Opinie

Geef de natuur terug aan zichzelf

Eva Meijer

‘Geen onteigening’, stond in bibberige rode letters op een wit laken aan een viaduct. Het had iets poëtisch, vanwege het pontificale woord onteigening. Het had ook iets treurigs, vanwege de associatie met eindeloze weilanden vol raaigras. En iets absurds vanwege het idee dat het land en de andere dieren iemands eigendom kunnen zijn.

Deze tijd kenmerkt zich door een grote gehechtheid aan eigendom. Veel mensen denken bij rijkdom aan geld en bij een succesvol leven niet aan spiritueel welzijn maar aan spullen – een huis, een auto, een duur koffiezetapparaat. We zijn er zo aan gewend dat we het niet opmerken. Kennis wordt gezien als product, net als gezondheidszorg. Zelfs over identiteit wordt gesproken als iets wat je hebt in plaats van wat je bent, als een bezit dat moet worden verdedigd.

Het is daarom lastig om andere manieren van omgaan met het land te doordenken. Afgelopen week nam ik deel aan een conferentie over Antarctica en de rechten van de natuur. Op Antarctica wonen van oudsher geen mensen die er aanspraak op kunnen maken. Wel andere dieren, zeker in de kustgebieden, en planten zoals mossen. Daarnaast is het een plek waar klimaatverandering voor serieuze problemen kan gaan zorgen. De grote vraag op de conferentie was of bestaande verdragen, het Antarctic Treaty System, nog geschikt zijn om Antarctica te beschermen, of dat er nieuwe systemen nodig zijn, zoals rechten van de natuur. En wie dit alles moet uitvoeren: natiestaten, de VN, of een andere organisatie.

Rechten van de natuur zijn in. Toch is vaak onduidelijk wat ze inhouden en wat ze kunnen bewerkstelligen. Op sommige plekken is de natuur al rechten toegekend, vaak op basis van inzichten van inheemse mensgemeenschappen. In Ecuador is de natuur, of Pachamama, bijvoorbeeld als rechtspersoon erkend in de grondwet. Die fusie van kennissystemen, westers en inheems, is hoopvol maar in de praktijk leidt zij nog niet tot adequate bescherming. Mensen kunnen nu rechtszaken voeren in naam van de natuur.

Een andere mogelijkheid is de dieren het land in eigendom geven, zoals filosoof John Hadley voorstelt. Dat zal naast die dieren ook het land beter beschermen omdat andere dieren het verantwoord gebruiken. Filosoof Josh Milburn betoogt dat dieren feitelijk al land in eigendom hebben. Volgens John Locke (1632-1704) worden natuurlijke grondstoffen jouw eigendom als je je arbeid ermee vermengt. Dat doen eekhoorns ook, schrijft Milburn. De ‘natuur’ is geen onbewoond gebied en het land van de dieren wordt continu onteigend.

Een volgend alternatief voor Antarctica is het instellen van gebieden waar mensen niet welkom zijn, zogenaamde ‘no entry zones’. Dat idee is in het denken over oceaanbescherming in opkomst. De haaien zijn er in elk geval blij mee, onderzoek laat zien dat zij dat soort plekken opzoeken. Tijdens de VN-top vorige week over de oceaannoodtoestand, zei Marco Lambertini, directeur van het WNF, dat mensen roekeloos met oceanen omgaan omdat ze van niemand zijn. Maar mensen en landen die wel verantwoordelijk zijn gaan ook roekeloos met land en zee om.

Niets is echt van ons. Het land niet, de andere dieren niet, de dingen niet, zelfs je lichaam behoort aan de aarde toe, en als je er niet meer bent gaat het weer op in alles wat er is. Eigendom is een afspraak die aan herziening toe is. Dus laten we waar het kan land teruggeven aan zichzelf, ook in steden. Ondertussen kunnen we nadenken over betere constructies, betere behartigers van het land dan de staat, en nieuwe manieren van delen. De tijd dringt.

Eva Meijer is schrijver en filosoof. Ze schrijft om de week een column.