OVV: Defensie schoot inderdaad ‘ernstig’ tekort bij mortierongeluk Mali

Defensie De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) concludeerde in 2017 al dat Defensie „ernstig” tekort was geschoten. Na aanvullend onderzoek blijft deze conclusie staan.
De uitvaart van een van de militairen die door het mortierongeluk om het leven kwam.
De uitvaart van een van de militairen die door het mortierongeluk om het leven kwam. Foto Huisman Media/ANP

De conclusie dat het ministerie van Defensie „ernstig” tekort is geschoten bij het mortierongeluk in Mali in 2016, gaat nog steeds op. Dat meldt de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) woensdag na aanvullend onderzoek. Tijdens een missie in Mali ontplofte destijds een mortiergranaat vroegtijdig, waardoor twee Nederlandse militairen om het leven kwamen en een derde zwaargewond raakte.

Daarnaast wisten verschillende instanties dat achterstallig onderhoud de oorzaak was van het ongeluk, maar dat brachten ze niet naar buiten. De organisaties hielden vast aan eigen onderzoeken, ook toen bleek dat die hoogstwaarschijnlijk niet konden kloppen, aldus de OVV. Een rapport een Britse Defensieafdeling, dat in 2019 in opdracht van het OM was gemaakt, onderschreef de conclusies van de OVV. Maar dat rapport werd niet met Defensie gedeeld. „Gelet op de bevindingen in het rapport was het te verwachten geweest dat het OM het rapport na lezing meteen in 2019 met Defensie, in de rol als verantwoordelijk werkgever, had gedeeld”, staat in het rapport dat woensdag is gepubliceerd.

De granaat in kwestie was in 2006 in grote haast aangeschaft met hulp van de Verenigde Staten. Omdat ervan uit werd gegaan dat Amerikanen alleen met veilige granaten werkten, zijn controles destijds overgeslagen. Het advies van een munitietechnicus om de voorraad waar de bewuste granaat toe behoorde niet te gebruiken, werd door Defensie genegeerd. In de tien jaar erna is de mortier nooit onderzocht. Na het ongeluk bleek uit technisch onderzoek dat de granaat zwakke plekken had.

De raad trok deze conclusie in 2017 ook al, maar het Openbaar Ministerie (OM) besloot niet over te gaan tot strafrechtelijke vervolging van individuele medewerkers omdat de Koninklijke Marechaussee, die eigen onderzoek deed, niet tot exact dezelfde conclusie kwam. Het OM vond daarom dat niet kon worden bepaald of het ongeluk het gevolg was van „handelen of laten van één of meerdere personen”. De OVV besloot in januari van dit jaar aanvullend onderzoek te doen, nadat radioprogramma Argos in september vorig jaar een uitzending maakte over het uitblijven van strafrechtelijk onderzoek.

Minister afgetreden

Toenmalig minister van Defensie Jeanine Hennis (VVD) trad af in een debat over het eerste OVV-rapport. Het overlijden van de twee militairen was volgens haar onverteerbaar. „Het is mijn verantwoordelijkheid en die neem ik ten volle.” Het rapport van de raad was doorslaggevend in die beslissing, zei ze naderhand. Ook toenmalig commandant der strijdkrachten Ton Middendorp trad af.

Nederland nam vanaf juli 2013 deel aan de VN-missie Minusma in Mali. Het doel van de missie was om de nasleep van een militaire staatsgreep en oprukkende moslimextremisten en opstandige Toearegs te bestrijden. Die nomadengroep kwam in 2013 gewapend in opstand tegen het regime en pleegde daarbij bloedige aanslagen. De OVV stelde in het eerste rapport dat de politieke wens om mee te doen aan deze missie ondanks ernstige tekorten bij de krijgsmacht mede ten grondslag ligt aan het fatale ongeluk.