De grote versnelling: hoe de ene crisis de volgende aanjaagt

Polycrisis Improviseren en pleisters plakken is niet genoeg nu klimaatverandering andere grote crises versterkt.

Boten in de modder van de jachthaven van Beusichem aan de Lek, begin augustus. Door aanhoudende droogte is het waterpeil in de rivier sterk gedaald.
Boten in de modder van de jachthaven van Beusichem aan de Lek, begin augustus. Door aanhoudende droogte is het waterpeil in de rivier sterk gedaald. Foto Remko de Waal/ANP

Rond Jerez de la Frontera, hart van de Spaanse sherryregio, begon de druivenoogst dit jaar op 28 juli. Nooit in de geschiedenis was die zo vroeg. Veel warmte en weinig regen zorgen voor eerdere rijping en minder opbrengst. Franse wijnboeren lijden ook schade, verder naar het noorden wordt het klimaat voor wijnbouw juist gunstiger.

De Europese ‘wijngrens’ was eeuwenlang nagenoeg stabiel. Net als wat de Franse historicus Fernand Braudel ‘de olijfgrens’ heeft genoemd: ten zuiden van die lijn domineert olijfolie de keuken, ten noorden ervan boter. In zijn beroemde studie La Méditerranée – over het Middellandse Zee-bekken en de opkomst van een noordelijk, met de Atlantische Oceaan verbonden Europa au-delà des oliviers – ordent Braudel (1902-1985) die wereld aan de hand van drie soorten tijd. Hij ziet een ‘geografische’ tijd, de longue durée, die met het landschap en het klimaat is vervlochten; een iets minder trage ‘sociale tijd’, over economische structuren en demografie; en een snelle ‘individuele tijd’ van politiek, oorlog en vrede.

In de crises die nu over de wereld rollen kun je de tandwielen van alle drie de soorten tijd horen knarsen.

Klimaat was altijd ‘langzame geschiedenis’; je wist het wel, maar merkte het eigenlijk niet. Denk: die ijsbeer op zijn schots. Maar dit werd de Europese zomer van hittegolven, gesmolten temperatuurrecords, brandend bos, lege rivieren. Hier en nu. Geen verrassing, zei Corinne Le Quéré, een Canadese expert op het gebied van broeikasgas en adviseur van de Franse én Britse regering, tegen de Financial Times. „Zo ziet klimaatverandering eruit (…). Volkomen voorspelbaar, als een bewegende trein.”

Maar klimaatverandering is niet alleen klimaatverandering. Als de crises van nu iets tonen, is het hoe meervoudig ze zijn. En dat ze elkaar zelfs kunnen versterken tot wat een ‘polycrisis’ heet – een snelle, niet-lineaire, onvoorspelbare, grensoverschrijdende systeemcrisis die als geheel gevaarlijker is dan de som der delen.

Zie het dure gas door de oorlog in Oekraïne, dat steenkool en kernenergie aantrekkelijk maakt, maar klimaatbeleid en de energietransitie op achterstand zet. Klimaatverandering laat zich juist nu voelen in lage waterstanden, waardoor kerncentrales geen koeling hebben en binnenvaartschepen minder kolen kunnen vervoeren. Volgens de Europese Green Deal moet scheepvaart echter groeien om luchtvaart te ontlasten. Zo vormen klimaatverandering en de strijd ertegen samen een gordiaanse knoop.

Vergrassing

Nederlandse crises zijn ook met elkaar verknoopt. Asiel is: geopolitiek, Europees- en landsbeleid plus lokaal sentiment. In de vergrassing van Nederlandse natuur door stikstof zie je ook de wereldwijde agroketens waaruit je boeren niet zomaar kunt losknippen. Inflatie, overal: consumentenvraag, haperende globalisering post corona, personeelsschaarste, en opnieuw Russisch gas.

