vosje, ook een project samen met Edward van de Vendel, waar ze een vosje tekende in een fotolandschap. Voor Heerlijke honing trekt ze wel meerdere technieken uit de kast, ze werkt bijvoorbeeld met gaas en stempels. Ze deelt in dit verhaal over tweestrijd ook de pagina in tweeën, met horizontale verfstreken of door twee kleuren tegenover elkaar te zetten in de schilderingen. Toch verrast ze met dit boek minder dan met een werk als Vosje. Misschien omdat Wise Browns gedicht nu juist een fabel lijkt te zijn geworden, met de wijze les dat je niet iets van een ander mag pakken zonder het te vragen. Misschien omdat we in Vosje zo’n volstrekt eigen benadering van illustraties zagen en hier toch een meer gangbare. Een ding is duidelijk: zowel Margaret Wise Brown als Marije Tolman hebben met hun oorspronkelijke werkwijze meer in zich dan dit over de keper genomen aardige kinderboek laat zien.