Factcheck: Zijn stekkerrijders duurder uit dan benzinerijders?

Brandstofprijzen Door de hoge stroomprijs zouden bezitters van een elektrische auto nu duurder uit zijn dan de ouderwetse benzinerijder, aldus De Telegraaf. Klopt dat?

Elektrische auto’s aan de laadpaal bij een benzinestation.
Elektrische auto’s aan de laadpaal bij een benzinestation. Foto Dieuwertje Bravenboer

De aanleiding

„Stekkerrijder nu duurst uit.” Dat meldde De Telegraaf woensdag, en de aanleiding ligt voor de hand. De stroomprijs is in vergelijking met een jaar geleden sterk gestegen, soms wel verdrievoudigd. Tegelijkertijd is de benzineprijs nog altijd hoog – adviesprijs rond de 2,18 euro – maar dat is hoogstens twee dubbeltjes meer dan de benzineprijs in de zomer van 2021.

De bezitter van een elektrische auto krijgt nog altijd de nodige douceurtjes. De bijtelling voor leaserijders is op dit moment lager, pas in 2026 moet er 100 procent motorrijtuigenbelasting worden betaald en de gemiddelde stekkerauto heeft veel minder onderhoud nodig. „Allemaal waar”, zegt Maarten van Biezen, bestuurslid van de Vereniging Elektrische Rijders, „maar het grote voordeel zat vooral in de gebruikskosten. Subsidies zijn toch vooral compensatie voor de hogere aanschafprijzen.” En niemand weet hoelang elektrisch rijden nog gesubsidieerd blijft.

Waar is het op gebaseerd?

Door de hoge stroomkosten kan elektrisch rijden nu zelfs duurder zijn dan rijden in een benzineauto. Nieuwe energiecontracten, stelt De Telegraaf, gaan uit van een stroomprijs van 77 cent per kilowattuur (kWh). Een gemiddelde auto verbruikt zo’n 20 kWh per 100 kilometer, wat op bijna 15,50 euro neerkomt. Wie dezelfde afstand op 6,7 liter benzine rijdt (1 op 15), blijft onder de 15 euro. Conclusie, de stekkerauto is duurder.

En klopt het?

Het voorbeeld klopt, elektrisch rijden kan duurder zijn. Probleem is alleen dat dé stroomprijs niet bestaat. „Het overgrote deel van elektrische rijders, bijna 70 procent, heeft zonnepanelen”, zegt Van Biezen, „en die rijden dus bijna gratis. Ongeveer 70 procent rijdt in een elektrische auto van de zaak en die mensen kunnen de kosten vaak bij hun baas declareren.” Maar, stelt Van Biezen, „de tarieven lopen inderdaad naar elkaar toe en daar maken wij ons zorgen over”.

Het tarief van 77 cent komt uit zogeheten modelcontracten die energieleveranciers moeten aanbieden. Maar in deze hectische markt zitten zij, gezien de risico’s, niet op nieuwe klanten te wachten. Wie niet van leverancier is veranderd, zal – ook bij een variabel contract – veel minder dan de genoemde 77 cent betalen. Zelfs de huidige tarieven bij de snellaadstations van Fastned – langs de snelweg is het altijd duurder om te tanken – liggen met 68 cent per kWh lager.

De ANWB waarschuwt in een reactie om de discussie over eventueel elektrisch rijden niet „plat te slaan” tot alleen de kosten voor brandstof. „Zo’n auto koop je voor meerdere jaren, natuurlijk neem je de energieprijs mee, en die is erg afhankelijk van je persoonlijke situatie”, zegt Marco van Eenennaam, expert elektrisch rijden. „Veel mensen hebben zonnepanelen, anderen sluiten dynamische energiecontracten af, waardoor zij kunnen opladen als het tarief laag is.”

Van Eenennaam houdt de totale kosten – zoals aanschafprijs, onderhoud en brandstof – van benzine- en stekkerauto’s al jaren voor de ANWB in de gaten. „Vorig jaar zag je de elektrische auto voor het eerst een paar procent goedkoper worden dan de benzineauto als je alle kosten bij elkaar optelt.”

Kan de huidige stroomprijs dat weer veranderen? „De uitersten in de stroomtarieven lopen nu zo uiteen, dat het amper nog nut heeft om naar gemiddelden te kijken”, zegt Van Eenennaam. En de ontwikkelingen zijn moeilijk te voorspellen. „Wie oplaadt in de straat betaalt met verschillende laadpassen minder dan 40 cent per kWh. Maar het ligt voor de hand dat dit tarief ook gaat stijgen.”

Conclusie

Je moet wel een heel onvoordelig energiecontract hebben, wil elektrisch rijden duurder zijn dan rijden in een auto met een verbrandingsmotor. Maar het verschil tussen ‘elektrisch’ en ‘benzine’ loopt door de recente stijging van de stroomkosten hoe dan ook terug. De stelling, „de stekkerrijder is nu duurst uit”, beoordelen we desondanks als grotendeels onwaar.