Soms helpt het om een complex probleem te ontleden en te kijken waaraan je wél iets kunt doen. Zo gloorde er dezer dagen iets wat op een politieke doorbraak leek. Boeren, ook de asbeststorters, gingen aan tafel met de overheid en liepen niet boos weg, omdat het sleutelbegrip ‘kritische depositiewaarde’ (kdw), om met Wopke Hoekstra te spreken, óók niet langer heilig was. Eerder sloot de coalitie een akkoord door de ‘Turkije-deal’ tijdelijk op te schorten, wat zou neerkomen op een (iets) lagere ‘instroom’.

Om het ‘koopkrachtpakket’ van Prinsjesdag te financieren lijkt onder meer het taboe van een extra winstbelasting voor bedrijven geslecht, inclusief een ‘meevalbelasting’ voor olie- en gasbedrijven die van de energiecrisis profiteren. Ook in Brussel sneuvelde een heilig huis nu Duitsland (met Nederland vermoedelijk in het kielzog) zich niet langer verzet tegen het beknotten van de vrije markt met een maximumprijs voor energie. Zo schuift er in Europa nog een grens naar het noorden: die van de marktinterventie waarvan Spanje en Italië al langer voorstander zijn.

Symboolpolitiek

Kanttekeningen genoeg. Gerald Knaus, de Duitse migratie-expert die geldt als architect van de Turkije-deal, sprak van schadelijke „symboolpolitiek”. Volgens dat akkoord na de migratiecrisis van 2015 betaalt de EU Ankara miljarden voor de opvang en integratie van vluchtelingen in Turkije en neemt de EU zelf een beperkt aantal van hen op, waaronder duizend door Nederland. In Europa is er volgens Knaus helemaal geen noodsituatie à la Ter Apel. „Een rijk EU-land dat niet bereid is om kleine aantallen mensen op te nemen, dat geeft ook Turkije geen goed voorbeeld”, zei hij in Nieuwsuur.

En of er voor de kdw een nieuw ‘meetinstrument’ voor stikstofschade komt – of zelfs: denkbaar is – valt te bezien. En dus ook of de overheid niet opnieuw valt voor uitstel, boekhoudtrucs en luchthandel. De verleiding is groot. Zie het plan van het kabinet om de verbreding van de A27 bij Amelisweerd door te zetten via het aankopen van ‘stikstofruimte’ van acht boerenbedrijven. Een omstreden praktijk die hoe dan ook ten koste zal gaan van de ruimte voor onvervangbare eiken en kastanjes.

Je kunt ook zeggen: elke crisis minder is er één, al is het door improviseren en pleisters plakken. Alleen al rust, even pas op de plaats maken, kan verhelderend zijn. Maar het is de vraag of we de luxe hebben om compromissen te sluiten.

De klimaattop in Glasgow is nog geen jaar geleden. De urgentie ervan lijkt goeddeels verdwenen achter de rook van het Oekraïne-slagveld. „De meeste politici snappen het echt wel”, zei Le Quéré, de emissie-expert. Alleen, „is er altijd een excuus”: te moeilijk, te duur, de verlamming die uitgaat van kijken naar anderen die óók niets doen. Intussen verdwijnt de kans op een opwarming van maximaal 1,5 graden Celsius achter de horizon. Vorig jaar stootte de wereld 36 gigaton kooldioxide uit. Voor een fiftyfiftykans om die 1,5 graad te halen is er nog ‘ruimte’ voor 420 gigaton in de atmosfeer: bij de huidige uitstoot is dat ‘CO2-budget’ in twaalf jaar opgebruikt.

Intussen brandt de Amazone en zal het smeltende Groenland de zeespiegel met minimaal 27,5 centimeter doen stijgen, ook als de temperatuurstijging nu zou stoppen, bleek deze week. En vragen wetenschappers als Le Quéré zich af of het klimaat nog verrassingen in petto heeft: tipping points die niemand heeft voorzien. „Het systeem is wel uit evenwicht, maar nog redelijk stabiel”, zei ze. „Wat me wetenschappelijk zorgen baart is: klopt dat?”

Dat is het echte achtergronddoek van deze tijd: de langzame geschiedenis die zomaar kan versnellen.