Het gaat niet goed met de oceanen, en niemand is ervoor verantwoordelijk

Oceanen Niemand is ervoor verantwoordelijk, dat is de tragiek van de open zee. Dit weekend is er een VN-top over de ‘oceaannoodtoestand’.

Plastic afval op volle zee.
Plastic afval op volle zee. Foto Getty Images

Ongeveer de helft van het aardoppervlak is van niemand. Het zijn gebieden die buiten iedere nationale rechtsmacht vallen. Praktijken als illegale en destructieve visserij, lozingen van schepen of het dumpen van afval kunnen er voor grote schade zorgen. Een farmaceutisch bedrijf zou er zomaar genetisch materiaal van planten of dieren kunnen verzamelen en dat gebruiken in vaccins die vervolgens duur worden verkocht.

Het oppervlak van de aarde bestaat voor ruim 70 procent uit water en twee derde daarvan ligt buiten de exclusieve economische zones (tot 200 zeemijl, ruim 370 kilometer, buiten de kust) van landen. Niemand is verantwoordelijk, en dat is volgens Marco Lambertini, internationaal directeur van het Wereldnatuurfonds, de tragiek van de high seas – in het Nederlandse meestal vertaald als de ‘volle zee’.

„Omdat de oceanen van niemand zijn, zijn ze roekeloos behandeld, zonder dat iemand daarvoor aansprakelijk kon worden gesteld”, zei Lambertini vorige week in New York, waar de Verenigde Naties onderhandelen over een verdrag om oceanen beter te beschermen. „We hebben een gemeenschappelijk bestuur voor onze oceanen nodig om ervoor te zorgen dat niemands wateren ieders wateren worden – en ieders verantwoordelijkheid.”

Zo ver is het nog niet. Er wordt al ruim twintig jaar over een betere bescherming van de oceanen gesproken, de conferentie in New York is de vijfde onderhandelingsronde in korte tijd. Hoewel er vooruitgang is geboekt, verlopen de gesprekken moeizaam. Het is niet zeker dat er deze vrijdag, als de conferentie officieel eindigt, een definitieve verdragstekst ligt als aanvulling op UNCLOS, het VN-zeerechtverdrag.

Een groep witte walvissen ofwel beloega’s in de Arctische Oceaan bij Spitsbergen. Foto Sebnem Coskun / Anadolu Agency

Een gezonde planeet

Toch wordt de noodzaak van een milieu- en biodiversiteitsakkoord voor de oceanen door alle partijen erkend. „Een gezonde planeet kan niet bestaan zonder gezonde oceanen”, zei VN-chef António Guterres in juni in Lissabon. „Helaas hebben we de oceaan als vanzelfsprekend beschouwd en worden we nu geconfronteerd met wat ik een ‘oceaannoodtoestand’ zou willen noemen. We moeten het tij keren.”

Oceanen spelen een fundamentele rol in de biodiversiteit op aarde. Ze staan aan het begin van veel voedselketens. Ook vormen de oceanen de belangrijkste buffer tegen een nog snellere opwarming van de planeet, omdat ze het grootste deel van de CO2 opnemen die de mensheid produceert en omdat ze veel van de temperatuurstijging opvangen.

Maar door het onvermogen van de wereldgemeenschap om goed voor de oceanen te zorgen, verliezen ze volgens Guterres hun weerbaarheid. Sinds het begin van de onderhandelingen twintig jaar geleden, zijn zeker 120 zeedieren toegevoegd aan de lijst met ernstig bedreigde soorten. De oceanen worden in hoog tempo leeggevist en tot in de Marianentrog, de diepste plek op aarde, zijn plastic zakken gevonden. Van al het afvalwater wordt 80 procent onbehandeld in zee geloosd. De toenemende concentratie CO2 in oceanen leidt tot verzuring van het water met grote gevolgen voor koralen en schaaldieren, en hittegolven in het zeewater kunnen ernstige schade aanrichten.

„Dit laat zien dat het tijd is voor actie”, zegt Alex Oude Elferink, hoogleraar internationaal recht van de zee aan de Universiteit Utrecht, in een videogesprek. „Maar dat weten we natuurlijk al heel lang. Het gaat om de optelsom van al die vormen van impact.” Het zijn vooral de Europese Unie en de G77, een groep van zo’n honderd ontwikkelingslanden en China, die vaart willen maken met een verdrag, vertelt Oude Elferink. „Europa mag dan geopolitiek geen grote machtsfactor zijn, als het gaat over dit soort regelgeving is het een belangrijke internationale speler. Er is een goede dialoog met de G77.”

Omdat de oceanen van niemand zijn, zijn ze roekeloos behandeld, zonder dat iemand daarvoor aansprakelijk kon worden gesteld

Marco Lambertini Wereldnatuurfonds

Dat betekent volgens Oude Elferink nog niet dat een akkoord binnen handbereik is. „De EU wil heel graag effectieve bescherming en dus duidelijke afspraken over hoe je dat doet. Ontwikkelingslanden willen vooral invloed op winning en gebruik van genetisch materiaal van diepzeeorganismen. Ze verwachten dat dit materiaal zal worden gebruikt in toepassingen waarmee veel geld wordt verdiend. En omdat deze genetische hulpbronnen van iedereen zijn, zou dat geld niet alleen terecht moeten komen bij rijke landen.”

Maar rijke landen zullen nooit een verdrag tekenen waarin hun bedrijven worden gedwongen om kennis over te dragen, verwacht Oude Elferink. Zeker voor de Verenigde Staten ligt dat gevoelig. „Het is ook een reden waarom de VS geen partij zijn bij het biodiversiteitsverdrag.”

Strengere milieuregels

Ook bij diepzeemijnbouw wordt gepleit voor strengere milieuregels, en mogelijk een (tijdelijk) moratorium. De zeebodem biedt een schat aan ertsen, die op sommige plekken bijna letterlijk voor het oprapen liggen in zogeheten mangaanknollen, knollen van ijzer- en mangaanoxide en een keur van andere elementen die in miljoenen jaren zijn gegroeid.

Lees ook dit verhaal over betrokkenheid van het Nederlandse bedrijf Allseas bij diepzeemijnbouw

De Zeebodemautoriteit, onderdeel van het UNCLOS-verdrag, heeft tientallen plekken aangewezen waar een bedrijf toestemming heeft voor diepzeemijnbouw. Pas sinds kort wordt gekeken welke gebieden een beschermde status verdienen. Toen bleek dat daar ook mijnbouwgebieden bij zaten, zijn die grenzen anders getrokken. „Dat is het paard achter de wagen spannen”, vindt Oude Elferink. „Je moet eerst aanwijzen waar je in ieder geval geen schade wilt hebben, en dan pas ga je kijken waar bedrijven aan de slag kunnen. Daarbij kan dit nieuwe verdrag helpen.”

Maar is er voldoende kennis om te bepalen hoe schadelijk mijnbouw en visserij eigenlijk zijn? Sommige staten, waaronder Rusland en China, zeggen van niet, maar volgens Oude Elferink valt dat mee, ook al zitten er nog gaten in die kennis. „De consensus groeit over de noodzaak om zeker 30 procent van de oceanen – en ook van het land – een beschermde status te geven. Volgens sommige wetenschappers zou dat zelfs de helft moeten zijn. Maar ook zonder die zekerheid bestaat zoiets als het voorzorgsbeginsel: als je niet zeker weet of er negatieve gevolgen zijn, moet je juist extra voorzichtig zijn bij het toelaten of opschalen van activiteiten.”