Crisis? Tijd voor Haagse hulp

Uit het archief In het NRC-archief ziet de vele voorgangers van het klimaatfonds en het stikstoffonds van Rutte IV.

Commissie Wagner tijdens een persconferentie in Nieuwspoort op 30 juni 1982.
Commissie Wagner tijdens een persconferentie in Nieuwspoort op 30 juni 1982. Foto ANP

Geld moet rollen. Ollie B. Bommel, heer van stand, stripheld op de NRC achterpagina, wist het al. En wie kan dat beter doen dan de rijksoverheid als de economie in het slop zit of de problemen onontwarbaar lijken. Wat is dan dé oplossing? Een subsidie- en investeringsfonds.

Meer dan veertig jaar geleden begon een proces van industriële afbraak. Ondernemingen moesten sluiten of krimpen. De papierindustrie, de machinebouw, de textiel, de scheepsnieuwbouw. Gevolg: massawerkloosheid.

Industriële crisis

In 1980 publiceerde de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een rapport dat de weg moest wijzen uit de industriële crisis. Plaats en toekomst van de Nederlandse economie heette het advies. Hoofdauteur was hoogleraar Arie van der Zwan.

De WRR adviseerde onder meer de benoeming van een regeringscommissie die richting moest geven aan het herstel. Van der Zwan bepleitte ook de oprichting van een apart investeringsfonds voor industrie en innovatie. Beide kwamen er.

Oud-Shell topman Gerrit Wagner leidde de commissie. En de overheid steunde de Maatschappij voor Industriële Projecten (MIP).

Met loonmatiging en ondernemingszin werkte Nederland zich uit de crisis. Maar in 1993 dreigde opnieuw tegenslag. Vrachtwagenfabrikant Daf ging failliet. De economische motor sputterde. Zouden meer debacles volgen? Vliegtuigfabriek Fokker? Of staalbedrijf Hoogovens? Er was nog geen crisis, maar er kwam al een nieuw investeringsfonds. Tijdelijk, dus mocht het geen fonds heten: leve de ‘industriefaciliteit’ . De crisisdreiging verdampte, de faciliteit kreeg weinig emplooi.

Met loonmatiging en ondernemingszin werkte Nederland zich uit de crisis

Maar in 1995 kwam het kabinet-Kok I met het Fonds Economische Structuurversterking (FES) gevoed door de aardgasbaten. Het FES was geënt op een buitenlands voorbeeld: Noorwegen stak de opbrengst van zijn olieverkopen in een apart investeringsfonds.

Kredietcrisis

Het FES kreeg een mandaat van wegen tot innovaties, en vond gretig aftrek. Het werd een grabbelton voor ministeries die geld tekort kwamen. In 2010 maakte het kabinet-Rutte I een eind aan het fonds. Bezuinigingen en aflossing van de staatsschuld kregen na de kredietcrisis (2008/2009) prioriteit.

In de tweede helft van het decennium, toen de economische crisis overwonnen was, rijpte een nieuw plan. De rente was laag, de samenleving stond voor nieuwe problemen, die maar deels van economische aard zijn. De energietransitie. De welvaart van de toekomst. Drastische reductie van de uitstoot van CO2.

In een hoog tempo rolden de specifieke subsidie- en investeringsfondsen de afgelopen jaren van de lopende band. De overheid leende het geld, goedkoop, de fondsen moesten de rest doen. Zo kreeg Nederland Invest-NL (1,7 miljard euro). Het Nationaal Groeifonds (20 miljard euro), inclusief een commissie van wijze mannen en vrouwen à la de commissie Wagner onder leiding van Jeroen Dijsselbloem (oud-minister van Financiën, voorzitter Onderzoeksraad voor Veiligheid, PvdA).

En nog pril in het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV: een stikstoffonds- en een klimaatfonds. Samen: 60 miljard euro.